Procedurenummer 19/1030 Wtra AK
Klacht over RA die niet als zodanig werkzaam is. Zij heeft een vriend (de ex-man van klaagster) bijgestaan in de echtscheidingsprocedure. De werkzaamheden die zij in dat kader heeft uitgevoerd moeten worden opgevat als een professionele dienst. Het handelen van betrokkene is in strijd met de fundamentele beginselen van professionaliteit, integriteit, objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft voor klaagster willen verhullen dat zij betrokken was en heeft getracht de advocaat van de man daarin mee te nemen. Klaagster stelde geen prijs op haar bemoeienis. Hoewel betrokkene stelde voor beide echtelieden op te komen is zij alleen voor de belangen van de man opgekomen. Ook heeft zij de voor partijen geldende geheimhoudingsplicht in het mediationtraject niet gerespecteerd. Tot slot heeft betrokkene de minderjarige gehandicapte dochter van klaagster en de man in de echtscheidingsprocedure betrokken door namens haar een concept-verklaring op te stellen in het voordeel van de man. Maatregel: tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden.

Procedurenummers 16/2895 en 18/1160 Wtra AK
Op grond van vaste jurisprudentie van het CBb strekt een tuchtprocedure, die betrekking heeft op (het uitbrengen van) een deskundigenbericht in het kader van een gerechtelijke procedure, er niet toe om de inhoud of de wijze van totstandkoming van het bericht opnieuw en integraal te onderzoeken. Wel dient beoordeeld te worden of de accountant bij het opstellen van het (concept)bericht in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Uit deze regels vloeit onder meer voort dat een in deze omstandigheden uitgebracht rapport, gelet op de voor de accountant beschikbare gegevens, geen onjuiste informatie mag bevatten, dat de bevindingen en/of conclusies van het rapport een deugdelijke grondslag moeten hebben en dat het rapport, voor zover de conclusies niet zonder meer volgen uit de beschikbare gegevens, duidelijke voorbehouden moet bevatten, en, voor zover ook andere conclusies mogelijk zijn, de redenen moet bevatten waarom die conclusies niet zijn getrokken. Gezien de context waarin de accountant zijn werkzaamheden uitvoert, moet bij de beoordeling of voldaan is aan wat voortvloeit uit deze regels, rekening worden gehouden met rechtsregels die gelden voor het uitbrengen van een deskundigenbericht aan de rechter, met instructies van die rechter aan de deskundige en het oordeel van die rechter over de totstandkoming en de inhoud van het (concept)rapport. Gelet op deze maatstaven diende betrokkene zich bij de uitvoering van zijn werkzaamheden in het kader van de procedure waarin hij heeft gerapporteerd, te richten naar de instructies van de rechtbank met betrekking tot bepaalde door de wederpartij van klaagster aangeleverde gegevens. Dat betekende concreet dat hij geen onderzoek hoefde te verrichten naar de juistheid en de volledigheid van die gegevens. Naleving van deze maatstaven bracht ook mee dat betrokkene in het rapport meer nadrukkelijk en duidelijker dan hij heeft gedaan de prijs die door een toegetreden aandeelhouder is betaald en de prijs die aan een uitgetreden aandeelhouder is betaald en de wijze waarop die prijzen tot stand zijn gekomen, had moeten betrekken in de motivering van zijn oordeel over de waarde van de aandelen in de onderneming van de wederpartij van klaagster. Het opnemen in het rapport van nadere gegevens over onder meer de gehanteerde rekenmethode had een bredere afweging van de aanwezige alternatieven mogelijk gemaakt, ook door de rechtbank die uiteindelijk mede op basis van het rapport van betrokkene, een oordeel zou moeten vellen over deze waarde. Klacht deels gegrond: waarschuwing.

Klacht tegen controlerende accountants van Imtech gegrond.
De Accountantskamer heeft de klacht van curatoren van Imtech tegen drie accountants die bij de wettelijke controle van de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening 2011 van Imtech waren betrokken, gegrond verklaard. Door Imtech was in 2013 onderzoek ingesteld naar mogelijke onregelmatigheden bij haar projecten in Polen en Duitsland. Imtech had daarna meegedeeld dat de jaarrekening van 2011 in ernstige mate tekortschoot in het bieden van het vereiste financiële inzicht. Imtech en elf dochtermaatschappijen zijn in augustus 2015 failliet verklaard.

De accountants
De curatoren hebben een drietal externe accountants aangeklaagd die destijds bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening 2011 waren betrokken. Eén accountant was opdrachtpartner op groepsniveau. Hij werd bijgestaan door een controleteam. Deze groepsaccountant heeft op 14 februari 2012 de goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2011 verstrekt. De groepsaccountant had daarna, in mei 2013, een verklaring afgegeven dat niet meer kon worden gesteund op de eerder door hem verstrekte goedkeurende verklaring. De andere aangeklaagde accountant was het belangrijkste lid van het opdrachtteam. Een derde aangeklaagde accountant was de opdrachtgericht kwaliteitsbeoordelaar (OKB-er) bij de controle. Hij had beslist dat de groepsaccountant de controleverklaring 2011 kon afgeven.

Klachten curatoren
De curatoren vinden dat de beide accountants tekortgeschoten waren in de controle van de jaarrekeningen 2011 van Imtech en dat zij voor hen geldende gedrags- en beroepsregels hebben geschonden. Zo zouden de accountants tekortgeschoten zijn in het in voldoende mate inzicht verkrijgen in de activiteiten en organisatie van Imtech en hebben ze onvoldoende cijferbeoordelingen uitgevoerd. Ook zouden ze in onvoldoende mate ‘red flags’ hebben onderkend en waarschuwingssignalen die uit de cijferbeoordeling volgden, genegeerd hebben. Een goede vastlegging door de accountants van de controledocumentatie ontbrak ook, aldus de curatoren.
Zij verweten de OKB-er dat hij zijn taak ten aanzien van de controle met onvoldoende diepgang en met een onvoldoende professioneel-kritische instelling heeft verricht.

Verweer accountants
De accountants hebben aangevoerd dat zij alleen (eind)verantwoordelijk waren voor de groepscontrole. De controle is destijds zorgvuldig en op basis van de destijds geldende standaarden onder de NV COS 600 als group auditor uitgevoerd. Imtech was in 2011 een succesvolle en financieel gezonde onderneming, een bedrijf met divisies in verschillende landen. Er zijn toereikende cijferanalyses uitgevoerd en daaruit volgden geen waarschuwingssignalen. Uit de door collega accountants (component auditors) verrichte controlewerkzaamheden kwamen geen gebreken in de interne controle van onder andere Imtech Duitsland naar voren. De accountants hadden de taken verdeeld, maar hadden veel contact met elkaar en waren op de hoogte van de werkzaamheden die die andere accountants voor hen op de locaties verrichtten. De significante oordeelsvormingen zijn door de OKB-er, die zeer ervaren was, onafhankelijk getoetst.


Oordeel Accountantskamer
De beide accountants hebben bij de groepscontrole niet zorgvuldig gehandeld. De vastlegging van controledocumentatie is onvoldoende geweest. Ook zijn de accountants niet professioneel kritisch geweest bij het beoordelen van werkzaamheden en bevindingen van collega-accountants die de groepsonderdelen van Imtech hebben gecontroleerd. Er is onvoldoende opvolging gegeven aan duidelijke signalen die bij de controle naar voren zijn gekomen. Voor zover hieraan al opvolging is gegeven, zijn antwoorden onvoldoende kritisch gewogen en zijn groepsonderdelen ten aanzien waarvan signalen zijn opgepakt, veelal te geïsoleerd bezien. De OKB-er is tekortgeschoten in het vastleggen van zijn overwegingen ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling. Ook hij is onvoldoende professioneel kritisch geweest.
Door de accountants en de OKB-er zijn vaktechnische en overige beroepsvoorschriften geschonden. Zo is niet voldaan aan de voor hen relevante wet- en regelgeving (de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag, als bedoeld in artikel A-100.4, onder c en e, van de VGC).

Door de Accountantskamer opgelegde maatregel
Aan de groepsaccountant is de maatregel van tijdelijke doorhaling uit de accountantsregisters voor de duur van drie maanden, opgelegd. Zo heeft hij onvoldoende opvolging gegeven aan duidelijke signalen die bij de controle naar voren zijn gekomen.
Aan de andere accountant, die lid was van het opdrachtteam, is de maatregel van tijdelijke doorhaling uit de accountantsregisters voor de duur van één maand, opgelegd.
Haar rol was beperkter omdat zij geen opdrachtpartner was zodat een maatregel van kortere duur is opgelegd. Voor beiden speelde mee dat Imtech een beursgenoteerde onderneming was met veel aandeelhouders, obligatiehouders, andere schuldeisers en werknemers waardoor ze nog zorgvuldiger hadden moeten handelen.

Aan de OKB-er is de maatregel van berisping opgelegd.
De Accountantskamer heeft bij het opleggen van de maatregelen meegewogen dat de drie accountants niet eerder tuchtrechtelijk zijn veroordeeld.

uitspraken Imtech:
18/276-277 Wtra AK
18/328 Wtra AK

Procedurenummer 19/957 Wtra AK
Objectiviteit. Betrokkene is accountant van een maatschap. Tussen de maten (vader en zoon) is een conflict ontstaan. Betrokkene heeft in dit conflict ten onrechte geen bedreiging voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit gezien. Betrokkene heeft daarnaast bij het samenstellen van de jaarrekening 2016 ten onrechte de mededeling van de vader, dat de zoon de maatschap per 1 januari 2016 zou hebben verlaten, niet geverifieerd. Ook heeft hij nagelaten een maatregel te treffen om deze materiële onjuistheid in de jaarrekening weg te nemen. Betrokkene heeft verder op verzoek van vader een berekening gegeven van de vermogenspositie van de zoon bij uittreding uit de maatschap. Deze berekening is niet vakbekwaam en zorgvuldig tot stand gekomen en is niet overeenkomstig Standaard 5500N opgesteld. Betrokkene heeft zich bovendien ongepast laten beïnvloeden, omdat hij in zijn berekening hoofdzakelijk oog heeft gehad voor de belangen van vader. Klacht gegrond. Maatregel: tijdelijke doorhaling voor de duur van twee weken.

Procedurenummer 19/1122 Wtra AK
Klacht tegen AA. Klaagsters verwijten betrokkene dat hij tegenover de kantonrechter (onder ede) onjuiste verklaringen heeft afgelegd over de aard en omvang van zijn samenstellingswerkzaamheden voor klaagsters. De Accountantskamer is van oordeel dat deze verklaringen niet in tegenspraak zijn met zijn eerdere verklaringen tegenover het CBb en de Accountantskamer. Betrokkene had bij de kantonrechter ook geen melding hoeven maken van zijn werkzaamheden voor een ander accountantskantoor, omdat dit kantoor geen partij was in de kantonprocedure. Klacht is ongegrond.

Procedurenummer 18/276 en 18/277 Wtra AK
Klachten van curatoren Imtech tegen groepsaccountant en lid opdrachtteam naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2011 van Imtech. Klachten gedeeltelijk gegrond. De beide accountants hebben bij de groepscontrole niet zorgvuldig gehandeld. De vastlegging van controledocumentatie is onvoldoende geweest. Ook zijn de accountants niet professioneel kritisch geweest bij het beoordelen van werkzaamheden en bevindingen van collega-accountants die de groepsonderdelen van Imtech hebben gecontroleerd. Er is onvoldoende opvolging gegeven aan duidelijke signalen die bij de controle naar voren zijn gekomen. Voor zover hieraan al opvolging is gegeven, zijn antwoorden onvoldoende kritisch gewogen en zijn groepsonderdelen ten aanzien waarvan signalen zijn opgepakt, veelal te geïsoleerd bezien. Aan de groepsaccountant is de maatregel van tijdelijke doorhaling uit de accountantsregisters voor de duur van drie maanden, opgelegd. Aan de andere accountant, die lid was van het opdrachtteam, is de maatregel van tijdelijke doorhaling uit de accountantsregisters voor de duur van één maand, opgelegd. Meegewogen is dat de rol van de tweede accountant beperkter was omdat zij geen opdrachtpartner was.

Procedurenummer 18/328 Wtra AK
Klacht van curatoren Imtech tegen opdrachtgericht kwaliteitsbeoordelaar (OKB-er) bij de controle van de jaarrekening 2011 van Imtech. Klacht gedeeltelijk gegrond. De OKB-er heeft niet zorgvuldig gehandeld. Hij is tekortgeschoten in het vastleggen van zijn overwegingen ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling. Ook hij is onvoldoende professioneel kritisch geweest. Aan de OKB-er is de maatregel van berisping opgelegd.



Procedurenummers 19/917 en 19/918 Wtra AK
klacht over declaraties accountants, disproportioneel reageren en advisering over wijze van waardering onroerend goed; klacht ongegrond. De geoffreerde som had enkel betrekking op de standaard controlewerkzaamheden en niet op meerwerk. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat betrokkenen klaagsters wel degelijk op de hoogte hebben gehouden van de te betalen bedragen, die de voor de controlewerkzaamheden geoffreerde som te boven gingen. Niet gebleken is dat de hoogte van de voor deze werkzaamheden in rekening gebrachte bedragen buitensporig of anderszins onredelijk is. De deponering bij de Kamer van Koophandel van een onjuiste controleverklaring bij de jaarrekeningen van klaagsters was een ernstig feit. Betrokkenen waren gehouden om passende maatregelen te nemen. Besloten is tot een brief aan een van de bestuurders van klaagsters en het voeren van een gesprek met een normoverdragend karakter. In de brief, waarin klaagsters zijn aangesproken op de overtreding van wet- en regeling door de deponering van de onjuiste controleverklaringen, is duidelijk verwoord wat van hen werd verlangd. De in deze brief gekozen bewoordingen waren correct en zakelijk. Niet door klaagsters betwist is dat de wens om de waardering van onroerend goed te laten plaatsvinden op grondslag van de actuele waarde daags voor de aanvang van de controle is ingebracht. Betrokkenen hebben geadviseerd om deze keuze te heroverwegen. Niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkenen klaagsters te laat hebben gewezen op de risico’s.

Procedurenummer 19/1309 Wtra AK
Klacht over beëindiging werkzaamheden en overlegging vertrouwelijke gegevens onderneming in klachtprocedure van een derde; klacht ongegrond. Het met onmiddellijke ingang beëindigen van werkzaamheden was onder de gegeven omstandigheden niet in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Geen schending fundamenteel beginsel van vertrouwelijkheid. Onbestreden is dat klaagsters levenspartner in de klachtprocedure niet slechts geklaagd heeft over betrokkenes werkzaamheden voor zijn B.V., maar ook over vermeende fouten in de jaarstukken van klaagsters onderneming. Betrokkene mocht zich verweren tegen deze klacht.

Procedurenummers 19/681 en 19/682 Wtra AK
Klachten deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zesjaarstermijn; artikel 51 Wtra. Klachten deels ongegrond. Dat betrokkene naar aanleiding van de brief van klaagster, gelet op de daarin opgenomen aansprakelijkstelling en aangekondigde tuchtklacht, niet met klaagster in gesprek wilde gaan is voor te stellen. De voor hem geldende beroepsregels dwingen hem niet tot een gesprek. Daarbij komt dat reeds eerder, in 2016, een gesprek had plaatsgevonden over onderwerpen die zij in haar brief van 31 augustus 2017 opnieuw aan de orde stelde.