Procedurenummer 17/1784 en 17/1785 Wtra AK
De maten van het kantoor van betrokkenen, waaronder betrokkenen zelf, zijn verwikkeld in een civiele procedure met hun voormalige kantoordirecteur over de door deze gevorderde bonus. Het kantoor neemt bij de civiele rechter bepaalde standpunten in over de jaarrekeningen waarop de bonus is gebaseerd. De voormalige kantoordirecteur verliest in twee instanties bij de civiele rechter, maar dient toch een tuchtklacht in. De Accountantskamer toetst de klacht inhoudelijk. Het door een accountant al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden zou onder meer sprake zijn indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw blijkt te zijn of, naar zijn aard bezien, moet worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Voorts heeft te gelden dat onder bijzondere omstandigheden ook de fundamentele beginselen van objectiviteit en of vakbekwaamheid en zorgvuldigheid kunnen zijn geschonden en dat dit ook het geval kan zijn indien de betrokken accountant weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar hem wel in sterke mate kan worden verweten dat hij een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen of doen innemen.

De klacht wordt ongegrond verklaard nu van voormelde bijzondere omstandigheden niet is gebleken.

Procedurenummer 17/1379 Wtra AK
Betrokkene heeft zich aanvankelijk tegenover een van de belanghebbenden bij een entiteit gepresenteerd als adviseur van de andere belanghebbende nadat tussen hen beide geschillen waren gerezen. Vervolgens accepteert hij de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening van de entiteit en is hij aanwezig op de algemene vergadering waarop die jaarrekening wordt besproken. Onder deze omstandigheden moet een accountant extra bedacht zijn op naleving van alle fundamentele beginselen en in het bijzonder op het beginsel van objectiviteit. Schending 21 VGBA want bedreigingen en maatregelen niet schriftelijk vastgelegd. Schending van het fundamentele beginsel van objectiviteit en dat van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Berisping.

Procedurenummer 18/258 Wtra AK
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding zesjaarstermijn en het ne-bis-in-idem-beginsel.

 

Procedurenummer 16/1369 Wtra AK
Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht ter zake de continuiteitsveronderstelling van het bestuur van de onderneming en zich daarbij onvoldoende professioneel-kritisch opgesteld. Ten onrechte heeft betrokkene niet beoordeeld of het afschaffen van een onderhoudsvoorziening kwalificeerde als stelselwijziging als bedoeld in RJ 140. Uitleg van artikel 7, lid 6 van de Regeling verslaggeving WTZi inzake het al dan niet consolideren van een ‘steunstichting’.

Procedurenummer 17/1388 Wtra AK
Een accountant die bestuurder is van een onderneming, maakt bij het uitoefenen van het bestuur van een onderneming gebruik van zijn vakbekwaamheid als accountant. Hij verricht in die functie dan ook een professionele dienst als bedoeld in de VGBA, zodat op zijn gedragingen als bestuurder alle fundamentele beginselen van de VGBA van toepassing zijn.

 

Procedurenummer 18/102 Wtra AK
Voorzittersbeslissing ex art. 39 Wtra. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk i.v.m. overschrijding 3-jaarstermijn.

 

Procedurenummer 17/1313 Wtra AK
Klacht gedeeltelijk te laat ingediend. Voor zover de klacht wel tijdig is ingediend is de klacht na de weerspreking door betrokkene onvoldoende feitelijk onderbouwd en daarom ongegrond.

 

Procedurenummer 17/670 Wtra AK
Klacht voor een deel niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige onvoldoende onderbouwd en dus ongegrond. Ter zitting aangevoerd verwijt is een ontoelaatbare aanvulling van de klacht aangezien betrokkene daardoor onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zich tegen dit verwijt te verweren.

Procedurenummer 17/716 Wtra AK
De eisen van een behoorlijke tuchtprocedure brengen volgens vaste jurisprudentie van de Ack met zich dat een klager klachten die hun grondslag vinden in een bepaald feitencomplex, waarvan klager kennis draagt, zo veel mogelijk tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt althans dat hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling van een eerder ingediende klacht zijn overige klachten over hem bekend handelen of nalaten indient. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk.

Procedurenummers 17/1778 en 17/1779 Wtra AK
Beperkte opdracht van de accountant die een beoordelingsopdracht uitvoert. Voldoende werkzaamheden uitgevoerd ten aanzien van een verbonden partij. Onjuiste opvatting van klagers dat bij een in de jaarrekening opgenomen reserve of een voorziening groot onderhoud, daarvoor ook voldoende liquide middelen aanwezig moeten zijn.