Procedurenummers 17/565 en 17/566 Wtra AK
Betrokkene (1) heeft bij het samenstellen van een vordering in rekening-courant tussen de vennootschap en zijn voormalige aandeelhouder/bestuurder verrekend, terwijl de te verrekenen vordering van de voormalige aandeelhouder/bestuurder een vordering betrof op de nieuwe aandeelhouder van de vennootschap en niet de vennootschap zelf, ingevolge randnummer 14 van NVCOS 4410 had betrokkene hier niet van mogen uitgaan zonder verder door te vragen bij de leiding van de vennootschap totdat betrokkene van een deugdelijke grondslag voor een dergelijke verrekening was gebleken, temeer nu hij ervan op de hoogte was dat er geschillen bestonden tussen betrokken partijen. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Betrokkene (2) heeft in strijd met randnummers 17 juncto 18 sub g van NVCOS 4400 in een rapportage niet althans onvoldoende de beschrijving van het doel waarvoor de overeengekomen specifieke werkzaamheden zijn uitgevoerd, opgenomen. Klacht deels gegrond, geen maatregel.
Beide betrokkenen hebben terecht een beroep gedaan op het beginsel van vertrouwelijkheid.

Pocedurenummer 17/1064 Wtra AK
Een registeraccountant die door de Ondernemingskamer is benoemd als tijdelijk bestuurder van een  besloten vennootschap is voor zijn handelen als bestuurder tuchtrechtelijk verantwoordelijk. Dit handelen wordt getoetst aan alle fundamentele beginselen. Hierbij geldt echter een terughoudende toets.

Procedurenummer 16/886 Wtra AK
Klaagster had grote (financiële) belangen bij een correcte verwerking van de tussen klaagster en de opdrachtgever van betrokkene gemaakte samenwerkingsafspraken. Klaagster is door opdrachtgever geconfronteerd met aanzienlijke additionele kosten. Gelet op de materialiteit van deze post had betrokkene onderzoek moeten doen naar deze posten en zich daarover in (de toelichting op) de jaarrekening moeten uitspreken. Ook ten aanzien van de rentebaten van de projecten had betrokkene er rekening mee moeten dat klaagster de zienswijze van zijn opdrachtgever niet deelde. Weliswaar was betrokkene niet verplicht deze posten in weerwil van de instructie van zijn opdrachtgever in de aan klaagster verstrekte exploitatieoverzichten te verwerken, maar hij had dat wel in de toelichting moeten vermelden, nu hij er rekening mee moest houden dat klaagster de zienswijze van zijn opdrachtgever niet deelde. Zonder daarvan melding te maken in de toelichting kon de indruk ontstaan dat er helemaal geen rentebaten waren gerealiseerd.
Ten aanzien van beide aspecten had betrokkenen zich nader met zijn opdrachtgever moeten verstaan teneinde de jaarrekening respectievelijk de exploitatieoverzichten van een deugdelijke grondslag/toelichting te voorzien. Betrokkenen heeft zich over een langere periode onvoldoende professioneel-kritisch opgesteld ten aanzien van zijn opdrachtgever en zich ten onrechte verscholen achter zijn opdrachtgever. Juist omdat klaagster een informatieachterstand had, had betrokkene zich actiever en kritischer moeten opstellen ten aanzien van zijn opdrachtgever. Schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Maatregel van berisping.

 

Procedurenummers 16/2718 en 16/2719 Wtra AK
Deels niet-ontvankelijk i.v.m. zesjaarstermijn; deels ongegrond.

Procedurenummers 16/2986, 16/2987, 16/2988 en 16/2989 Wtra AK
Deels niet-ontvankelijk vanwege zesjaars- en driejaarstermijn. Deels ongegrond; het is niet aannemelijk geworden dat betrokkenen tijdens een eerdere zitting van de Accountantskamer opzettelijk onwaarheden hebben verklaard.

 

Procedurenummer 16/1441 Wtra AK
Klachten over de controle van de jaarrekeningen over een tweetal jaren. De controle over het tweede jaar is nog niet afgerond maar betrokkene heeft in het accountantsverslag dat aan de directie en de Raad van Commissarissen is gestuurd, onder de kop “Controleverklaring” vermeld dat een aantal posten nader wordt onderbouwd, maar al wel met hem is besproken, en dat hij verwacht na afronding van de werkzaamheden een goedkeurende controleverklaring over het boekjaar te verstrekken. Klachten ontvankelijk. Dat de posten waarover wordt geklaagd in het accountantsverslag staan brengt niet mee dat klaagsters een vermoeden hadden van tekortschieten, aangezien uit het verslag niet kan worden afgeleid over welke controle-informatie betrokkene beschikte. Als de onderbouwing van een goedkeurende verklaring bij een jaarrekening gelijkluidend is aan de onderbouwing van de goedkeurende verklaringen over eerdere jaren wil dat niet zeggen dat de termijnen van artikel 22 lid 1 Wtra al aanvangen bij het kennis nemen van die eerdere onderbouwingen.   Klachten gedeeltelijk gegrond. Onvoldoende betrouwbare controle-informatie vergaard over de post onderzoek en ontwikkeling, waarin forse bedragen zijn begrepen die betrekking hadden op interne uren van eigen personeel. Betrokkene heeft nagelaten aan de orde te stellen bij de directie dat bepaling van de realiseerbare waarde van nog niet in gebruik genomen projecten achterwege was gebleven. Hij had ook moeten aandringen op impairment testing van de post goodwill in de conceptjaarrekening. Betrokkene had moeten opmerken dat latente belastingvorderingen en acute belastingverplichtingen gesaldeerd in de balans waren opgenomen. Bij de controle van de post machines en inventaris zijn de werkzaamheden bedoeld in paragraaf 8 van Standaard 500 van de NVCOS niet verricht. Meerdere tekortkomingen bij de controle van de post voorraden, de post onderhanden werk en de resultaatneming van inkoopbonussen. De verwachtingen die werden gewekt in het accountantsverslag werden niet gerechtvaardigd door de werkzaamheden die waren uitgevoerd in het kader van de controle op de hantering van de continuiteitsveronderstelling.

 

Procedurenummers 16/3074, 16/3075, 16/3076 en 16/3077 Wtra AK
Ingevolge het fundamentele beginsel “vakbekwaamheid en zorgvuldigheid” als bedoeld in artikel 13, tweede lid VGBA, voert de accountant een professionele dienst nauwgezet, grondig en tijdig uit. Van een accountant mag verlangd worden dat hij op zijn minst correct en tijdig reageert, als hem door of namens een cliënt vragen worden gesteld, mede gelet op de belangen van zijn cliënt. Dit geldt ook, indien de relatie met de cliënt op dat moment al is beëindigd. Door pas per e-mail van 19 november 2014 uitsluitsel te geven over de reden voor het achterwege blijven van beantwoording van de in juli en oktober 2014 gestelde vragen, ook al was betrokkene in de veronderstelling dat hij niet meer de accountant van klager was, heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.

Procedurenummers 17/413 en 17/446 Wtra AK
Een voormalige accountant is vanwege ondeugdelijke arbeid door het CBb voor 18 maanden in het register doorgehaald. In de civiele schadeprocedure heeft de rechtbank deze accountant veroordeeld tot het betalen van schade nader op te maken bij staat. In de daaropvolgende schadestaatprocedure heeft deze accountant betrokkene verzocht een partijonderzoek te doen naar de vraag of en in hoeverre de gevorderde miljoenen aan schade terecht zijn en in causaal verband staan met de eerder vastgestelde ondeugdelijke arbeid van de accountant en daarover een rapport op te stellen. Betrokkene doet dat onderzoek en maakt daarvan een rapport op. Deze rapportage ontbeert op meerdere punten een deugdelijke grondslag. Klacht gegrond. Berisping

Procedurenummer 17/595 Wtra AK
Het enkele feit van een toegepaste stelselwijziging van waardering van de activa in een later verslagjaar brengt niet met zich dat het eigen vermogen in een eerder verslagjaar onjuist (te hoog) is vastgesteld. De hoogte van het eigen vermogen is nu eenmaal (mede ) afhankelijk van het gekozen stelsel van waardering. Wat betreft de vraag of betrokkene ten onrechte bij zijn wettelijke controle ermee heeft ingestemd dat in de jaarrekening van de onderneming in afwijking van RJ 121.501 voor de bepaling van de bijzondere waardeverminderingen het vastgoed als één portefeuille is beschouwd, is klaagster i.v.m. de overschrijding van de driejaarstermijn niet ontvankelijk.

 

Procedurenummer 17/1522 Wtra AK
Wrakingsverzoek deels te laat ingediend. De overige aangevoerde feiten en omstandigheden leveren geen zwaarwegende aanwijzing voor (vrees voor) vooringenomenheid op.