Procedurenummer 16/1304 Wtra AK
Geklaagd wordt over het afgeven van de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening zonder over toereikende controle-informatie over de belangrijkste post in de jaarrekening te beschikken. De klacht is tijdig ingediend. Dat het vergaren van voldoende controle-informatie voorafgaande aan het afgeven van de verklaring had moeten plaatsvinden en dus (mogelijk) meer dan zes jaar vóór het indienen van de klacht, maakt dat niet anders, omdat pas tot het afgeven van een goedkeurende verklaring mocht worden overgegaan, zodra betrokkene kon beschikken over voldoende controle-informatie.

De klacht is gegrond. Vast staat dat betrokkene na het afgeven van verklaringen inhoudende een oordeel met beperking bij aan verzekeraars gezonden nacalculaties in het kader van de controle van de betreffende post in de jaarrekening geen aanvullende werkzaamheden heeft verricht. Het bedrag van de betreffende post kwam overeen met de som van de bedragen die volgens de nacalculaties waren gedeclareerd. De verklaringen met beperking steunden op het ontbreken van voldoende en geschikte controle-informatie. Betrokkene  heeft onvoldoende beargumenteerd waarom in het kader van de controle van juistheid en volledigheid van de post in de jaarrekening adequate en voldoende controle-informatie kon worden ontleend aan wat wordt aangeduid als bevestigingen bij de nacalculaties. Berisping.

Advocaat die ook accountant is. Norm: Het al dan niet in rechte innemen van (civielrechtelijke) standpunten door een als advocaat werkzame accountant in business, die namens een cliënt procedeert en/of daarmee samenhangende handelingen verricht, in het kader van de door een accountant in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit ‑ behoudens bijzondere omstandigheden ‑ niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant (als advocaat) ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend ‑ en dus te kwader trouw ‑ blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als (in de terminologie van de VGBA) het accountantsberoep in diskrediet brengend. In dit verband kan ook het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid zijn geschonden, te weten in een geval waarin de betrokkene weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar haar/hem wel in sterke mate verweten kan worden een onjuist of misleidend standpunt te hebben ingenomen. In onderhavige casus: grotendeels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

Procedurenummer 16/1207 Wtra AK
Klacht over stellingen die betrokkene die ook advocaat is, als advocaat in een procedure namens haar cliënt naar voren heeft gebracht. Die stellingen missen volgens klager feitelijke grondslag. Van andere stellingen had betrokkene de feitelijke juistheid moeten onderzoeken, alvorens ze in te nemen.

De klacht is binnen de termijn van drie jaar ingediend. Dat betrokkene dezelfde stellingen eerder heeft ingenomen op tijdstippen die meer dan drie jaar voor het indienen van de klacht zijn gelegen, maakt dit niet anders. Een ander oordeel zou tot gevolg hebben dat een accountant tuchtrechtelijk verwijtbare uitlatingen en stellingen kan herhalen zonder daarop tuchtrechtelijk aangesproken te kunnen worden, omdat hij diezelfde uitlatingen eerder ook heeft gedaan.

Beroepsmatig handelen in de zin van artikel 42 Wab omvat mede het handelen van een accountant in zijn hoedanigheid van advocaat. De omstandigheid dat het handelen van een accountant in zijn hoedanigheid van advocaat (mogelijk) ook is onderworpen aan het tuchtrecht voor advocaten is geen reden om die accountant niet ook onderworpen te achten aan het tuchtrecht voor accountants.

Gezien de bijzondere positie van de advocaat in zijn rol als behartiger van uitsluitend de belangen van zijn cliënt, zoekt de Accountantskamer aansluiting bij haar jurisprudentie inzake het door een accountant in zijn eigen zakelijke betrekkingen innemen van civielrechtelijke standpunten. Dat betekent dat slechts onder bijzondere omstandigheden door de Accountantskamer geoordeeld zal kunnen worden dat er in het kader van de naleving van de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, professionaliteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid plaats is voor een gegrond tuchtrechtelijk verwijt.

Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een advocaat/accountant ingenomen stelling bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. In deze zaak is niet gebleken van dergelijke bijzondere omstandigheden.

Procedurenummers 16/1699, 16/1700 en 16/1701 Wtra AK
Werkzaamheden bestaande in het deelnemen aan besprekingen over de (voorgenomen) koop van aandelen en het verstrekken van informatie aan een financier moeten worden beschouwd als het verrichten van transactiegerelatieerde adviesdiensten. Klacht over het niet schriftelijk bevestigen van de opdracht daartoe gegrond verklaard. In de brief aan de financier is vermeld dat de verrichte werkzaamheden met betrekking tot de projectadministratie “diepgaander zijn geweest dan gebruikelijk is bij een jaarrekeningcontrole”, dat geen onzekerheden bekend zijn die nog tot mogelijke verliezen kunnen leiden, en dat dit standpunt is gebaseerd op de verrichte werkzaamheden ten behoeve van de jaarrekeningcontrole in overeenstemming met de NVCOS. Die formuleringen wekken niet de verwachting dat bij de jaarrekening een verklaring van oordeelonthouding zal worden afgegeven vanwege het ontbreken van een deugdelijke projectadministratie. Ook met die brief hebben de accountants gehandeld in strijd met de van hen te verlangen deskundigheid en zorgvuldigheid. Berisping/waarschuwing.

Procedurenummers 16/3132 en 16/3133 Wtra AK
Toetsing door de Nba (krachtens Convenant met de AFM) van de wettelijke controlepraktijk van een accountantsorganisatie met een niet-OOB vergunning. Toepasselijke wetgeving bij een dergelijke toetsing, verricht vóór 29 september 2015. Stelsel van kwaliteitsbeheersing wettelijke controles voldoet niet. Niet gebleken dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing overige professionele diensten niet zou voldoen. Daarin aanleiding om alleen doorhaling als extern accountant in het AFM-register te gelasten en niet ook in het Nba-register. Doorhaling 18 maanden.

 

Procedurenummer 16/2398 Wtra AK
Klachten over werkzaamheden accountant (waaronder samenstellen jaarrekeningen) die is opgetreden als deskundige in een arbitrageprocedure ongegrond. Klaagsters hebben hun standpunt dat betrokkene de werkzaamheden niet overeenkomstig de opdracht van het scheidsgerecht heeft uitgevoerd en de bepalingen van standaard 4410 niet in acht heeft genomen onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Bovendien heeft het scheidsgerecht zelf niet geoordeeld dat betrokkene de opdracht onjuist heeft uitgevoerd of zich niet aan de instructies van de arbiters heeft gehouden. Dat oordeel over de bruikbaarheid van het deskundigenbericht en de jaarrekeningen voor het geschil is leidend voor de Accountantskamer.

Procedurenummer 17/414 Wtra AK
Conclusies, die in een rapport van een accountant zijn opgenomen, dienen van een deugdelijke grondslag te zijn voorzien; dat geldt in versterkte mate indien een dergelijke rapportage bedoeld is om in een gerechtelijke procedure ter ondersteuning van een partijstandspunt over te leggen. In de meeste gevallen   zo ook in het onderhavige geval, waarbij betrokkene is voorbij gegaan aan het persoonsgerichte karakter van zijn rapportage- is die deugdelijke grondslag onmogelijk te bewerkstelligen zonder het toepassen van hoor en wederhoor. Nu het rapport reeds om zo’n basale reden deugdelijke grondslag ontbeert, is de klacht gegrond en kan het bespreken van de 43 deelklachten daargelaten worden. Betrokkene lijkt in zijn formuleringen bedoeld te hebben een bepaalde mate van assurance te verstrekken, hetgeen niet past in de kennelijk door hem bedoeld rapportage ex NVCOS 4400, terwijl de door hem toegepaste werkwijze alsdan een geheel andere had moeten wezen. Berisping.

Procedurenummer 17/594 Wtra AK
Betrokkene heeft klager 2), die, via klaagster 1), 100% van de aandelen in besloten vennootschap A hield, privé en zakelijk bijgestaan. Hij heeft klagers geadviseerd bij de verkoop van 50 % van de aandelen in A aan de besloten vennootschap B. Vervolgens heeft betrokkene de besloten vennootschap B en haar directeur-grootaandeelhouder als financieel adviseur bijgestaan bij de beslechting van de geschillen die tussen hen en klagers waren ontstaan en hen onder meer geadviseerd bij de koop van de overige door klagers in de besloten vennootschap A gehouden aandelen. Omdat hiervan een bedreiging uitging voor de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit diende betrokkene een toereikende maatregel te nemen (en vast te leggen) die ertoe zou leiden dat hij zich aan het fundamentele beginsel zou houden. Betrokkene heeft geen bedreiging voor zijn objectiviteit gesignaleerd en aldus in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit gehandeld. Betrokkene heeft verder aan een oud-werkneemster van de besloten vennootschap A geadviseerd om geen belastingaangifte te doen van een contant van deze vennootschap ontvangen bedrag en dit bedrag niet op de bank te zetten. Betrokkene heeft aldus in strijd met de fundamentele beginselen van “professionaliteit” en “integriteit” en overigens ook met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld. De Accountantskamer heeft de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden opgelegd.

 

Procedurenummer 16/2016 Wtra AK
Toetsing door SRA kan niet worden vereenzelvigd met onderzoek door klaagster (AFM). Daarom kan aan klaagster niet worden tegengeworpen dat SRA een na de toetsing ingediend verbeterplan heeft goedgekeurd. Wettelijke controle vertoont onweersproken talloze ernstige tekortkomingen. Doorhaling niet alleen uit register Wta maar ook uit register Wab.

Procedurenummer 17/106 Wtra AK
Betrokkene schrijft op verzoek van advocaat een briefrapport met daarin opgenomen een conclusie die deugdelijke grondslag mist. Advocaat stelt de door betrokken verschafte informatie in de procedure onjuist voor. In strijd met art. 10 VGBA is betrokkene hiertegen niet corrigerend opgetreden. Waarschuwing.