Procedurenummer 12/2337 Wtra AK
Kantoortoetsing. Op verzoek van de Accountantskamer is na eerste mondelinge behandeling een tweede hertoetsing gehouden, omdat inmiddels er voldoende signalen waren dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing beduidend was verbeterd. De tweede hertoetsing heeft een positief resultaat. De Accountantskamer volstaat daarom met oplegging van een berisping.

Procedurenummer 13/1566 Wtra AK
Betrokkene verricht administratieve en samenstelwerkzaamheden ten behoeve van vennootschap. Kort na het beëindigen van die werkzaamheden geraakt vennootschap in faillissement. De curator stelt onder meer de statutair bestuurder met succes aansprakelijk voor het tekort in het faillissement vanwege het niet deponeren van de jaarrekeningen ex artikel 2:394 BW en het niet voldoen aan de boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW. De door de statutair bestuurder aan betrokkene gemaakt verwijten over het niet deponeren van de jaarstukken althans het schenden van een zorgplicht en over het onvoldoende onderhouden van contact is wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn uit artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk. Anders dan klager meent, is het verjaringsregime uit het Burgerlijk Wetboek niet ook van toepassing en is de verjaringstermijn van artikel 22 Wtra niet vatbaar voor stuiting. Het verwijt dat de door betrokkene verzorgde administratie niet aan de daaraan te stellen voldeed, is ongegrond. Anders dan klager meent, heeft de civiele rechter dat niet vastgesteld, slechts dat de administratie van de vennootschap van de curator is weggehouden. Niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene bij de beëindiging van zijn werkzaamheden een ondermaatse administratie heeft opgeleverd.

Procedurenummer 13/1147 Wtra AK
Betrokkene sluit overeenkomst tot het verrichten van allerlei administratieve werkzaamheden voor een vennootschap. Om onduidelijk gebleven redenen staakt betrokkene de overeengekomen werkzaamheden en reageert hij niet dan wel nauwelijks op verzoeken, ook niet na een inventie door de klachtencommissie van NIVRA/NOvAA. Dit nalaten strijdt met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag; de vaag gehouden persoonlijke omstandigheden disculperen niet. Overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt de maatregel van waarschuwing en een aanbeveling aan (Raad voor Toezicht van) de Nba om een (incidenten)onderzoek in te stellen naar (de praktijk van) betrokkene.

Procedurenummer 13/1476 Wtra AKKantoortoetsing AA; berisping.

Procedurenummer 13/1302 Wtra AK
Betrokkene staat twee groepen van vennootschappen bij die intensief samenwerken en onderling financieel verweven zijn, waarbij zich een en ander voorts afspeelt in een familieverhouding. Op verzoek van de bank wordt onderzocht op welke wijze de rekening-courant-verhoudingen tussen Nederlandse en de buitenlandse kunnen worden opgeschoond, in welk kader betrokkene een overzicht en uitwerking verstrekt. Daarna worden de rekening-courant-verhoudingen tussen de Nederlandse vennootschappen opgeschoond, waarbij geen rekening wordt gehouden met de rekening-courant-verhoudingen met en tussen de buitenlandse vennootschappen. Klacht over het niet betrekken van die laatste rekening-courant-verhoudingen is wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn uit artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk. Klacht over te eenzijdige behartiging van belangen en zich te veel laten leiden door de belangen van de ene groep vennootschappen gegrond. Van betrokkene had mogen worden verwacht, dat hij gezien de evidente risico’s verbonden aan het deels opschonen en de voor klaagsters op het spel staande belangen, klaagster had gewezen dat en welke risico’s (mogelijk) waren verbonden aan het slechts deel opschonen van de rekening-courant-verhoudingen. Voorts heeft betrokkene door het door zowel klaagsters als de andere groep van vennootschappen gestarte voorlopig getuigenverhoor alleen voor te bespreken met de andere groep van vennootschappen en niet ook met klaagsters en haar daarvan onkundig te houden onvoldoende de van hem te vergen distantie betracht. Betrokkene heeft door een en ander de fundamentele beginselen van objectiviteit en van deskundigheid en zorgvuldigheid niet nageleefd. De overige klachtonderdelen, onder meer betreffende het onder ede niet vertellen van de waarheid, zijn ongegrond bevonden. Volgt maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 13/935 Wtra AK
Aan beoordeling of de betrokken accountant op enige wijze medewerking heeft verleend aan (mogelijke) valsheid in geschrifte c.q. paulianeus handelen komt de Accountantskamer niet toe, omdat de het klachtrecht v.w.b. deze klager daartoe verjaard is. De Accountantskamer geeft de Nba (Raad voor Toezicht) de aanbeveling een incidentenonderzoek te starten.

 

 

 

Procedurenummer 12/2337 Wtra AK
Kantoortoetsing. Op verzoek van de Accountantskamer is na eerste mondelinge behandeling een tweede hertoetsing gehouden, omdat inmiddels er voldoende signalen waren dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing beduidend was verbeterd. De tweede hertoetsing heeft een positief resultaat. De Accountantskamer volstaat daarom met oplegging van een berisping.

Procedurenummer 13/935 Wtra AK
Aan beoordeling of de betrokken accountant op enige wijze medewerking heeft verleend aan (mogelijke) valsheid in geschrifte c.q. paulianeus handelen komt de Accountantskamer niet toe, omdat de het klachtrecht v.w.b. deze klager daartoe verjaard is. De Accountantskamer geeft de Nba (Raad voor Toezicht) de aanbeveling een incidentenonderzoek te starten.

Procedurenummer 13/1302 Wtra AK
Betrokkene staat twee groepen van vennootschappen bij die intensief samenwerken en onderling financieel verweven zijn, waarbij zich een en ander voorts afspeelt in een familieverhouding. Op verzoek van de bank wordt onderzocht op welke wijze de rekening-courant-verhoudingen tussen Nederlandse en de buitenlandse kunnen worden opgeschoond, in welk kader betrokkene een overzicht en uitwerking verstrekt. Daarna worden de rekening-courant-verhoudingen tussen de Nederlandse vennootschappen opgeschoond, waarbij geen rekening wordt gehouden met de rekening-courant-verhoudingen met en tussen de buitenlandse vennootschappen. Klacht over het niet betrekken van die laatste rekening-courant-verhoudingen is wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn uit artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk. Klacht over te eenzijdige behartiging van belangen en zich te veel laten leiden door de belangen van de ene groep vennootschappen gegrond. Van betrokkene had mogen worden verwacht, dat hij gezien de evidente risico’s verbonden aan het deels opschonen en de voor klaagsters op het spel staande belangen, klaagster had gewezen dat en welke risico’s (mogelijk) waren verbonden aan het slechts deel opschonen van de rekening-courant-verhoudingen. Voorts heeft betrokkene door het door zowel klaagsters als de andere groep van vennootschappen gestarte voorlopig getuigenverhoor alleen voor te bespreken met de andere groep van vennootschappen en niet ook met klaagsters en haar daarvan onkundig te houden onvoldoende de van hem te vergen distantie betracht. Betrokkene heeft door een en ander de fundamentele beginselen van objectiviteit en van deskundigheid en zorgvuldigheid niet nageleefd. De overige klachtonderdelen, onder meer betreffende het onder ede niet vertellen van de waarheid, zijn ongegrond bevonden. Volgt maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 13/1476 Wtra AK
Kantoortoetsing AA; berisping.

Procedurenummer 13/1147 Wtra AK
Betrokkene sluit overeenkomst tot het verrichten van allerlei administratieve werkzaamheden voor een vennootschap. Om onduidelijk gebleven redenen staakt betrokkene de overeengekomen werkzaamheden en reageert hij niet dan wel nauwelijks op verzoeken, ook niet na een inventie door de klachtencommissie van NIVRA/NOvAA. Dit nalaten strijdt met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag; de vaag gehouden persoonlijke omstandigheden disculperen niet. Overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt de maatregel van waarschuwing en een aanbeveling aan (Raad voor Toezicht van) de Nba om een (incidenten)onderzoek in te stellen naar (de praktijk van) betrokkene.

Procedurenummer 13/1566 Wtra AK
Betrokkene verricht administratieve en samenstelwerkzaamheden ten behoeve van vennootschap. Kort na het beëindigen van die werkzaamheden geraakt vennootschap in faillissement. De curator stelt onder meer de statutair bestuurder met succes aansprakelijk voor het tekort in het faillissement vanwege het niet deponeren van de jaarrekeningen ex artikel 2:394 BW en het niet voldoen aan de boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW. De door de statutair bestuurder aan betrokkene gemaakt verwijten over het niet deponeren van de jaarstukken althans het schenden van een zorgplicht en over het onvoldoende onderhouden van contact is wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn uit artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk. Anders dan klager meent, is het verjaringsregime uit het Burgerlijk Wetboek niet ook van toepassing en is de verjaringstermijn van artikel 22 Wtra niet vatbaar voor stuiting. Het verwijt dat de door betrokkene verzorgde administratie niet aan de daaraan te stellen voldeed, is ongegrond. Anders dan klager meent, heeft de civiele rechter dat niet vastgesteld, slechts dat de administratie van de vennootschap van de curator is weggehouden. Niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene bij de beëindiging van zijn werkzaamheden een ondermaatse administratie heeft opgeleverd.

 

 

 

Procedurenummer 13/1085 en 13/1146 Wtra AK
Accountants van ex-echtgenoten en van de vennootschap waarvan zij bestuurders en aandeelhouders zijn, wordt hangende procedure over verdeling boedel, door advocaat van de klaagster verzocht om zich terug te trekken als accountants/adviseurs van de vennootschap stellend dat uit omstandigheden blijkt dat zij alleen het belang van de andere echtgenoot behartigen.  Accountants leggen dit verzoek naast zich neer. Het verwijt is volgens hen niet terecht. Er is ooit afgesproken dat zij alle te nemen financiële beslissingen vanuit verschillende gezichtspunten met voor- en nadelen aan partijen zullen voorleggen. Dat is tot op heden nog niet gebeurd. Zij stellen dat zij het belang van de vennootschap en van de ex-echtgenoot van klaagster dienen. Met deze reactie geven de accountants ervan blijk dat zij onvoldoende beseffen dat de belangen van klaagster en haar ex-echtgenoot binnen de vennootschap minst genomen niet geheel parallel liepen. Aldus hebben zij bedreiging van niet te verwaarlozen betekenis voor hun objectiviteit niet waargenomen laat staan daartegen waarborgen getroffen.
Accountants hebben ook op verzoek ex-echtgenoot voorlopige cijfers vennootschap over 2012 samengesteld en die toegelicht in een brief. Accountants wisten dat die cijfers en die brief door de ex-echtgenoot zouden worden ingebracht in een gerechtelijke procedure tegen klaagster. In een dergelijke situatie moet de accountant ervoor waken dat zijn rapportage de waarheidsvinding niet belemmert door die te eenzijdig toe te spitsen op het belang van de opdrachtgever. Dat is door de betrokken accountants in dit geval niet gewaarborgd doordat in de brief op nauwelijks in het oog springende wijze wordt vermeld dat de jaarcijfers over 2011 nog moeten worden vastgesteld. Ook voldoet de brief niet aan de eisen die daarvoor op grond van de NVCOS gelden (vaststelling overeengekomen werkzaamheden en opdrachtvoorwaarden en over de uitkomst van de werkzaamheden).
Verder is aannemelijk geworden dat het kantoor van de betrokken accountants werkzaamheden verricht voor ex-echtgenoot in privé dan wel voor diens nieuwe partner, ten onrechte bij de vennootschap gedeclareerd. Dat levert een schending op van het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.
Berisping.

Procedurenummer 13/1239 Wtra AK

Categorische weigering om aan PE-verplichting te voldoen leidt, mede gelet op de recidive aangaande de driejaarscyclus 2007-2009 en het jaar 2010, tot het oordeel dat geen andere maatregel dan doorhaling in het register passend en geboden is.

 

Procedurenummer 13/719 Wtra AK

Betrokkene wordt door civiele rechter benoemd tot deskundige ter voorlichting over de vraag welk bedrag ingevolge de huwelijkse voorwaarden verrekend dient te worden tussen de partijen in die boedelscheidingsprocedure. Het door betrokkene aan de civiele rechter uitgebrachte rapport leidt tot een klacht, bestaande uit 73 onderdelen. Het handelen en/of nalaten van betrokkene dient te bezien te worden tegen de achtergrond van de fundamentele beginselen nu geen specifiek nader voorschrift of specifieke standaard van toepassing is. Daarbij moet worden aangetekend dat, gelet op de specifieke kader waarbinnen betrokkene zijn opdracht vervult, de civiele rechter geacht moet worden leidend te zijn bij de processuele aspecten omtrent (de totstandkoming van) het deskundigenbericht, dat de waardering van het deskundigenbericht aan de civiele rechter moet worden overgelaten en dat de tuchtrechter dienaangaande geen rol heeft. Dit is slechts anders onder bijzondere omstandigheden. Een dergelijke beperking in rol geldt niet voor de materiële inhoud van het deskundigenbericht, de deugdelijke grondslag daarvan daaronder begrepen.

Tegen de achtergrond van die maatstaf, het gegeven dat klager niet heeft gereageerd op het laatste conceptrapport en evenmin heeft gereageerd op het definitieve rapport in de civiele procedure falen alle klachtonderdelen over de inhoud van het deskundigenbericht. Ook de overige klachtonderdelen die onder andere zien op een verstrengeling van belangen met de raadsheer-commissaris, de kwalificaties van betrokkene, het niet beproeven van een mediation of minnelijke regeling en een eenzijdige en partijdige communicatie stranden.

 

Procedurenummer 13/1057 Wtra AK

Nieuwe directeur van vennootschap stelt aan voormalige accountant van de vennootschap een aantal vragen, waarna deze accountant in de visie van die directeur te traag en onvoldoende antwoord geeft en zich ten onrechte verschuilt achter zijn geheimhoudingsplicht. Uit de vraagstelling behoefde de accountant echter niet te begrijpen dat ‘slechts’ om voorafgaande journaalposten en kolommenbalansen werd gevraagd nu die vraagstelling veeleer wees op een nadere opdracht tot het analyseren en zoveel mogelijk verklaren van de door de vennootschap aangedragen verschillen in de rekening-courant tussen de vennootschap en haar voormalige directeur. Dat betrokkene zo’n opdracht niet kon of wilde aanvaarden is te billijken, gelet op de mogelijke implicaties voor die voormalige directeur, die nog cliënt van betrokkene was, en de daardoor ontstane bedreiging voor een juiste naleving door betrokkene van de fundamentele beginselen uit de VGC. Volgt ongegrondverklaring.

 

Procedurenummer 13/1223 Wtra AK

 

 

Medewerkers kantoor betrokkene hebben op verzoek cliënt geldleningsovereenkomst tussen klaagster enerzijds en dochter directeur/eigenaar klaagster en haar toenmalige partner anderzijds opgesteld.

 

Volgens klaagster en haar directeur/eigenaar (klager) bevat de overeenkomst een tweetal fouten.

 

Voor zover is beoogd daarover te klagen is de klacht niet ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

 

De klacht dat betrokkene (één van de eigenaren van het kantoor) weigert verantwoordelijkheid te nemen voor de hiervoor bedoelde fouten faalt want er doet zich geen bijzondere omstandigheid voor die maakt dat het door betrokkene ingenomen civielrechtelijke standpunt over die fouten tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

 

Klacht dat het bekend maken van stukken (eerdere geldleningsovereenkomsten met een vergelijkbaar geredigeerde bepaling) aan de verzekeraar van het kantoor van betrokkene en aan de advocaat van klaagster in een civiele procedure levert geen schending op van de op betrokkene rustende geheimhoudingsplicht.

 

 

Procedurenummer 13/1145 Wtra AK
Kantoortoetsing. Niet voldoen aan PE-verplichting, aan verplichting omtrent beroepsaansprakelijkheidsverzekering en aan de verplichting omtrent het beschikken over een adequaat intern stelsel van kwaliteitsbeheersing. Gelet op de aard, omvang en duur van de normschendingen kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan die van doorhaling in het register, waarbij de termijn voor niet-inschrijving wordt bepaald op 18 maanden.

Procedurenummer 12/2785 Wtra AK
Bij de tuchtrechtelijke beoordeling van het optreden van een accountant die is benoemd als executeur (en zijn werkzaamheden als accountant van de erflater en diens ondernemingen heeft overgedragen aan een accountant van een andere vestiging van zijn kantoor) moet ook acht worden geslagen op de wettelijke regeling van de executeur en op wat in het testament van de erflater over de executeur is bepaald. De toetsing door de Accountantskamer van dit optreden houdt in dat de accountant slechts op dit optreden kan worden aangesproken als hij daarbij zodanig in strijd met de van hem te verlangen zorgvuldigheid heeft gehandeld dat daardoor aan de orde is een schending van het bij of krachtens de Wet AA bepaalde.Betrokkene had als executeur aan zijn kantoor geen opdracht mogen verstrekken tot het verrichten van een deel van de werkzaamheden als executeur omdat hij daarover niet eerst in overleg is getreden met de erfgenamen. Door niet in overleg te treden over deze opdracht kon onduidelijkheid ontstaan over de grondslag voor de honorering voor de werkzaamheden, aangezien voor het werk van een executeur een andere (wettelijke) maatstaf kan gelden als voor andere werkzaamheden. Klacht in zoverre gegrond verklaard.
Klacht dat betrokkene als executeur en vertegenwoordiger van de erfgenamen geen controle heeft uitgeoefend op de verkoop van de activa van een holding (waarvan de helft van de aandelen in de nalatenschap vallen) door de bestuurder van die holding ongegrond verklaard. Gesteld noch gebleken is dat het deze bestuurder op grond van de statuten van de holding niet vrijstond om zonder instemming van de aandeelhouders tot die verkoop over te gaan
Klacht dat betrokkene als executeur en vertegenwoordiger van de erfgenamen niet had mogen instemmen met het verlenen van decharge aan diezelfde bestuurder omdat de jaarrekening van de holding nog niet was vastgesteld eveneens ongegrond. Een besluit tot decharge staat los van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening en niet is betwist dat betrokkene kennis droeg van de conceptjaarrekening van de holding.  

Procedurenummer 13/347 Wtra AK
Klacht dat betrokkene voor werkzaamheden die door hem of zijn collega zijn verricht declaraties heeft verzonden, terwijl het grootste deel van de werkzaamheden niet is verricht, ongegrond verklaard. Betrokkene heeft registratie overgelegd van uren en werkzaamheden en klager heeft daarop niet gereageerd. Voor zover geklaagd wordt over staken werkzaamheden oordeelt de Accountantskamer dat betrokkene daartoe na afweging van de belangen in redelijkheid had kunnen komen.

Procedurenummer 12/2807 Wtra AK
Klacht over “ontleend aan- verklaring “ bij  opgave entiteit van het resultaat van dochtervennootschap over een bepaald jaar zoals dat bleek uit de jaarrekening van de dochtervennootschap (waarbij een goedkeurende verklaring was afgegeven), die waren overgelegd in geding bij gerechtshof over berekening aanspraak op bonus voormalig directeur dochtervennootschap, ongegrond verklaard. Betrokkene had volgens klager moeten uiteenzetten dat en in hoeverre deze jaarrekening afwijkt van de hem bekende interne jaarrekening van de dochtervennootschap, Er bestaan geen specifieke voorschriften met betrekking tot de inhoud en de wijze van totstandkoming van een “ontleend aan-verklaring” waaruit de verplichting voortvloeit die klager op het oog heeft. Ook de fundamentele beginselen in de VGC nopen daartoe niet. Een eis zoals klager die bepleit strookt niet met beperkte reikwijdte van de “ontleend aan-verklaring” en de daaraan ten grondslag liggende controlewerkzaamheden en zou neerkomen op een onderzoek gelijk aan het onderzoek dat ten grondslag lag aan de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening. De omstandigheid dat de “ontleend-aan-verklaring” is overgelegd in de procedure bij het gerechtshof, is geen grond om anders te oordelen omdat niet is gebleken dat betrokkene voordat hij de “ontleend aan-verklaring” afgaf kennis droeg van gegevens die twijfel opriepen aan de juistheid van de opgave van de entiteit van het resultaat, zodat niet gezegd kan worden dat betrokkene met de “ontleend aan-verklaring” de objectieve waarheidsvinding door het gerechtshof heeft belemmerd.