Procedurenummer 14/1422 Wtra AK
Klacht van opdrachtgevende advocaat tegen de door hem ingeschakelde accountant over diens onderzoek naar een financieel product waarover de advocaat een civiele procedure voerde. Anders dan klager meent, is betrokkene niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de in dat verband in onderling overleg ingeschakelde neven-deskundige. Ongegrond is het verwijt dat betrokkene ‘aanstonds’ tot de door klager bepleite bevinding/conclusie had moeten komen. Voorts is ongegrond het verwijt over de ingediende declaratie, gelijk het verwijt over de wijze waarop betrokkene zijn rapportages had ingericht. Tot slot zijn ongegrond de verwijten van klager over de opstelling van betrokkene in de vervolgens tussen hen gevoerde civiele procedure en in de onderhavige tuchtprocedure.

Procedurenummers 14/1967 + 14/1968 Wtra AK
Klacht over optreden van door ex-echtgenote in verband met boedelverdelingsprocedure ingeschakelde accountant. Klacht is deels niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht, die onder meer ziet op het ongefundeerd beschuldigen van fraude en verduistering, en het belemmeren van de waarheidsvinding door het geven van rekenvoorbeelden, ongegrond. Daarbij is wel aangetekend dat in zijn algemeenheid het gebruik van bij de werkelijkheid aansluitende cijfers bij het geven van hypothetische rekenvoorbeelden geen navolging verdient omdat dan het gegeven voorbeeld een verkeerde indruk kan wekken indien niet op andere voldoende heldere wijze tot uiting is gebracht dat en welke beperkingen daaraan kleven. In dit geval is van dat laatste wel sprake geweest, zodat in dit geval dat gebruik geen tuchtrechtelijk verwijt oplevert.

Procedurenummer 14/2009 Wtra AK
Klacht van het BFT over het niet naleven van de verplichtingen uit de Wwft inzake cliëntenonderzoek en het melden van een ongebruikelijke transactie. Klacht gegrond, leidend tot maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 14/2982 Wtra PE
Betrokkene heeft in de jaren 2010, 2011 en 2012 onvoldoende PE-punten behaald. Maatregel: waarschuwing en geldboete (50 euro voor elk te weinig behaald punt).

Procedurenummer 14/798 Wtra AK
Een op verzoek van cliënt opgemaakt (persoonsgerichte) rapport van bevindingen waarin vergaande conclusies zijn opgenomen en welke rapportage bedoeld was om in te brengen in een gerechtelijke procedure tussen de cliënt en zijn voormalig fiscaal adviseur, ontbeert bij gebrek aan adequaat hoor en/of wederhoor in casu deugdelijke grondslag. Behoudens bijzondere omstandigheden kunnen stellingen die de raadsman van de cliënt in een gerechtelijke procedure aanvoert, niet aan betrokkene worden toegerekend.

Procedurenummer 14/1061 Wtra AK
Accountantskamer volgt (eerder) oordeel Ondernemingskamer dat de betrokken jaarrekening (in voldoende mate) voldoet aan de inrichtingsvereisten zoals neergelegd in titel 9 boek 2 BW. De door de Ondernemingskamer wel geconstateerde gebreken in die jaarrekening zijn de accountant, die een samenstelopdracht ter zake uitvoerde, niet te verwijten.

Procedureunummer 14/1402 Wtra AK
Betrokkene heeft samengewerkt met een andere accountant. Deze laatste accountant/klager is onherroepelijk veroordeeld tot betaling van een geldsom, doch voldoet niet aan die veroordeling. Betrokkene doet executoriaal beslag leggen onder cliënten van de accountant; hij heeft kennis van de naam van deze cliënten tijdens de samenwerking gekregen. Alhoewel hij nimmer diensten voor hen heeft verricht of inzage in hun dossiers heeft gehad, is het doen leggen van het beslag toch in strijd met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid, nu kennis van deze naamgegevens is verworven ten tijde van de samenwerking tussen klager en betrokkene en hij deze kennis derhalve in het kader van zijn beroepsmatig en zakelijk handelen heeft verkregen. Gezien de omstandigheden van het geval wordt echter geen maatregel opgelegd.

Procedurenummer 13/2415 Wtra AK
Betrokkene was samenstellend accountant van de cliënt. Door zijn kantoor zijn onder vermelding van de naam van betrokkene, jarenlang btw-aangiften namens de cliënt gedaan, resulterend in voor de cliënt aanzienlijke bedragen aan terug te ontvangen btw. Accountant onder wiens verantwoordelijkheid namens een cliënt btw-aangiften worden ingediend, moet erop toezien dat voldaan is aan de toepasselijke regels op het terrein van het belastingrecht en daarnaast acht slaan op signalen die duiden op onjuiste aangiften. Betrokkene is  tekortgeschoten in de van hem in dit geval te verlangen opmerkzaamheid, nu er voldoende aanwijzingen waren, die bij hem twijfel hadden moeten doen rijzen aan de juistheid van de facturen, die ten grondslag lagen aan de in geding zijnde drie aangiften, bezien in samenhang met de bedragen die al waren teruggevraagd bij eerdere aangiften.

Nadat de cliënt de fraude had opgebiecht, heeft betrokkene aan hem gevraagd om de ingediende aangiften te corrigeren en de cliënt heeft dit verzoek naast zich neergelegd. Daardoor ontstond voor betrokkene in het kader van het fundamentele beginsel van integriteit de plicht om te vermijden dat hij in verband zou worden gebracht met (kort gezegd) materieel onjuiste informatie. Daarvan uitgaande kon, gelet op de hoogte van de op basis van de onjuiste aangiften teruggegeven bedragen, en gelet op het maatschappelijk belang dat een fraude met gemeenschapsgeld van een omvang als hier aan de orde, zo spoedig mogelijk aan het licht komt, van betrokkene worden gevergd dat hij zelf met doorbreking van zijn plicht tot geheimhouding aan de belastingdienst had gemeld dat de door hem ten behoeve van de cliënt ingediende aangiften onjuist waren.

Gelet op de kennelijk wijd verbreide praktijk bij vele accountantsorganisaties en -kantoren, die de meldingsplicht op grond van de Wwft (oud) niet op de individuele accountant maar op de organisatie waaraan hij verbonden is, legde, en gegeven het feit dat betrokkene zich als accountant-administratieconsulent in loondienst gebonden kon achten aan de meldprocedure bij zijn werkgeefster, is de Accountantskamer van oordeel dat betrokkene voor wat betreft de naleving van de meldprocedure op grond van de Wwft (oud) kon volstaan met een melding van de BTW-fraude aan de ‘compliance-officer’ van zijn werkgeefster.

Procedurenummer 14/12 Wtra AK
Bij samenstellen van de jaarrekening van een opvolgend boekjaar heeft de accountant niets hoeven op te vallen dat moest leiden tot twijfel dat de jaarrekening van het voorafgaande jaar een fundamentele fout bevatte, tot herstel waarvan de accountant (alsnog) verplicht zou zijn.
Een klacht daarover is wel ontvankelijk, ook al valt de jaarrekening van het voorafgaande jaar, waarin een fundamentele fout zou voorkomen, zelve buiten de 6-jaarstermijn.

Procedurenummer 14/1104 Wtra AK
Klager heeft werkzaamheden verricht als deksman voor een sleep- en duwvaartbedrijf. Vanwege ziekte van haar vader, eigenaar van dit bedrijf, is betrokkene hem bij de uitvoering van administratieve werkzaamheden ten behoeve van het bedrijf, waaronder werkzaamheden met betrekking tot de vergoeding voor de werkzaamheden van klager, gaan assisteren.
Nu het om werkzaamheden van administratieve aard gaat, die verband hielden met de arbeidsverhouding tussen de onderneming van haar vader en klager, en nu betrokkene kennelijk namens die onderneming contact met klager heeft onderhouden, vallen ook die werkzaamheden, anders dan betrokkene meent, onder het bereik van het accountantstuchtrecht.
Van betrokkene kon worden gevergd dat zij zelfstandig en zonder zich te laten leiden door de opvatting van haar vader, was nagegaan hoe de arbeidsverhouding tussen een onderneming die actief is in de binnenvaart, en een persoon zoals klager, die als deksman werkzaam is voor die onderneming, fiscaal gezien gekwalificeerd moet worden. Gelet op het Convenant Binnenvaart, waarop klager betrokkene heeft gewezen, had betrokkene in ieder geval vanaf dat moment moeten begrijpen dat het standpunt (van haar vader) dat klager als zelfstandige werkte, althans anders dan in dienstbetrekking, minst genomen kwestieus was.
Klacht gedeeltelijk, maar geen maatregel opgelegd.

Procedurenummer 14/1337 Wtra AK
Herhaling van klacht zoals eerder bij de klachtencommissie ingediend. Gegrond zijn de klachten over het niet tijdig en onjuist doen van aangiftes en over het niet tijdig teruggeven en deels kwijtraken van administratie van de cliënt. Betrokkene heeft zich echter ingespannen om de gevolgen van zijn verzuimen te matigen, terwijl hij in persoon door de Raad van Geschillen is veroordeeld de schade van klaagsters te vergoeden, terwijl de opdrachtnemende vennootschap van betrokkene in faillissement is komen te verkeren. In e.e.a. ligt voldoende reden om af te zien van een maatregel.

Procedurenummer 14/1837 Wtra AK
Tuchtklacht tegen accountant die volgens klager een valse strafaangifte tegen hem heeft gedaan. In geval een accountant een strafaangifte doet, kan slechts onder bijzondere omstandigheden tot oneigenlijk gebruik of misbruik daarvan worden geconcludeerd. Van dergelijke bijzondere omstandigheden kan sprake zijn indien de aangifte is gebaseerd op de feiten waarvan de accountant weet of moet weten dat deze onjuist zijn, indien de accountant de voor hem geldende regels van vertrouwelijkheid schendt dan wel indien die aangifte wordt gedaan voor een ander doel waarvoor de aangifte is bedoeld. Bij de beoordeling past overigens terughoudendheid. Hoewel in dit geval de aangifte op één samenstel van feitelijkheden enigszins kwestieus lijkt, kan dat voor het overige niet worden aangenomen. Het is daardoor niet aannemelijk dat van bijzondere omstandigheden sprake is. Volgt ongegrondverklaring.

Procedurenummer 14/1919 Wtra AK
Klacht over facturering, niet afronden van werkzaamheden en overdracht van stukken en informatie aan de opvolgende administratieve dienstverlener is wegens overschrijding van de driejaarstermijn uit art. 22 Wtra niet ontvankelijk. Ter zitting opgeworpen klacht over een ‘valse’ opdrachtbevestiging wegens strijd met de goede procesorde buiten behandeling gelaten.

Procedurenummer 14/1045 AK
Bestuur van vermogensbeheerder met Wft-vergunning aanvaardt offerte van accountant voor wettelijke controle jaarrekening. De voorgaande accountant wordt enkele maanden later door de AVA van de vermogensbeheerder benoemd tot controlerend accountant.
De accountant aan wie het bestuur de opdracht heeft verleend, meldt het verkrijgen van de opdracht aan de voorgaande accountant en vraagt om hem toegang te verschaffen tot relevante informatie.  
Voorgaande accountant heeft opvolgende accountant daarna schriftelijk uitgenodigd om controledossier op zijn kantoor te komen inzien. Opvolgende accountant schrijft in e-mails aan voorgaande accountant dat hem een aantal zaken ter ore is gekomen.
Het bestuur van de vermogensbeheerder deelt kort nadien aan de opvolgende accountant mee dat er onvoldoende wederzijds vertrouwen is en geen basis meer voor verdere samenwerking en vraagt aan voorgaande accountant om controle te verrichten. Vervolgens wordt een opdrachtbevestiging aan de voorgaande accountant getekend. Kantoor van opvolgende accountant start civiele procedure over vordering vanwege verrichte werkzaamheden.
Opvolgende accountant klaagt dat voorgaande accountant opzettelijk heeft verzuimd de noodzakelijke informatie te verstrekken. Voorgaande accountant stelt in zijn verweer dat zijn opdracht ruim een maand na zijn benoeming is opgezegd.
Ack: deze opzegging is niet aan te merken als een intrekking van de opdracht als bedoeld in artikel 2:393 lid 2 van het BW want een opdracht komt pas tot stand nadat de accountant de opdracht heeft aanvaard.
Artikel 20 lid 3 van de Wta moet richtlijnconform worden uitgelegd. De verplichting van de accountantsorganisatie om desgevraagd toegang te verlenen tot alle relevante informatie met betrekking tot de controlecliënt rust ook op de voorgaande accountant. Gezien het belang van informatieverschaffing aan de opvolgende accountant aan wie een opdracht tot wettelijke controle is verstrekt, en gezien de Europeesrechtelijke origine van het artikellid, ligt het voor de hand de verplichting ruim uit te leggen. De zaken die aan de opvolgende accountant ter ore zijn gekomen vallen onder de informatieplicht.

Procedurenummer 14/1346 Wtra AK
Niet gebleken van een (bewust) onjuist afgelegde getuigenverklaring. Betrokkene behoeft, alvorens een schriftelijke (getuigen)verklaring af te leggen daarover niet de persoon, waartegen hij verklaart, van tevoren te horen.

Procedurenummer 14/1748 Wtra AK
Accountant die in opdracht van twee broers de belastingdienst verzoekt om de aan hen opgelegde aanslagen successierecht/erfbelasting ambtshalve aan te passen (resulterend in belastingteruggaven aan deze broers en aan klaagster (hun zus)), beroept zich tegenover klaagster terecht op zijn geheimhoudingsplicht (vervat in de VGC) ter onderbouwing van zijn afwijzing van het verzoek van klaagster om afschriften van alle stukken die verband houden met de belastingteruggaven.

Procedurenummer 14/2371 en 14/2523 Wtra AK
Accountant houdt zich onbereikbaar voor cliënten. Bij toetsing van de praktijk van de betrokken accountant door de Raad voor Toezicht van de Nba wordt geoordeeld dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing verbetering behoeft. Betrokkene voldoet niet aan verzoeken om een verbeterplan in te dienen. De accountant verweert zicht niet tegen de klachten en verschijnt niet ter zitting van de Accountantskamer. Gegrondverklaring en definitieve doorhaling voor drie jaar.

 

 

Procedurenummer 14/822 Wtra AK
Klacht van BFT tegen accountant in verband met het niet (tijdig) melden van een ongebruikelijke transactie en in verband met het niet adequaat reageren op onbevredigende gegevens en aanwijzingen van fraude of onwettig handelen van een cliënt en die gegevens en aanwijzingen onvoldoende vast te leggen in het dossier aangaande deze cliënt. Anders dan betrokkene meent, ontslaat het feit dat de politie al in enig opzicht onderzoek doet, hem niet van meldingsplicht. Het gegeven dat FIU-NL ‘slechts’ vijf door betrokkene gemelde transacties heeft doorgemeld, niet dat de niet doorgemelde transacties niet als ongebruikelijk (kunnen) kwalificeren. Het verweer dat sprake moest zijn van een in strafrecht bewezen misdrijf, zoals fiscale fraude, sneuvelt eveneens omdat voor een melding in de zin van de Wwft voldoende is een aanwijzing van fiscale fraude. Het was ook niet aan betrokkene om te beoordelen of er sprake was van verdachte transacties maar van ongebruikelijke transacties. Het samenstel van de zich voordoende feiten en omstandigheden kwalificeren als subjectieve factoren, op basis waarvan betrokkene een melding had moeten doen. Voorts moet worden vastgesteld dat betrokkene geen dan wel op onjuiste wijze toepassing heeft aan het zogeheten conceptueel raamwerk en geen aandacht heeft geschonken aan de bedreigingen voor zijn naleving van de fundamentele beginselen. Door een en ander na te laten heeft betrokkene de voor hem geldende fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag geschonden. Volgt maatregel van berisping.

Procedurenummer 14/984 Wtra AK
Klacht tegen accountant die door de rechtbank is benoemd tot vereffenaar van een ontbonden vennootschap onder firma, die in de kern stoelt op het verwijt dat betrokkene ernstig in zijn taak als vereffenaar tekort is geschoten. In dat verband zijn 69 klachtonderdelen geformuleerd. De eigenstandige positie van een vereffenaar, wiens taken en bevoegdheden wettelijk zijn ingekaderd, brengt mee dat betrokkene slechts kan worden aangesproken indien hij in de uitvoering daarvan zodanig in strijd met de van hem te verlangen en deskundigheid en zorgvuldigheid en het van hem te verlangen professioneel gedrag heeft gehandeld, dat daardoor aan de orde is een schending van het bij of krachtens de Wet RA of Wab bepaalde. Van zulke strijd kan echter niet blijken, zodat de klacht in al haar onderdelen ongegrond wordt verklaard.

Procedurenummer 14/1223 Wtra AK
Klacht tegen accountant die een goedkeurende verklaring bij een geconsolideerde jaarrekening afgeeft, waarna enkele maanden later een belangrijke dochtermaatschappij failleert. De teleurgestelde investeerder verwijt de accountant dat deze zijn werkzaamheden niet in overeenstemming met de voor hem geldende regels heeft verricht; volgens deze klaagster dient betrokkene opheldering te geven over de wijze waarop prognoses tot stand zijn gekomen en over de uitgevoerde specifieke controlewerkzaamheden. In beginsel ligt de stel- en bewijsplicht echter bij de klagende partij, op welk beginsel evenwel bij controlewerkzaamheden in bijzondere omstandigheden een uitzondering kan worden gemaakt. In dit geval zijn niet van zulke bijzondere omstandigheden gebleken. De door klaagster gestelde bewijsnood maakt dat niet anders. Volgt ongegrondverklaring.

Procedurenummers 14/1344 en 14/1345 Wtra AK
Klacht in alle onderdelen niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de 6- respectievelijk 3-jaarstermijn uit artikel 22 Wtra.

Procedurenummer 14/1965 Wtra AK
Betrokkene verleent accountancy-diensten aan een groep van vennootschappen, waarvan de economisch belanghebbenden familieleden zijn. Nadat een geschil ontstaat tussen de familieleden en diverse procedures worden gevoerd, beëindigt betrokkene zijn dienstverlening aan één zijde van de strijdende partijen en continueert hij de dienstverlening aan de andere partij, ook nadat door de Ondernemingskamer in 2012 heeft vastgesteld dat die laatste partij ofwel de door behouden cliënt zich heeft bezondigd aan wanbeleid in een vennootschap die grotendeels toebehoort aan de partij waarvoor betrokkene zijn dienstverlening heeft beëindigd. Klacht over het optreden van betrokkene is deels niet-ontvankelijk; het ontvankelijke deel van de klacht is grotendeels gegrond. Vastgesteld wordt dat betrokkene geen toepassing heeft gegeven aan het zogeheten conceptueel raamwerk en geen waarborgen heeft getroffen tegen de substantiële bedreigingen voor zijn naleving van de fundamentele beginselen nadat het geschil zich openbaarde en de Ondernemingskamer al in 2009 had vastgesteld dat er sprake was van tegenstrijdige belangen binnen de groep van vennootschappen. Van betrokkene had in de gegeven omstandigheden juist verwacht mogen worden dat hij de bedreigingen voor zijn geheimhoudingsplicht en voor zijn objectiviteit had ondervangen. In dit geval moet echter worden vastgesteld dat betrokkene zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden ten faveure van de door hem behouden partij en dat hij de belangen van zijn toenmalige cliënt ofwel de partij voor wie hij de dienstverlening had beëindigd, heeft achtergesteld bij de belangen van de door hem behouden cliënt, ofwel voor de partij voor wie hij de dienstverlening had voortgezet. Betrokkene heeft met een en ander de fundamentele beginselen van objectiviteit, deskundigheid en zorgvuldigheid, en professioneel gedrag geschonden. Betrokkene wordt daarbij aangerekend dat hij ook ter zitting er nauwelijks blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen en dat zijn handelen het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht. Volgt maatregel van berisping.