Procedurenummer 17/1063 Wtra AK
Betrokkene is de controlerend accountant van een vereniging ter bevordering van crematie en van de B.V. waarin die vereniging haar zakelijke activiteiten heeft ondergebracht en van de B.V. die uiteindelijk de aandelen in voormelde vennootschap heeft overgenomen. De klacht betreft de door de accountant afgegeven goedkeurende verklaringen inzake voormelde vennootschappen over het jaar 2012 en de veronderstelling dat betrokkene ten onrechte geen melding in het kader van de Wwft aan het FIU heeft gedaan. Ter zitting kan de klacht niet worden uitgebreid inzake de goedkeurende verklaring die betrokkene heeft afgegeven inzake de jaarrekening 2012 van de vereniging en zijn veronderstelde rol bij voormelde aandelentransactie. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene ten onrechte goedkeurende verklaringen heeft afgegeven bij de jaarrekeningen 2012 van voormelde vennootschappen. Klager heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat, daargelaten of er daarvoor aanleiding was, betrokkene geen melding inzake de Wwft bij het FIU heeft gedaan. Betrokkene beroept zich terecht op zijn geheimhoudingsverplichting ingevolge de Wwft over de vraag of hij een melding heeft gedaan. Klager kan niet door het indienen van een tuchtklacht betrokkene dwingen daarover inlichtingen te verschaffen (geen “fishing expedition”).

 

Procedurenummer 16/2715 Wtra AK
Het memo waartegen de klacht zich richt is niet leesbaar zonder andere stukken die evenwel niet overgelegd zijn. Een groot aantal klachtonderdelen is daarom niet te beoordelen en om die reden ongegrond. Voor het overige is er geen strijd met een gedrags- of beroepsregel vastgesteld.

 

Procedurenummers 17/667 en 17/668 Wtra AK
Een tuchtrechtelijke procedure strekt er niet toe om de inhoud of wijze van totstandkoming van een deskundigenbericht, opgesteld in het kader van een civielrechtelijke procedure, opnieuw en integraal te onderzoeken maar om te bezien of betrokkene die taak heeft vervuld met inachtneming van de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels, waaronder de in artikel 2 VGBA vermelde fundamentele beginselen alsook in overeenstemming met het toetsingskader als bedoeld in artikelen 20, 21 en 22 VGBA. In beginsel mag bij het beoordelen van de continuïteit van een onderneming verwacht worden dat de accountant aan de hand van een set van redelijke veronderstellingen een liquiditeitsprognose opstelt, waarin alle voor een (komende) periode te verwachten inkomsten en uitgaven worden begroot. De accountant die als klankbord is betrokken bij een onderzoek door een andere accountant is tuchtrechtelijk aanspreekbaar. Betrokkenen hebben beiden in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld.

Procedurenummer 17/1322 Wtra AK
Het meedenken over de wijze waarop de waarde van aandelen zou kunnen worden vastgesteld, betreft een transactiegerelateerde adviesdienst in de zin van standaard 5500N van de NV COS. Dit heeft de accountant niet onderkend. Indien de (verkregen) informatie beperkt en om die reden ontoereikend was, had het op zijn weg gelegen om zijn cliënt tijdig in te lichten dat hij (volgens de beroepsvoorschriften) de overeengekomen werkzaamheden niet kon uitvoeren. Dit heeft de accountant niet gedaan. Daarnaast zijn veronderstellingen in de rapportage niet duidelijk omschreven en toegelicht en posten als lonen en incidentele resultaten niet doorgrond. Schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Maatregel: waarschuwing.

 

Procedurenummer 17/1051 Wtra AK
Toepasselijke tuchtnorm voor een accountant(in business) die werkzaamheden als opsporingsambtenaar verricht. Gezien die aard van haar handelen en de positie van betrokkene als opsporingsambtenaar, en mede gezien het eigen systeem van rechtswaarborgen in de strafwetgeving voor een verdachte, is de Accountantskamer van oordeel dat, behoudens bijzondere omstandigheden, het door de accountant/opsporingsambtenaar in zijn beroepsmatige gedragingen al dan niet in rechte innemen van een strafrechtelijk standpunt in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit en professionaliteit niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake, indien geoordeeld zou moeten worden dat een door de accountant/opsporingsambtenaar ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijk en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Onder bijzondere omstandigheden kan in dit verband ook het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid zijn geschonden, indien betrokkene in sterke mate verweten kan worden een onjuist of misleidend standpunt te hebben ingenomen.

In casu klacht ongegrond.

Procedurenummers 17/1809, 17/1814, 17/1815, 17/1816, 17/1823, 17/1824, 17/1833 en 17/1839 Wtra AK
Niet afleggen eed. Klacht gegrond. Maatregel: doorhaling (definitief) met een niet-herinschrijvingstermijn van 1 maand.

Procedurenummer 17/473 Wtra AK
Betrokkene heeft verklaard dat hij reeds op 3 mei 2013 een vermoeden had van Ponzifraude (hoge rendementen worden uitbetaald door middel van even daarvoor ter belegging aangeboden gelden). Betrokkene heeft terzake wel vragen gesteld en antwoord gekregen, maar die antwoorden zijn niet onderbouwd met nadere stukken. Pas op 2 november 2014 heeft betrokkene de samenstelopdracht teruggegeven. Het had op de weg van betrokkene gelegen, met inachtneming van het bepaalde onder 14 en/of 16a van NVCOS 4410, om bij de leiding van de entiteit eerder verder en met voldoende diepgang door te vragen naar aanvullende informatie en/of te handelen overeenkomstig hetgeen is voorgeschreven in NVCOS 240 en/of NVCOS 250. Betrokkene heeft onvoldoende en met onvoldoende voortvarendheid onderzoek gedaan alvorens de opdracht terug te geven. Dit levert een schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ingevolge artikel 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dient iedere ongebruikelijke transactie te worden gemeld. Dat er sprake was van een ongebruikelijke transactie wordt bevestigd door betrokkenes brief van 3 mei 2013 die door betrokkene nu juist verzonden is om duidelijkheid te krijgen over die geconstateerde ongebruikelijke transacties. Betrokkene heeft derhalve ten onrechte deze transacties niet gemeld bij de FIU-NL. Klacht in zoverre gegrond. Maatregel van berisping.

Procedurenummer 17/674 Wtra AK
De geestelijke gesteldheid van een cliënt dient voor een accountant een punt van aandacht en oplettendheid te zijn. Gelet op de leeftijd en de medische situatie van cliënt had er sprake kunnen zijn van handelingsonbekwaamheid en had het voor de hand gelegen dat betrokkenen deze situatie met een collega had besproken en de uitkomsten daarvan had vastgelegd. Klaagsters, dochters van cliënt, op wie in dezen de bewijslast rust, hebben echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de cliënt daadwerkelijk, en op voor betrokkene kenbare wijze, handelingsonbekwaam was. Klaagsters hebben aangevoerd dat er van de bankrekening van cliënt meer dan € 100.000 aan betalingen zijn gedaan ten behoeve van luxegoederen, bestemd voor de partner van cliënt, en meer dan € 100.000 aan contante opnames. Betrokkene heeft gesteld dat het voeren van de administratie en het controleren daarvan niet tot haar takenpakket hoorde. Hiermee is de klacht, mede gelet op het uitgangspunt van handelingsbekwaamheid van cliënt, voldoende weersproken. Het verwijt dat betrokkene niet heeft opgetreden tegen de opname van een legaat van € 200.000 ten gunste van de partner in het testament van cliënt treft geen doel. Het gewenste legaat was reeds besproken met de voorganger van betrokkene en betrokkene heeft slechts de wensen van cliënt aan de notaris doorgegeven. Klacht ongegrond.

 

Procedurenummer 17/1098 Wtra AK
Indien een accountant redelijkerwijs kan constateren dat de hem verstrekte gegevens onjuist, onvolledig of anderszins onbevredigend zijn, moet hij  aanvullende informatie  vragen en/of zelf nader onderzoek instellen. Betrokkene heeft nagelaten dit te doen. Dit levert schending op van het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA. Maatregel: berisping.