Procedurenummer 17/2555 Wtra AK
Als een accountant een professionele dienst voor iemand verricht (betaald of onbetaald) en in de hoedanigheid van accountant contact zoekt met een ander en deze vraagt om informatie, dient hij of zij zich vanaf het eerste contact als accountant kenbaar te maken, zodat degene met wie contact wordt gezocht adequaat daarop kan reageren. Door dit niet te doen heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht opgetreden en daarmee het in artikel 6 van de VGBA neergelegde fundamentele beginsel van integriteit geschonden. Betrokkene heeft verder in strijd met genoemd fundamenteel beginsel gehandeld door op persoonlijke titel lid van klaagster te worden, op persoonlijke titel inzage in de jaarrekening en de daarvoor vereiste toegang tot het hoofdkantoor te vragen en haar rol niet te verduidelijken, terwijl zij wist dat daarover bij klaagster onduidelijkheid bestond. Tot slot heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht gehandeld door een journalist als partnerlid in te schrijven met het oogmerk deze toegang te geven tot bepaalde gegevens van klaagster, terwijl die journalist niet haar partner was en evenmin  op hetzelfde adres als betrokkene stond ingeschreven. Maatregel: berisping.

 

Procedurenummer 18/512 Wtra AK
Aan de accountant wordt verweten dat hij onrechtmatig en in strijd met de wet en de fundamentele beginselen van professionaliteit, integriteit, objectiviteit en vakbekwaamheid heeft gehandeld door niet met de belangrijkste schuldeisers van zijn besloten vennootschap te overleggen over een activa-passiva transactie, door zijn besloten vennootschap te ontbinden terwijl er nog een schuld openstond en door wel een schuld van € 47,07 aan zijn energieleverancier te voldoen maar niet de schuld aan klaagster. Deze klacht is ongegrond nu deze deels een feitelijke grondslag mist en overigens is gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting.

 

Procedurenummer 18/1763 Wtra AK
Klacht tegen een betrokkene tijdens een periode dat hij als accountant in het register is doorgehaald, kan niet ambtshalve (na intrekking door klager) in het algemeen belang worden voortgezet.

 

Procedurenummer 17/553 Wtra AK
Klacht tegen accountant die onderzoek heeft ingesteld naar het declaratiegedrag van de oud-burgemeester van Bussum grotendeels niet-ontvankelijk in zoverre er eerder door het College van Beroep voor het bedrijfsleven inhoudelijk is geoordeeld over hetzelfde handelen en nalaten van de accountant. Dat dit oordeel is gegeven op basis van een door een andere klager ingediende klacht is niet van belang.Het accountantstuchtrecht is immers primair gericht op handhaving van het peil van het beroep en van het vertrouwen dat het publiek daarin stelt ofwel op de goede beroepsuitoefening door accountants en handhaving van de eer van de stand van de accountants, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op het accountantsberoep, en niet op correctie van het handelen of nalaten van een accountant jegens een individuele klager.

Een klachtonderdeel (het aanvaarden van de opdracht voor een fixed fee) is wel ontvankelijk maar in het licht van het verweer onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Procedurenummer 17/2701, 17/2702 en 17/2703 Wtra AK
In het geval van een vennootschap onder firma, bestaande uit twee vennoten, kan van de accountant worden verlangd dat hij zich in een persoonlijk contact met beide vennoten ervan vergewist met wie het overleg moet worden gevoerd en of de andere vennoot daarmee heeft ingestemd. Deze verplichting geldt ongeacht hoe de onderlinge afspraken luiden tussen de vennoten over de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vennootschap. Nu in geen van de jaren waarin de samenstellingswerkzaamheden zijn verricht in een persoonlijk contact is geverifieerd of klaagster ermee instemde dat de overleggen over de jaarrekeningen alleen met de andere vennoot (haar zoon) werden gevoerd, is Standaard 4410 niet nageleefd en is sprake van schending van de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag (art. A.100.4 onder c. en e. VGC)/ vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (art. 2 onder d VGBA. Deze beginselen zijn eveneens geschonden door na te laten met klaagster te overleggen over haar aangiften inkomstenbelasting.

De klacht is verder tegen een van de betrokkenen gegrond voor zover hem verweten wordt dat hij, gezien de tenaamstelling van twee facturen op een andere vof dan die van klaagster, niet heeft nagegaan of de met deze facturen in rekening gebrachte kosten, terecht voor rekening van de vof van klaagster werden gebracht en dat een aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar voorafgaande instemming is ingediend. Maatregel: waarschuwing.

 

 

 

 

Procedurenummer 17/2735 Wtra AK
Klagers verwijten betrokkene onder meer dat hij als (indirect) bestuurder van zijn vennootschap onjuiste, onvolledige en informatie heeft ingebracht in een gerechtelijke procedure, dat hij ondanks een daartoe strekkend verzoek geen maatregelen heeft genomen om deze informatie weg te nemen of te corrigeren, maar daarentegen strafrechtelijk aangifte heeft gedaan en dat hij een onware verklaring heeft ondertekend en onder ede heeft bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Een en ander geldt eveneens wanneer een accountant strafrechtelijk aangifte doet. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep of, in de terminologie van de VGBA: het accountantsberoep in diskrediet brengend.  Onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden, zodat de klacht in zoverre ongegrond is.
Voor zover de klacht inhoudt dat betrokkene functies combineert die onverenigbaar zijn met de aan een accountant te stellen eisen en dat hij nooit heeft vastgesteld of zijn vennootschap ook daadwerkelijk eigenaar is van haar belangrijkste activa, is deze, voor zover al ontvankelijk, bij gebreke van voldoende onderbouwing, ongegrond.

 

Procedurenummers 16/2883 en 16/2884 Wtra AK
Klacht over controles post royalty’s (die ten goede kwamen aan een trust gevestigd op Cyprus) in jaarrekeningen gegrond. De truststructuur is opgezet door belastingadviseurs die zijn verbonden aan dezelfde organisatie als de betrokken accountants. Begunstigde van de trust is onder andere de natuurlijke persoon die (indirect) directeur/grootaandeelhouder is van de entiteit die de royalty’s betaalde.  Betrokkenen (de controlerend accountant en de leider van het controleteam die naar eigen zeggen niet deskundig waren op het gebied van trusts) hadden bij de controles niet uitsluitend mogen steunen op informatie van deze fiscalisten, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de NVCOS voor het gebruik maken van de werkzaamheden van deskundigen. De informatie waarover de fiscalisten en betrokkenen beschikten betreffende het zakelijke karakter van de overeenkomst op grond waarvan de royalty’s werden betaald en het ontbreken van zeggenschap van de directeur/grootaandeelhouder over het uitkeringsbeleid van de trust was immers (zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging voor het opzetten van de truststructuur) louter gebaseerd op mededelingen aan de fiscalisten van die directeur/grootaandeelhouder zelf.  Vanwege de tekortschietende controles van de post royalty’s berusten de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen op een ondeugdelijke grondslag. Betrokkenen hadden tegen deze achtergrond het aangaan van de licentieovereenkomst en het opzetten van de truststructuur moeten aanmerken als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wwft en die transactie op grond van de wet moeten melden. Klacht dat dit ten onrechte niet is gebeurd is eveneens gegrond. Tuchtrechtelijke procedure op grond van de Wtra valt niet te kwalificeren als een criminal charge in de zin van het EVRM en daarom is er geen sprake van ne bis in idem wat betreft de klacht dat betrokkene (2) omschrijvingen in facturen heeft aangepast. Ook die klacht is gegrond omdat dit handelen strijd oplevert met het fundamentele beginsel van integriteit. Bij het opleggen van een maatregel is ten voordele van betrokkenen meegewogen dat zij lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de uitkomst van de tuchtprocedure.

Procedurenummer 18/292 Wtra AK
Uitgevoerde onderzoeksopdracht waarbij betrokkene zowel conceptversies als een eindversie in het rechtsverkeer brengt. Betrokkene had in de conceptrapportages een verspreidingsverbod moeten opnemen. Het is van diverse in de conceptrapportages voorkomende meningen en conclusies onduidelijk van wie die zijn; dat is onzorgvuldig. Voorts ontbeert  het definitieve rapport ter zake meerdere door betrokkene getrokken conclusies een deugdelijke grondslag. Berisping.