Procedurenummer 14/3085 Wtra AK
Betrokkene heeft niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen ter onderbouwing van zijn verklaringen met name ten aanzien van de post “Nog te verrekenen inzake geleverde elektra en gas” en ten aanzien van de werking van de administratieve organisatie. Daarnaast heeft betrokkene de controle met een onvoldoende professioneel-kritische instelling uitgevoerd en afgerond. De Accountantskamer rekent betrokkene in dat kader aan dat hij duidelijke signalen van een gebrek aan integriteit van het bestuur niet nader onderzocht heeft, behoudens door zich te verstaan met dat bestuur. Onbegrijpelijk is het dat betrokkene, nadat het boetebesluit van de NMA in december 2011 bekend was geworden, vanwege het daaruit af te leiden gebrek aan integriteit van het bestuur geen, althans onvoldoende aanvullende controlemaatregelen heeft ingezet om met een verscherpte professioneel-kritische blik te beoordelen welke gevolgen hij daaraan zou moeten verbinden. Dit geldt in nog sterkere mate voor de controle van de jaarrekening van de moedermaatschappij omdat betrokkene toen ook op de hoogte was van de weigering van de aandeelhouders om de jaarrekening van de dochter vast te stellen en het bestuur decharge te verlenen, een onderzoek door Deloitte naar de jaarrekening van de dochter en een aanhangig gemaakte enqueteprocedure. In het voordeel van betrokkene wordt meegewogen dat hij uitzonderlijk lang op de beslissing van de Accountantskamer heeft moeten wachten, en dat hij zich vrijwillig als extern accountant uit het AFM-register heeft doen uitschrijven. Waarschuwing.

Procedurenummer 18/738 Wtra AK
Betrokkene is door de strafrechter veroordeeld vanwege (kort gezegd) het valselijk opmaken van goedkeurende controleverklaringen. Hij is tegen het vonnis van de strafrechter in hoger beroep gegaan. Tuchtrecht en strafrecht kunnen naast elkaar worden ingezet, omdat het gaat om verschillende normschendingen en het tucht- en het strafrecht verschillende doelen dienen. Er is daarom geen grond voor aanhouding van de tuchtprocedure totdat in de strafzaak onherroepelijk is beslist. Dat betrokkene zich niet vrij voelt om in de tuchtprocedure inhoudelijk verweer te voeren, leidt niet tot een ander oordeel. De omstandigheid dat klager (het OM) bij de onderhavige strafprocedure mogelijk ook een belang heeft dat niet samenvalt met de doelstelling van de tuchtrechtspraak, betekent op zichzelf en zonder meer nog  niet dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene onvoldoende en ongeschikte controle-informatie heeft verkregen bij de controle van een aantal posten in de jaarrekeningen (waaronder de bezoldiging van de bestuurder). Daardoor heeft hij geen deugdelijke grondslag verkregen voor de afgegeven controleverklaringen. De door klager aangevoerde omstandigheden (onder meer een omvangrijke en structurele geldstroom zonder dat daar facturen of schriftelijke contractuele verplichtingen tegenover stonden; een lening aan de bestuurder en een lening aan een andere entiteit waarvoor geen zekerheden zijn gesteld en waarop, hoewel dat wel was afgesproken, nooit is afgelost) vormen subjectieve indicatoren, waarin betrokkene aanwijzingen had moeten zien voor ongebruikelijke transacties zoals bedoeld in de Wwft. Voldoende aannemelijk is dat betrokkene een aandeel heeft gehad in het achteraf aanvullen van notulen van een vergadering van de Raad van Toezicht van de entiteit, zonder  dat hij zich ervan vergewist heeft dat de onderwerpen die hij aandraagt, daadwerkelijk zijn besproken en dat daarover  beslissingen zijn genomen. Daardoor heeft betrokkene meegewerkt aan het tot stand komen van onjuiste of onvolledige gegevens. Definitieve doorhaling voor drie jaar.

Procedurenummer 18/2053 Wtra AK
De Accountantskamer wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige (art. 37 Wtra) af. Een rapportage van een deskundige is niet noodzakelijk  om tot een oordeel te komen over de voorliggende klacht. In het tuchtrecht gaat het bovendien om het belang van een goede beroepsuitoefening door accountants. Het actief beëindigen van een conflict tussen partijen dient als zodanig geen tuchtrechtelijk doel en gaat dan ook de bevoegdheid van de Accountantskamer te buiten. Ook gaat het algemeen stelling nemen in een maatschappelijk debat het bestek van de tuchtrechtprocedure te buiten. Aan betrokkene is een opdracht gegeven om een juridische fusie te onderzoeken en daarover te rapporteren (art. 2:328 BW). Betrokkene heeft de opdracht geaccepteerd in de wetenschap dat hij geen ervaring had met complexe vraagstukken waarvan hier sprake was en heeft bij de opdrachtaanvaarding meerdere formele regels niet nageleefd. Verder is hij zich onvoldoende bewust geweest van mogelijke bedreigingen van het zich houden aan de fundamentele beginselen als gevolg van het ontstane en steeds hoger oplopende familieconflict. Bij de uitvoering van de opdracht is betrokkene teveel afgegaan op de informatieverstrekking door derden in plaats van zelf onderzoek te doen. Verder heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden verricht en op onzorgvuldige wijze gerapporteerd. Gelet op de grote financiële - en andere - belangen van de bij de herstructurering betrokken partijen wordt dit betrokkene aangerekend. Met de hiervoor omschreven gedragingen heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en met het conceptueel raamwerk als bedoeld in artikel 21 VGBA. Maatregel: tijdelijke doorhaling van één maand. Daarbij is meegewogen dat betrokkene op de zitting te kennen heeft gegeven dat hij heeft besloten niet langer assurance-opdrachten te zullen aanvaarden en verder dat aan hem niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

 

Procedurenummer 18/1300 Wtra AK
Klachten over een door betrokkene vervaardigd partij-deskundigenrapport bedoeld ter ondersteuning en advisering van partijen die in een civiele procedure door een curator worden aangesproken, en waarin de curator zich mede heeft beroepen op een door hem ingebracht partij-deskundigenrapport. Klachten ongegrond.

 

Procedurenummer 18/2249 Wtra AK
Voor zover de klacht inhoudt dat de accountant zijn rol als adviseur van klager heeft misbruikt, is de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Procedurenummers 17/2371, 17/2372 en 17/2373 Wtra AK
Betrokkenen maken/maakten deel uit van het NBA-bestuur. Hen wordt verweten dat ze –kort samengevat- te zeer de belangen van de OOB-kantoren binnen het bestuur hebben nagestreefd en te weinig oog hebben gehad voor de belangen van de MKB-kantoren. Voor zover een dergelijke klacht al onder het bereik van het tuchtrecht ex art. 42 Wab zou vallen, is de klacht ongegrond. In de klacht wordt niet geconcretiseerd noch onderbouwd voor welke individuele bijdragen van betrokkenen zij persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden.

Procedurenummer 18/2218 Wtra AK
Voortzetten gelegd executoriaal beslag door betrokkene op pensioenuitkering klager is doorgaand gedrag en heeft gedeeltelijk plaatsgevonden binnen de termijn van drie jaar voor het indienen van de klacht.  Klacht gegrond. Beslaglegging vloeit voort uit niet houdbaar civielrechtelijk standpunt over grondslag vordering betrokkene op klager, mede omdat betrokkene kon vermoeden dat klager psychische klachten had toen hij brief schreef waarop betrokkene zijn civielrechtelijke standpunt baseerde. Waarschuwing.

 

Procedurenummer 17/1482 Wtra AK
Klacht curatoren (ingediend op 10 juli 2017) over het ten onrechte afgeven op 15 juli 2011 van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening over 2010 van een vastgoedconcern (gefailleerd op 23 november 2012) en over het  vergaren van (onvoldoende/geschikte) controle-informatie bij de controle van het bestuursverslag en een groot aantal posten op de balans. Bij indienen klacht is de termijn van zes jaar in artikel 22 Wtra (oud) niet overschreden en ook niet de termijn van drie jaar. Of de termijn van zes jaar is overschreden is onderwerp van ambtshalve toetsing door de Accountantskamer, gezien de aard van de regel, die beschouwd moet worden als een bepaling van openbare orde. Bekendheid van klagers (als curatoren) met (posten in) de jaarrekening, het bestuursverslag, de goedkeurende controleverklaring en de administraties van de failliete vennootschappen houdt niet in dat klagers ook kennis droegen van alle gegevens die door betrokkene in aanmerking zijn genomen bij de controle en van de afwegingen en de beoordeling die betrokkene aan de hand van die gegevens heeft gemaakt, laat staan dat klagers daaraan enig vermoeden van tekortschieten bij die controle en bij het vastleggen van die gegevens en afwegingen in het controledossier konden ontlenen. Klacht in (vrijwel) alle onderdelen gegrond. Niet alle gegevens waarvan betrokkene in het verweerschrift stelt dat hij die in aanmerking heeft genomen bij zijn beoordeling van de aanvaardbaarheid van (de verwerking en de schatting van) posten op de jaarrekening, zijn (voldoende duidelijk) opgenomen in het controledossier. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat de “interpretatie” van de Standaarden sinds 2010 stringenter is geworden en dat destijds nog niet was vereist dat elke overweging in het controledossier werd vastgelegd. De Accountantskamer kan betrokkene hierin niet volgen. Er is geen enkele reden om het verplichtend karakter van de voorschriften van de NVCOS te laten afhangen van het tijdsgewricht waarin het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden. Tijdelijke doorhaling voor een termijn van drie maanden, mede gelet op de lange duur van de klachtprocedure.

Procedurenummer 18/1236 Wtra AK
Betrokkene is advocaat en accountant. Klager en zijn zus zijn elk voor 50% houder van de aandelen in klaagster. Betrokkene treedt op als raadsman van de zus van klager en vertegenwoordigt haar in verschillende gerechtelijke procedures tussen haar en klager over het testament van hun vader die onder meer betrekking hebben op de waardering van het aandelenpakket in klaagster. Verder heeft betrokkene de zus bijgestaan in de klachtprocedure tegen de accountant die op verzoek van klager een rapport heeft uitgebracht over de waardering van het aandelenpakket. Klagers verwijten betrokkene dat hij op oneigenlijke wijze financiële en andere informatie over klaagster in handen heeft gekregen en deze in verschillende procedures gebruikt. Daarnaast wordt aan betrokkene verweten dat zijn werkwijze als raadsman van de zus een vlotte en harmonieuze uitvoering van de laatste wil van vader verhindert en tot verstoring van de familieverhoudingen leidt. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond nu het verwijt niet aannemelijk is gemaakt. Het tweede klachtonderdeel heeft betrekking op het handelen of nalaten van een accountant/advocaat in de vorm van stellingen die hij als advocaat, en derhalve als behartiger van uitsluitend de belangen van zijn cliënte, namens zijn cliënte naar voren heeft gebracht in een procedure. De Accountantskamer heeft daarom aangesloten bij haar jurisprudentie inzake het door een accountant in zijn eigen zakelijke betrekkingen innemen van civielrechtelijke standpunten. Het klachtonderdeel is ongegrond, nu niet  aannemelijk is gemaakt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het bewust innemen van onjuiste of misleidende standpunten en (daarmee) de voortgang in de gesprekken tussen klager en diens zus (bewust) heeft vertraagd.