Procedurenummer 14/2909 Wtra AK
Een overeenkomst die een verbod tot klagen inhoudt of het klagen aan voorwaarden bindt, kan aan de bij de Wtra toegekende bevoegdheid tot klagen geen afbreuk doen. Voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een klacht op grond van de Wtra is niet of door het handelen waarover wordt geklaagd het algemeen belang wordt geschaad.

Onder de VGBA is de reikwijdte van het tuchtrecht waar het gaat om gedragingen van een accountant in het kader van zijn zakelijke relatie tot zijn werkgever, naar het oordeel van de Accountantskamer niet beperkt tot werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het accountantsberoep. Weliswaar is het fundamentele beginsel van integriteit als bedoeld in artikel 2 onder a. van de VGBA op grond van artikel 3, tweede lid, van de VGBA alleen van toepassing “bij de uitoefening van zijn beroep” en wijst de toelichting op dit artikel daarbij allereerst op het verlenen van een professionele dienst, dat neemt niet weg dat er bij een grammaticale uitleg van dit begrip geen grond is om te oordelen dat gedragingen van een accountant in het kader van zijn  zakelijke relatie met zijn werkgever daar niet onder vallen.
Steun daarvoor vindt de Accountantskamer in de toelichting op artikel 42 van de Wab en in de toelichting op artikel 6 van de VGBA, die inhoudt dat het eerlijk en oprecht optreden van een accountant dat het fundamentele beginsel van integriteit van hem verlangt, onder meer inhoudt dat hij eerlijk zaken doet en de waarheid geen geweld aandoet. Een extra argument kan worden ontleend aan de vakgebieden waarop de opleiding van elke accountant volgens het Besluit accountantsopleiding 2013 betrekking heeft.

Procedurenummer 15/255 Wtra AK
Betrokkene handelt zowel als bestuurslid/penningmeester en administratief dienstverlener van een C.V.. Voor zijn werkzaamheden, waarbij hij zijn vakbekwaamheid van accountant heeft ingezet, is hij  (als accountant in business) in beide hoedanigheden tuchtrechtelijk aanspreekbaar., ook al heeft hij van zijn titel als RA geen gebruik gemaakt. Evenmin is van belang dat het opstellen van de concept-exploitatierekening en het ter goedkeuring voorleggen aan de leden van de CV een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het bestuur is, nu betrokkene grotendeels de scribent is van die exploitatierekeningen en gesteld noch gebleken is dat hij binnen het bestuur daarvan afstand heeft genomen.
De jaaroverzichten en de daarbij behorende toelichtingen van deze kleine rechtspersoon vertonen meerdere gebreken, maar gebreken zijn in deze specifieke casus materieel bezien van gering gewicht. Nu echter daarnaast in de jaaroverzichten aanzienlijk meer gedetailleerde informatie is opgenomen dan door de wet vereist, kan in ieder geval niet worden gezegd dat door de werkwijze van betrokkene afbreuk wordt gedaan aan het inzicht dat de beoogde gebruikers dienen te krijgen. Mede gezien het feit dat betrokkene zijn werkzaamheden niet als openbaar accountant, maar als accountant in business heeft verricht en dat in het geheel niet is gebleken dat betrokkene de gebruikers van de exploitatieverslagen, te weten de leden van de CV, daarmee op het verkeerde been heeft gezet, laat staan heeft willen zetten, is de Accountantskamer van oordeel dat in deze kan worden volstaan met gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

Procedurenummer 15/400 Wtra AK
Klacht tegen voorzitter van het bestuur van een accountantsorganisatie wegens het door die accountantsorganisatie inroepen van een pandrecht tegenover een cliënt/schuldenaar van een accountant(skantoor), welk kantoor nog een bedrag is verschuldigd aan de accountantsorganisatie. Het is vaste jurisprudentie dat het een accountant in beginsel vrijstaat om in zijn zakelijke betrekkingen een civielrechtelijk standpunt in te nemen, behoudens bijzondere omstandigheden. In dit geval is niet in te zien dat betrokkene gehouden zijn te verhinderen dat zijn organisatie een beroep doet op dat pandrecht. Klacht is ongegrond.

Procedurenummer 15/578 Wtra AK
Samenstelpraktijk beschikt ten tijde van hertoetsing nog steeds niet over intern stelsel van kwaliteitsbeheersing dat voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Definitieve doorhaling voor een termijn van 18 maanden.
 

Procedurenummer 15/352 Wtra AK
Klacht inhoudend dat betrokken accountant een leugenachtige klacht heeft ingediend tegen de klager (advocaat van tegenpartijen van betrokken accountant in procedures) bij de deken van de orde van advocaten is ongegrond. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat klacht op leugens is gestoeld.

Accountantskamer handhaaft VGC-jurisprudentie over toetsing aan  fundamentele beginselen van het innemen van een civielrechtelijk standpunt ook na inwerkingtreding VGBA.

Procedurenummer 14/19 Wtra AK
Controle jaarrekening van beursgenoteerde entiteit met goedkeurende verklaring. De entiteit houdt ruim 43% van de aandelen in een andere eveneens beursgenoteerde vennootschap (hierna: de deelneming).Entiteit heeft een vordering uit een lening op de deelneming. De boekwaarde van de deelneming is in de jaarrekening gesteld op de beurswaarde van de deelneming. Klaagster acht deze waardebepaling onjuist. In de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening staat dat er een voorziening is getroffen in verband met de (rente over) de vordering op de deelneming. Volgens klaagster is dat ten onrechte gebeurd.  

Niet blijkt of betrokkene heeft onderzocht of er, zoals is voorgeschreven in IAS 39.58, objectieve aanwijzingen waren voor een bijzondere waardevermindering van de deelneming. Pas als die er zijn, wordt toegekomen aan de toetsing beschreven in IAS 28.33. Van betrokkene had ook gevergd kunnen worden dat hij in het controledossier ervan blijk had gegeven dat hij heeft beoordeeld of de entiteit terecht aangenomen heeft dat de structureel lagere beurswaarde van de deelneming een aanwijzing vormde voor een bijzondere waardevermindering. In IAS 28.33 wordt verwezen naar IAS 36 en uit IAS 36.130 volgt dat in de toelichting op de jaarrekening wel, anders dan betrokkene meent, expliciet (en niet impliciet) vermeld had moeten worden of de realiseerbare waarde van de deelneming is gesteld op de reële waarde minus de verkoopkosten of op de bedrijfswaarde, en daarnaast ook wat de gehanteerde disconteringsvoet(en) voor schatting van de bedrijfswaarde is (zijn) dan wel (voor het geval de realiseerbare waarde is gesteld op de reële waarde minus de verkoopkosten) wat de gehanteerde basis voor de bepaling van de reële waarde minus de verkoopkosten is. Uit het controledossier had vanzelfsprekend ook (los van het vorenstaande) moeten blijken dat betrokkene daadwerkelijk heeft onderzocht en beoordeeld of de entiteit terecht heeft gekozen voor de beurswaarde van de deelneming als hoogste realiseerbare waarde.
Ervan uitgaande dat er naar de mening van betrokkene geen grond was om in verband met de vordering op de deelneming een voorziening te treffen, had betrokkene ervoor moeten zorgdragen dat in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening niet is opgenomen dat die voorziening is getroffen.
Onvoldoende naleven voorschriften IFRS en tekortschieten in deskundigheid en zorgvuldigheid. Berisping.

Procedurenummers 15/132 en 15/133 Wtra AK
Klacht over samenstelling van een jaarrekening. Voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkenen geen dan wel onvoldoende aandacht hebben besteed aan twee materiële posten die vragen hadden moeten oproepen. Daar nader onderzoek na te laten is het gestelde in NVCOS 4410 niet nageleefd en is het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid geschonden. Voorts is gebleken dat betrokkenen hebben nagelaten intern melding te maken van ongebruikelijke transacties in de zin van Wwft, wat eveneens in strijd is met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid en voorts met het fundamentele beginsel van professioneel gedrag. Een en ander leidt tot de maatregel van berisping voor elk van de betrokkenen.

Procedurenummer 14/3235 Wtra AK
Kantoortoetsing. Op iedere accountant verbonden aan een accountantspraktijk rust de verplichting zorg te dragen voor een voldoende stelsel van kwaliteitsbeheersing, zodat betrokkene tuchtrechtelijk aanspreekbaar is voor eventuele tekortkomingen in dat stelsel, ook al was een andere accountant meerderheidsaandeelhouder. Overigens is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene vaktechnische verantwoordelijkheid droeg, zodat hij daarvoor in tuchtrecht kan worden aangesproken. Na eerste negatief eindoordeel worden in 2013 in een hertoetsing vijf dossiers getoetst die allen als onvoldoende worden beoordeeld, terwijl er voorts op kantoorniveau in strijd met diverse voorschriften is gehandeld. Niet gebleken is dat het kantoor inmiddels beschikt over een deugdelijk stelsel van kwaliteitsbeheersing. Alles overziende wordt een doorhaling passend en geboden geacht, voor de duur van 18 maanden. Dat het kantoor – in de persoon van andere accountants – nog onverminderd assurance- en aan assurance verwante-opdrachten kan uitvoeren, kan daar niet aan afdoen. Het is aan de beroepsorganisatie en/of de AFM om naar dat laatste onderzoek te doen en daar eventueel een gevolgtrekking aan te verbinden.

Procedurenummer 15/258 Wtra AK
Klacht over schending objectiviteit / belangentegenstelling wegens overschrijding van de driejaarstermijn uit artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk.