Procedurenummer 14/3183 Wtra AK
Klager dient de feitelijke grondslag van zijn klacht aannemelijk te maken. In casu is dat niet geschiedt. Klacht ongegrond.

Procedurenummer 15/477 en 15/672 Wtra AK
Samenstellingsopdracht. Mede gezien de zelf door klaagster/opdrachtgeefster aangeleverde gegevens, bijwonen van de bespreking en later mede ondertekening van de (concept)jaarrekeningen bestond er geen reden bij betrokkene om te twijfelen aan de juistheid van de opgegeven informatie.

Procedurenummer 15/830 Wtra AK
Klacht over accountant die in opdracht van advocatenkantoor, die een geschil heeft met een voormalig cliënt, bankafschriften heeft vergeleken met en heeft gerapporteerd over een door dat advocatenkantoor opgesteld financieel overzicht van ontvangsten en betalingen op derdengeldrekeningen. Geconstateerd wordt dat de rapportage duidelijk is in wat wel en wat niet is gedaan en dat de bewoordingen meer feitelijk zijn dan concluderend, terwijl betrokkene van zijn opdrachtgever heeft geëist dat die de rapportage alleen tezamen met de opdrachtbevestiging mocht openbaren. Dit alles kan de toets der kritiek doorstaan. Tevens zijn andere klachtonderdelen over de inhoud van de rapportage hetzij feitelijk onjuist dan wel onvoldoende onderbouwd. Tot slot, het klachtonderdeel dat betrokkene niet objectief heeft gehandeld, is evenmin onderbouwd. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

Procedurenummer 15/929 Wtra AK
Klacht van voormalig cliënte, die tot betaling van achterstallige facturen wordt aangesproken, over het vervalsen van haar handtekening onder opdrachtbevestigingen, onder verwijzing naar een in haar opdracht opgesteld rapport van een forensisch schriftexpert. Vanwege het feit dat klaagster heeft erkend wel enig stuk te hebben ondertekend, zij in een emailbericht zelf heeft gesproken over ‘andere afspraken’ en het nodige valt af te dingen op het door haar overgelegde deskundigenrapport, is niet aannemelijk geworden dat betrokkene zich heeft bediend van opdrachtbevestigingen waarop de handtekening van klaagster is vervalst en bijgevolg is niet aannemelijk geworden dat betrokkene over die ondertekening een stelling heeft ingenomen waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

Procedurenummer 15/1161 Wtra AK
Het voeren van de handelsnaam X-accountants en het gebruiken van de domeinnaam X-accountants.nl door een kantoor waaraan maar één accountant is verbonden, levert op zichzelf beschouwd geen schending op van  het fundamentele beginsel van integriteit. Andere omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat betrokkene niet eerlijk en oprecht is opgetreden en de waarheid geweld heeft aangedaan, zijn niet gebleken. Betrokkene legt op de website van het kantoor duidelijk uit dat het een eenmanskantoor is.

Niettemin verdient het geen aanbeveling om een kantoornaam te voeren die suggereert dat er meer dan één accountant aan het kantoor is verbonden, terwijl dat feitelijk niet het geval is.

Procedurenummer 14/2794 Wtra AK
RA aanvaardt opdracht van klager en de voormalige werkgever van klager, een ministerie, tot kennisneming van de inhoud van het dossier van klager, zoals dat door beide partijen afzonderlijk is samengesteld, en vormt zich daarover een oordeel. Hij brengt daarna een schriftelijk gemotiveerd advies uit. Dit advies bevat tevens een berekening van een passend en toereikend geachte financiële vergoeding ter zake van de compensatie van de door klager ten gevolge van onrechtmatig en/ of verwijtbaar handelen en nalaten door het ministerie geleden en toekomstige schade. Klager en het ministerie hebben ingestemd met een Reglement dat betrokkene aan hen heeft voorgelegd. Daarin wordt de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van betrokkene uitgesloten.
Die uitsluiting stond betrokkene nu hij op het tijdstip waarop hij het Reglement aan klager en het ministerie heeft voorgelegd en ten tijde van het uitbrengen van het rapport ingeschreven stond als registeraccountant, niet vrij. Een overeenkomst die een verbod tot klagen inhoudt of een uitsluiting van tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, kan aan de bevoegdheid tot klagen, toegekend in artikel 22 van de Wtra, niet afdoen, ook niet als de bepaling zoals in dit geval is gebeurd, is opgenomen in een Reglement waarmee de partijen, aan wie advies wordt uitgebracht, hebben ingestemd. Het uitsluiten van civielrechtelijke aansprakelijkheid door een accountant levert in het kader van de in acht te nemen fundamentele beginselen slechts onder bijzondere omstandigheden een gegrond tuchtrechtelijk verwijt op. Zodanige omstandigheden zijn gesteld noch gebleken.
Dat laat onverlet dat de civiele rechter in een voor hem aanhangige zaak kan oordelen dat betrokkene zich niet kan beroepen op uitsluiting van zijn civielrechtelijke aansprakelijkheid. Of dat oordeel op haar plaats is, kan hier onbesproken blijven.
Reglement bevat bepaling dat betrokkene eerst na instemming klager en het ministerie deskundigen mag raadplegen. Betrokkene heeft een jurist geraadpleegd en met deze overleg gehad over zijn beoordeling van de strekking en inhoud van een gevoerde bestuursrechtelijke procedure en zijn inschatting van de kans van slagen van een door klager aan te spannen civielrechtelijke procedure. Betrokkene heeft ook overleg gehad met een loopbaanadviseur. Van dit raadplegen en van de uitkomsten van het gevoerde overleg heeft betrokkene klager en het ministerie geheel onkundig gelaten. Strijd met deskundigheid en zorgvuldigheid/vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Procedurenummer 15/733 Wtra AK
Een openbaar accountant van een entiteit met twee bestuurders/aandeelhouders die optreedt voor én de entiteit én voor één van de bestuurders/aandeelhouders, moet voortdurend bedacht zijn op mogelijke bedreigingen voor de naleving van alle fundamentele beginselen. Doen zich zodanige bedreigingen voor, dan dient hij een toereikende maatregel te nemen die ertoe leidt dat hij zich aan de fundamentele beginselen houdt. Slaagt hij er niet in een zodanige maatregel te nemen, dan hoort hij de professionele dienst te beëindigen. De bedreiging, zijn beoordeling, de toegepaste maatregel en zijn conclusie dient de accountant op grond van het derde lid van artikel 21 van de VGBA vast te leggen.
Van betrokkene had mogen worden verwacht dat hij zijn verweer dat hij maatregelen heeft genomen om de gesignaleerde mogelijke bedreiging(en) voor zijn objectiviteit weg te nemen, had onderbouwd met de schriftelijke vastleggingen van een en ander in zijn dossier. Betrokkene heeft dat nagelaten en daarom moet ervan worden uitgegaan dat hij aan de betrokkenen niet duidelijk heeft gemaakt wat zijn positie was ten opzichte van de entiteit en ten opzichte van de bestuurders/aandeelhouders.
Daarvan uitgaande heeft betrokkene na de opzegging van de opdracht namens de entiteit door een van de bestuurders/aandeelhouders van de entiteit vanwege een evident belangenconflict tussen de beide bestuurders/aandeelhouders, en het bestrijden van die opzegging door het kantoor van betrokkene met dezelfde argumenten als gebezigd door de andere bestuurder/aandeelhouder, die zich door dezelfde advocaat als dat kantoor lieten bijstaan, andermaal het fundamentele beginsel van objectiviteit geweld aangedaan doordat hij onder die omstandigheden zijn werkzaamheden voor de entiteit niet heeft beëindigd. Berisping.

 

Procedurenummer 14/3184 Wtra AK
Deskundige rapportage aan faillissementscurator. Gedegen beantwoording van door derden gesteld vragen n.a.v. het rapport. Klacht ongegrond.

Procedurenummer 15/707 Wtra AK
Kantoortoetsing. Onvoldoende stelsel van kwaliteitsbeheersing, ook bij de hertoetsing. Doorhaling voor de duur van 18 maanden.

Procedurenummer 15/66 Wtra AK
Het is vaste jurisprudentie van de Accountantskamer dat, behoudens bijzondere omstandigheden, het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professioneel gedrag (artikel A-100.4 sub a. juncto A-110.1, c.q. A-150.1 VGC) niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep . De Accountantskamer voegt daaraan toe dat onder bijzondere omstandigheden ook de beginselen van objectiviteit en of deskundigheid (in de terminologie van de VGBA: vakbekwaamheid) en zorgvuldigheid kunnen zijn geschonden en dat zulks ook het geval kan zijn, indien betrokkene weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar hem wel in sterke mate verweten kan worden een onjuist of misleidend standpunt te hebben ingenomen. Waarschuwing.

Procedurenummer 15/295 Wtra AK
Accountantskamer onbevoegd om te oordelen over schadevergoeding. In casu sprake van diverse accountantswerkzaamheden voor diverse gelieerde vennootschappen. Ten onrechte betrokkenheid bij administratie en samenstellen jaarrekening en daarna de controle van die jaarrekening in één van die vennootschappen. (Niet materiele) fout bij uitsplitsing en weergave van het vermogen in de samengestelde jaarrekening in een andere vennootschap. Ernstige fout in weergave en toelichting van resultaat en vermogen bij samenstelling van de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschap.

Procedurenummer 15-304 en 15/305 Wtra AK
Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zesjaarstermijn dan wel de driejaarstermijn. Het feit dat het nieuwe bestuur van de klagende vennootschappen een ander inzicht heeft dan het vorige bestuur, doet niets af aan de klaagsters toe te dichten wetenschap.

Procedurenummer 15/306 Wtra AK
Na het zakelijk uiteengaan dient de voormalige zakenpartner een klacht in over het ‘eigenhandig’ vaststellen van de jaarrekeningen door betrokkene. Die klacht is ten aanzien van de meeste jaarrekeningen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Anders dan betrokkene aanvoert, deelt de binnen de driejaarstermijn ‘vastgestelde’ jaarrekening niet dat lot, omdat hij ieder jaar een nieuwe afweging ter zake diende te maken. De destijds informele samenwerking tussen de zakenpartners deed niets af aan de verplichtingen, voortvloeiend uit het Burgerlijk Wetboek, aangaande het opstellen en vaststellen van de jaarrekeningen. De verslechterende samenwerking had voor betrokkene een bedreiging van niet te verwaarlozen betekenis moeten zijn voor zijn naleving van de fundamentele beginselen en had te meer reden moeten zijn tot naleving van de in het BW neergelegde voorschriften met betrekking tot het vaststellen van de jaarrekeningen. Gelet op de bijzonderheden van dit geval wordt volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

Procedurenummer 15/476 Wtra AK
Rapportage met als conclusie dat voor werkzaamheden aan een financiële administratie te hoge bedragen in rekening zijn gebracht, bedoeld om in een civielrechtelijk geschil het standpunt van een partij te ondersteunen. Betrokkene heeft ten onrechte geen hoor- en wederhoor toegepast; conclusie heeft onvoldoende deugdelijke grondslag.

Procedurenummer 15/637 Wtra AK
Gegronde klacht over de betrokkenheid van de accountant bij een evident dubieuze factuur, opgesteld door een 50% aandeelhouder om de winst van de onderneming op een voor deze aandeelhouder fiscaal gunstige wijze af te romen. Betrokkene had voldoende twijfel moeten hebben over de juistheid van die factuur en het vermoeden moeten hebben dat met die factuur de waarheid geweld werd aangedaan. Betrokkene had dan ook het in de VGC bedoelde conceptueel raamwerk moeten toepassen, wat hij heeft nagelaten en van betrokkene had verwacht mogen worden dat hij niet in verband werd gebracht met kan worden aangemerkt als niet eerlijk en niet oprecht zaken doen. Een en ander leidt tot schending van de fundamentele beginselen van integriteit, deskundigheid en zorgvuldigheid (onderscheidenlijk vakbekwaamheid en zorgvuldigheid) en professioneel gedrag (onderscheidenlijk professionaliteit), als bedoeld in de VGC (onderscheidenlijk de VGBA). Volgt de oplegging van de maatregel van berisping.

Procedurenummer 14/3111 Wtra AK
Onvoldoende aannemelijk dat betrokkene van zijn client afkomstige administratie niet heeft teruggegeven. Betrokkene is vaktechnisch niet betrokken geweest bij de voor de cliënt verrichte fiscale werkzaamheden door de fiscalisten van zijn kantoor; ook is niet aannemelijk geworden dat hij daarbij anderszins betrokken is geweest of dat had dienen te zijn; daarom tuchtrechtelijk daarvoor niet verantwoordelijk. Betrokkene trad op voor zowel de moeder als de zoon en diens ondernemingen. Daarin had in de gegeven omstandigheden betrokkene een serieuze  bedreiging voor zijn objectiviteit moeten aannemen en daarvoor afdoende waarborgen moeten treffen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Waarschuwing.

Procedurenummer 15/152 Wtra AK
Weyl-faillissementen. Klagers zijn de curatoren in de Weyl-faillissementen. Zij zijn niet door KPMG op de voet van art. 30 Wta de hoogte gesteld van een eerder ingediende tuchtklacht tegen de betrokken accountant van KPMG die de jaarrekeningen 2008 en 2009 van een goedkeurende controleverklaring heeft voorzien. Betrokkene stond de controlerend accountant in die tuchtprocedure intern bij. Daargelaten de vraag of curatoren op de voet van art. 30 Wta hebben te gelden als de controlecliënt  aan wie het ingediend zijn van een tuchtklacht gemeld moet worden, kan niet gezegd worden dat (ook) op betrokkene de verplichting ex art. 30 Wta rust, ook niet indien de controlerend accountant nalaat aan die verplichting te voldoen, en ook niet als daarna die controlerend accountant niet meer aan KPMG verbonden is.

Procedurenummer 15/232 Wtra AK
Doordat betrokkene in een brief  heeft meegedeeld dat de publicatiestukken door zijn kantoor naar de KvK zullen worden gestuurd, heeft hij de verantwoordelijkheid op zich genomen voor het tijdig deponeren van die stukken.Door klaagsters direct nadat zij de opdracht hadden beëindigd, de toegang tot de digitale onbewerkte gegevens uit de administratie van klaagsters te ontzeggen en niet in te gaan op verzoeken van klaagsters om hen weer toegang te verschaffen tot het Twinfield account, heeft betrokkene bij het eindigen van de door hem verleende professionele dienst onzorgvuldig en derhalve in strijd gehandeld met de eisen voortvloeiend uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, zoals bedoeld in artikel 2 onder d. van de VGBA.
Waarschuwing.

Procedurenummer 15/621 Wtra AK
Betrokkene begeleidt in vriendschappelijke sfeer een weduwe op leeftijd met haar vermogensbeheer (en andere meer praktische zaken). De weduwe benoemt hem op enig moment tot haar erfgenaam onder de last van enige legaten. Op enig moment dat de weduwe steeds minder goed haar vermogensrechtelijke zaken kan begrijpen, laat staan afhandelen, brengt betrokkene haar op haar verzoek naar een notaris om onder een volmacht voor een onroerend goed transactie haar handtekening te laten zetten en door die notaris te laten legaliseren. Door die transactie verbeterde de erfrechtelijke positie van betrokkene nog meer. Onder deze omstandigheden had betrokkene de bedreiging vanwege zijn eigen belang voor zijn objectiviteit moeten onderkennen en een waarborg moeten treffen, bijv. door ter zake niet behulpzaam te zijn totdat de oudere vrouw onder bewind was gesteld.
Enige tijd later is de oudere vrouw onder bewind gesteld. Op de vraag van de bewindvoerder of betrokkene wist of er een testament aanwezig was, heeft betrokkene ontkennend geantwoord. Betrokkene heeft hiermee de waarheid geweld aangedaan en daardoor niet integer gehandeld.
Beide handelingen vallen onder beroepsmatig handelen als bedoeld in art. 33, eerste lid Wet RA, nu betrokkene op zich had genomen de weduwe op vermogensrechtelijk terrein bijstand te verlenen en in die periode de weduwe heeft besloten hem tot erfgenaam te benoemen.

Procedurenummer 15/1289 Wtra AK
Niet betalen eerder door de Accountantskamer opgelegde boete van € 2.500,=. Daarom thans op grond van art. 5 Wtra de nadere maatregel 1 maand tijdelijke doorhaling.

Procedurenummer 15/1290 Wtra AK
Niet betalen eerder door de Accountantskamer opgelegde boete van € 1.000,=. Daarom thans op grond van art. 5 Wtra de nadere maatregel 1 maand tijdelijke doorhaling.

Procedurenummer 15/1291 Wtra AK
Niet betalen eerder door de Accountantskamer opgelegde boete van € 4.000,=. Daarom thans op grond van art. 5 Wtra de nadere maatregel 4 maanden (definitieve) doorhaling.
(Het niet betalen van een boete vanaf € 3.000,= leidt krachtens het beleid van de Accountantskamer i.h.a. tot het opleggen van de maatregel van (definitieve) doorhaling.)

Procedurenummer 15/1292 Wtra AK
Niet betalen eerder door de Accountantskamer opgelegde boete van € 900,=. Daarom thans op grond van art. 5 Wtra de nadere maatregel 1 maand tijdelijke doorhaling