Procedurenummer 18/2332 Wtra AK
Betrokkene is zakenpartner geworden van een voormalige cliënt en daarbij betrokken partijen. De samenwerkingsovereenkomst is meer dan 6 jaar geleden gesloten. Thans vraagt betrokkene nakoming van door de betrokken partijen bij die overeenkomst aangegane verplichtingen. Klachten rondom het aangaan en de inhoud van die overeenkomst stuiten af op de 6-jaarstermijn van art. 22 Wtra oud. Er gaat geen nieuwe termijn van zes jaar gelden, vanaf het moment dat betrokkene zijn wederpartijen aan nakoming van die overeenkomst houdt. In zoverre is de klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond.Betrokkene is zakenpartner geworden van een voormalige cliënt en daarbij betrokken partijen. De samenwerkingsovereenkomst is meer dan 6 jaar geleden gesloten. Thans vraagt betrokkene nakoming van door de betrokken partijen bij die overeenkomst aangegane verplichtingen. Klachten rondom het aangaan en de inhoud van die overeenkomst stuiten af op de 6-jaarstermijn van art. 22 Wtra oud. Er gaat geen nieuwe termijn van zes jaar gelden, vanaf het moment dat betrokkene zijn wederpartijen aan nakoming van die overeenkomst houdt. In zoverre is de klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Procedurenummers 18/674, 18/675, 18/676 en 18/677 Wtra AK
Klacht over het aangaan door accountants van een managementovereenkomst met een non-concurrentie- en een relatiebeding met een accountant ongegrond. Volgens klager wordt de accountant beperkt in zijn vrijheid om de kantoororganisatie te verlaten. Dat is in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit en daardoor wordt het accountantsberoep in diskrediet gebracht. Het overeenkomen van bedingen zoals deze is niet ongebruikelijk. Alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan dit handelen worden gekwalificeerd als niet eerlijk of oprecht optreden of als handelen waardoor het accountantsberoep in diskrediet wordt gebracht. Die omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Klacht over mededeling op website accountants, waarop staat dat het kantoor voor alle mogelijke controlewerkzaamheden, waaronder de reguliere accountantscontrole op de jaarrekening, kan worden ingeschakeld, is gegrond. Deze informatie is onjuist, omdat het kantoor al jaren geen wettelijke controles meer uitvoert (maar klanten doorverwijst). Geen maatregel vanwege geringe tuchtrechtelijke relevantie en omdat betrokkenen de bewuste pagina op de website al enige tijd geleden spontaan hebben laten verwijderen.

Procedurenummer 18/1547 Wtra AK
Betrokkene heeft hangende zijn onderzoek in opdracht van twee bestuursleden van een stichting niet onderkend dat de betrokkenheid van bepaalde andere (rechts)personen bij de onderwerpen die het object van het onderzoek vormden, zodanig direct en intensief was, dat het onderzoek onvermijdelijk de positie en het functioneren van die andere (rechts)personen raakte. Vanaf het moment dat duidelijk werd dat het onderzoek die positie en dat functioneren raakte, was er geen sprake meer van een opdracht zoals bedoeld in NVCOS 4400, zoals betrokkene in twee conceptrapporten heeft vermeld, maar van een persoonsgericht onderzoek. De kwaliteit van een zodanig onderzoek en de deugdelijkheid van de grondslag van de uitkomsten ervan zijn vrijwel altijd gediend met het bieden van de mogelijkheid van wederhoor aan de persoon/personen die het object zijn (geworden) van het onderzoek. Betrokkene heeft hem die gelegenheid niet geboden. Dat is in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft ook het fundamentele beginsel van objectiviteit niet nageleefd doordat hij een van de andere bestuursleden van de hiervoor bedoelde stichting tot twee maal toe niet in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de bevindingen in de twee conceptrapporten.

 

Procedurenummer 18/578 Wtra AK
Aan betrokkene wordt verweten dat een door hem samengestelde conceptjaarrekening op onderdelen niet juist is en dat hij meer onderzoek had moeten doen naar een aantal kostenposten. Dit klachtonderdeel is ongegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat betrokkene op grondslag van paragraaf 32 van Standaard 4410 aanleiding had moeten zien om aanvullende of gecorrigeerde informatie te vragen. Klaagster heeft evenmin voldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden en niet objectief is geweest. Ook het op dit verwijt gebaseerde klachtonderdeel is daarom ongegrond.

 

Procedurenummer 17/1230 Wtra AK
Rapportage als schade-expert, opgesteld door een accountant, is een professionele dienst, waarbij de accountant alle fundamentele beginselen in acht moet nemen. Ook al heeft betrokkene met onderhavige rapportage geen assurance verleend, toch diende hij zijn werkzaamheden onafhankelijk uit te voeren nu in zijn rapportage is opgenomen dat hij zijn onderzoek onafhankelijk zou uitvoeren. Ten onrechte heeft betrokkene in casu in zijn rapport niet aangegeven volgens welke set van regels hij zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd; voorts heeft hij nagelaten aan te geven dat hij geen assurance heeft willen verlenen. Hij heeft slechts in algemene bewoordingen aangegeven van welke informatie hij gebruik heeft gemaakt. Niet gebleken is van de door betrokkene  toegezegde onafhankelijke opstelling. Hoor en wederhoor was in casu aangewezen; betrokkene heeft ten  onrechte het verzoek van zijn opdrachtgever gevolgd om geen contact met klaagster daartoe op te nemen. Betrokkene heeft zijn conclusies, die leidde tot een aanzienlijke afwijking van de door klaagster gevorderde en door andere deskundigen ondersteunde hoogte van de schade, onvoldoende onderbouwd, waardoor zijn rapportage deugdelijke grondslag ontbeert. Voorts heeft betrokkene zich zonder nader onderzoek, welk onderzoek eenvoudig mogelijk was, negatief uitgelaten over rapportage van een beroepsgenoot. Zulks is in strijd met het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en getuigt ook van een zodanige partijdige houding dat betrokkene ook het beginsel van objectiviteit heeft overtreden. Klacht gegrond. Berisping.

Procedurenummer 18/999 Wtra AK
Vervolgklacht van de oorspronkelijke klagers en 1 nieuwe klager ter zake een feitencomplex waarover het CBb een beslissing heeft genomen tussen klagers (behalve de nieuwe klager) en betrokkene. Wat betreft onderdelen van de nieuwe klacht waarop reeds door de Accountantskamer en het CBb is beslist, worden de oorspronkelijke klagers o.g.v. het ‘ne bis in idem’ beginsel niet ontvankelijk verklaard. Ook de nieuwe klager is, bij gebreke aan belang, niet ontvankelijk in de klacht voor zover deze onderdelen in de vorige klacht al gegrond zijn verklaard. De Accountantskamer laat ‘expressis verbis’ de vraag open of een nieuwe klager alsnog een klacht mag indienen tegen in een andere klachtprocedure ongegrond verklaarde klacht. In de vorige klachtprocedure is reeds beslist dat betrokkene op een eerder tijdstip zijn samenstelwerkzaamheden t.a.v. onderneming A i.v.m. een vermoeden vanwege fraude had moeten neerleggen; in onderhavige klachtprocedure wordt hetzelfde geoordeeld voor onderneming B, dit vanwege de verwevenheid van het bestuurderschap van beide ondernemingen. Hij is daarna ook als accountant aanwezig geweest bij besprekingen over de verkoop van of het doen van investeringen door derden in onderneming B. Dit had hij moeten nalaten; hij zodoende ten onrechte vertrouwen naar potentiele investeerders gewekt. Herhaling van eerdere jurisprudentie wanneer een klacht over het innemen van (vermeend) onjuiste standpunten ter zitting gegrond is.

Procedurenummer 18/1574 Wtra AK
De klacht is deels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige ongegrond, nu ten aanzien van één klachtonderdeel niet aannemelijk is geworden dat de werkzaamheden waarop het verwijt ziet onder verantwoordelijkheid van de accountant zijn verricht en ten aanzien van een ander klachtonderdeel niet aannemelijk is gemaakt dat de werkzaamheden niet of onjuist zijn verricht.

 

Procedurenummer 17/2627 Wtra AK
Beperkte administratieve werkzaamheden in een administratie waartoe de betrokkene geen toegang meer heeft. Van betrokkene kan onder de gegeven omstandigheden niet verwacht worden dat hij ter weerspreking van de klacht bewijsstukken uit die administratie overlegt. Klaagster heeft haar klacht onvoldoende aannemelijk gemaakt. Klacht ongegrond.

 

Procedurenummer 18/606 Wtra AK
De klacht waarin aan betrokkene onder meer wordt verweten dat hij opdrachten heeft aanvaard en uitgevoerd, niet tijdig een Wwft-melding heeft gedaan en zich niet toetsbaar heeft opgesteld, is in al haar onderdelen ongegrond.

Procedurenummers 18/1391 t/m 18/1396 Wtra AK
Klagers zijn in dienst geweest van de maatschap waarvan betrokkenen lid zijn of zijn geweest. Bij de civiele rechter wordt tussen klagers en drie van de betrokkenen een schadestaatprocedure gevoerd over de hoogte van de schade die klagers hebben geleden ten gevolge van het inbrengen van het onder de (gematigde) eindloonregeling opgebouwde pensioenkapitaal in een nieuwe pensioenregeling. In deze procedure is nog geen vonnis gewezen. Klagers verwijten betrokkenen dat zij meerdere fundamentele beginselen hebben geschonden bij de afwikkeling van de schade door onder meer geen voorschot op het vastgestelde pensioentekort vast te stellen en in de onderhandelingen geen constructief tegenvoorstel te doen. De klacht is ongegrond. Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer staat het een accountant immers in beginsel vrij om in zijn zakelijke betrekkingen, ook in rechtsgedingen, een (civielrechtelijk) standpunt in te nemen en zal slechts onder bijzondere omstandigheden een klacht over een daarin ingenomen (civielrechtelijk) standpunt slagen. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden.