Procedurenummer 16/894 Wtra AK
Betrokkene heeft een financieel onderzoek uitgevoerd voor zijn opdrachtgever en een rapport uitgebracht. De opdrachtgever heeft over de inhoud van dat rapport een persbericht uitgebracht. In een reactie daarop aan zijn cliënt heeft betrokkene haar gewezen op de passage in het rapport ten aanzien van het gebruik daarvan en laten weten geen toestemming voor openbaarmaking van het rapport te hebben verleend en zich van de gegeven interpretatie in het persbericht te distantiëren. Betrokkene heeft, geconfronteerd met de onjuiste informatie adequaat en conform de geldende beroepsregels (artikel 10 VGBA) gehandeld. De klacht is ongegrond.

Procedurenummer 16/1655 Wtra AK
Een vereniging verzorgt de administratie voor één van de bij haar aangesloten leden op grond van een dienstverleningsovereenkomst. In verband met een tussen hen ontstaan geschil voert betrokkene in opdracht van het lid (een stichting) een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de door de vereniging verrichte betalingen voor het lid. Betrokkene heeft in zijn rapport niet vermeld op grondslag van welke beroepsnormen hij zijn onderzoek heeft uitgevoerd. Afgezien van de vraag of NVCOS 4400 de toepasselijke standaard is blijft het algemene uitgangspunt dat betrokkene zich dient te houden aan de gedrags- en beroepsnormen voortvloeiende uit de VGBA. Het onderzoek is niet aan te merken als persoonsgericht onderzoek omdat het onderzoek betrekking had op de opdrachtgever. Omdat het onderzoek ook de rechtspositie van de vereniging kon raken heeft betrokkene toepassing gegeven aan het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid en het conceptrapport terecht voor een wederhoor reactie naar de vereniging gestuurd. De klacht is gegrond wat betreft de verwerking door betrokkene van de reacties van de vereniging op het conceptrapport in het rapport. De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd.

 

Procedurenummer 16/2362 Wtra AK
Samenstelwerkzaamheden voor persoonlijke holdings van clienten en de samenwerkingsvennootschappen waarin de persoonlijke holdings een aandeel hadden. De samenwerking tussen de clienten eindigt. Het verwijt achteraf dat betrokkene een managementfee ten gunste van een persoonlijke holding in de jaarrekening van één van de samenwerkingsvennootschappen heeft verwerkt is ongegrond, omdat zulks gebaseerd is geweest op de door de clienten zelf aangedragen en door hen gevoerde financiële administratie, waaronder de desbetreffende facturen en betaalbewijzen, en er geen reden was voor betrokkene om aan deze gegevens te twijfelen.
Betrokkene heeft terecht van een professioneel kritische houding doen blijken bij het verwerken in de balans van een rekening-courantvordering tussen de persoonlijke holdings van zijn clienten. Geen schending van objectiviteit.

 

Procedurenummer 16/2274 Wtra AK
Waardering van onderneming door huisaccountant van de onderneming in kader van echtscheidingsprocedure aandeelhouders/bestuurders. Ten onrechte geen afzonderlijke opdracht(bevestiging), geen waarborgen tegen bedreiging objectiviteit als bedoeld in artikel A-100.4 sub b VGC respectievelijk artikel 11 VGBA bij belangentegenstelling tussen aandeelhouders, ondeugdelijke grondslag voor waardering. Betrokkene is zich niet van een bedreiging bewust geweest en heeft geen waarborgen/maatregelen heeft getroffen, zelfs niet toen hem duidelijk geworden moest zijn dat klaagster het volstrekt niet eens was met zijn waardebepaling en het conflict tussen de echtelieden/aandeelhouders escaleerde. Betrokkene heeft de aandelen in het economisch verkeer gewaardeerd op basis van de intrinsieke waarde-methode en geschat op een bedrag van € 60.000,--, zonder uitleg te geven over de door hem gehanteerde (ongebruikelijke) waarderingsmethode. Een latere waardering door een andere accountant volgens de APV-methode kwam uit op een economische waarde van tussen € 700.000 en € 1.300.000. Berisping.

 

Procedurenummer 16/1533 Wtra AK
Betrokkene heeft in opdracht van een advocaat een rapport opgesteld waarin hij concludeert dat klager – ook een registeraccountant – niet als redelijk handelend accountant heeft gehandeld door in een – in opdracht van diezelfde advocaat – opgesteld rapport te concluderen dat een bepaald fonds daadwerkelijk had belegd in obligaties. Hiermee handelde betrokkene in strijd met de deskundigheid en zorgvuldigheid: klager had immers in diens rapport niet geconcludeerd dat het fonds had belegd, maar dat dit niet kon worden vastgesteld. Betrokkene heeft niet het onderzoek van klager gevolgd om vervolgens vast te stellen of dat onderzoek kon leiden tot de door klager opgeschreven bevindingen, maar heeft zijn eigen onderzoek naar de beleggingen hiervoor in de plaats gesteld. Ook heeft betrokkene geen overleg met klager gevoerd waar dat wel had gemoeten. Het rapport van betrokkene heeft daarmee geen deugdelijke grondslag. Hetzelfde geldt voor een mededeling van betrokkene aan de pers met dezelfde strekking. Berisping opgelegd.

Procedurenummer 16/1957 Wtra AK
Advies over waardebepaling van  ondernemingsvermogen, inclusief de privé schulden aan de  ondernemingen in kader van echtscheidingsprocedure. Gezamenlijke opdracht echtelieden. Accountant heeft niet duidelijk kunnen maken dat de totale afwaardering van een lening aan de grootaandeelhouder gerechtvaardigd was. Ondanks een bestaande overwaarde in de woning toch overgegaan tot een totale afwaardering van genoemde vordering op grond van het “totaalbeeld” dat hij van de zaak had. Zonder nadere onderbouwing geen deugdelijke grondslag. Schending van het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA. Berisping.

 

Procedurenummer 16/96 Wtra AK
Betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid door zonder nader onderzoek kosten voor zijn werkzaamheden bij een verkeerde vennootschap te factureren. Zeker nu de belangen van de diverse vennootschappen niet parallel liepen, had het op zijn weg gelegen zich er van te vergewissen, en zulks ook schriftelijk vast te leggen, dat de diverse vennootschappen met deze handelwijze instemden. Maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 16/1375 Wtra AK
Betrokkene heeft niet onderkend dat zijn onderzoek dat door de opdrachtgever en hemzelf wordt gekwalificeerd als een quick scan naar de administratie van een failliete vennootschap, gedeeltelijk kwalificeert als een persoonsgericht onderzoek. Betrokkene heeft ook geen oog gehad voor een signaal dat de opdrachtgever zijn rapport zou kunnen gebruiken voor een ander doel dan was afgesproken. Betrokkene heeft over de rol van een van de klagers conclusies getrokken die op een ondeugdelijke grondslag berusten. Berisping.

 

Procedurenummers 16/1927 en 16/2178 Wtra AK
In het geval van het opzeggen van een opdracht tot het samenstellen van jaarrekeningen brengt het fundamentele beginsel van (deskundigheid/vakbekwaamheid) en zorgvuldigheid met zich dat een accountant eerst zijn bevindingen bij de directie van de entiteit rapporteert en die op de hoogte brengt van het voornemen tot opzegging van de opdracht. In casu is door betrokkene niet voldoende duidelijk gemaakt wat er voor de opzeggingsbrief is voorgevallen. Klaagster mocht er dan ook op vertrouwen dat de opdracht zou worden uitgevoerd. Dit geldt te meer nu klaagster door de opzegging in dringende tijdnood kwam om nog een wettelijke controle door een andere accountant te laten uitvoeren. De klacht is gegrond, maar er wordt geen maatregel opgelegd omdat betrokkene alvorens hij de opdracht heeft beëindigd nog advies heeft ingewonnen, er geen concreet nadeel is geleden, en betrokkene zelf heeft verzocht zijn vergunning voor het doen van wettelijke controles in te trekken.