Procedurenummer 16/1439 Wtra AK
Klaagster op grond van beginsel van concentratie van klachten niet ontvankelijk in een tweede meer inhoudelijk klacht, nadat zij eerst een klacht van meer voorbereidende aard over hetzelfde feitencomplex had ingediend en op welke klacht eerder uitspraak is gedaan.

 

Procedurenummer 16/563 Wtra AK
Geschil tussen scheidende levenspartners/aandeelhouders in een besloten vennootschap. Betrokkene was accountant van de vennootschap en beide aandeelhouders en neemt een bemiddelende rol in bij de verkoop van de aandelen van de ene aan de andere ex-partner. De over te dragen aandelen zijn gewaardeerd volgens een ongebruikelijke waarderingsmethode.
De Accountantskamer overweegt dat een openbaar accountant van een entiteit met twee of meer bestuurders/aandeelhouders die optreedt voor die entiteit én die bestuurders/aandeelhouders, op grond van de VGC voortdurend bedacht moet zijn op mogelijke bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen vervat in (zowel) de VGC (als haar opvolgster de VGBA). In het bijzonder moet in dit verband gedacht worden aan het (dreigen te) ontstaan van belangenconflicten tussen de bestuurders/aandeelhouders en daarmee de kans op niet naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit als bedoeld in artikel A-100.4 onder b. van de VGC. Doen zich op enig moment bedreigingen voor het niet naleven van de fundamentele beginselen voor, dan treft de accountant (in de terminologie van artikel A-100.2 van de VGC) waarborgen die de bedreiging wegnemen of terugbrengen naar een aanvaardbaar niveau. De accountant legt een bedreiging van niet te verwaarlozen betekenis, de naar aanleiding daarvan getroffen waarborgen en zijn conclusie vast.
In casu is de Accountantskamer van oordeel dat betrokkene onvoldoende waarborgen heeft getroffen om de bedreiging van zijn objectiviteit in de gegeven omstandigheden van het geval terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau, nu hij in die gegeven omstandigheden van het geval niet schriftelijk de voorwaarden heeft vastgelegd waaronder hij de werkzaamheden met betrekking tot de verbreking van de samenleving van partijen zou uitvoeren, en zo onduidelijkheid heeft laten ontstaan over zijn rol, hij voorts klaagsters niet heeft ingelicht over het ongebruikelijke karakter van de voorhanden liggende waarderingsmethode en daarbij klaagsters niet heeft geadviseerd ter zake van expliciet die waardering zich van deskundige bijstand te voorzien en voorts zich er niet van heeft vergewist dat klaagsters terzake de waardering van de aandelen daadwerkelijk deskundige bijstand hadden ingeschakeld.
Berisping.

Procedurenummers 16/1377 en 16/1378 Wtra AK
Kantoortoetsing. De jonge accountant, die het kantoor voortzet, krijgt nog een kans het stelsel van kwaliteitsbeheersing verder aan de normen aan te passen. Berisping. De oudere accountant, die zich inmiddels zelf uit het register heeft laten uitschrijven, wordt een (definitieve) doorhaling voor de duur van 1 jaar opgelegd.

 

Procedurenummer 16/199 Wtra AK
Voor feitelijke onderbouwing van een klacht is het enkel verwijzen naar een omvangrijk pakket bijlagen bij het klaagschrift onvoldoende, tenzij uit een bijlage een heldere en expliciete onderbouwing van een klachtonderdeel blijkt. Advies aan cliënte tot het bewust doen van een onjuiste, te lage aangifte BTW en dat later door een suppletieaangifte te corrigeren, om zo liquiditeitsproblemen van de cliënte op te lossen, is in strijd met de beginselen van integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Berisping

Procedurenummer 16/1434 Wtra AK
Klachten over manipulatie door accountant van tussentijdse cijfers (overgelegd aan UWV ter onderbouwing ontslagaanvraag) over voorraad en onterecht opnemen voorziening dubieuze debiteur niet aannemelijk gemaakt.

 

Procedurenummer 16/668 Wtra AK
Rapportage over waarde inbreng ter volstorting van aandelen per 1 januari 2009. Een andere accountant is voor de indertijd afgegeven inbrengverklaring tuchtrechtelijk veroordeeld; betrokkene wist hiervan af. Betrokkene heeft NVCOS 5500N toegepast. Hij heeft daarbij, gezien de bewoordingen van zijn conclusies in het rapport, niet, zoals in randnummer 27 van deze Cos is voorgeschreven, de opdracht op duidelijke wijze van een assurance-opdracht onderscheiden. De rapportage ontbeert deugdelijke grondslag, omdat enerzijds in het rapport staat dat het gebaseerd is op diverse stukken van na 23 oktober 2009, terwijl betrokkene heeft aangegeven dat deze stukken toch niet voor de waardebepaling gebruikt zijn. Ook had betrokkene in de gegeven omstandigheden van het geval voor de deugdelijkheid van zijn rapport klager moeten horen. Het rapport ontbeert een redelijk doel, nu het ten behoeve van een juridisch geschil is opgesteld, waarin de waarde van de inbreng per 21 januari 2010 van belang is, terwijl betrokkene de waarde van de ingebrachte ondernemingen heeft bepaald per 1 januari 2009. Voorts is betrokkene in het rapport ten onrechte niet volstrekt helder geweest over het onderscheid tussen beide data en waardebepalingen.
Berisping.

Procedurenummer 16/896 Wtra AK
Accountant die zoals hij gewoon was, financieel verslag (in de vorm van een balans, winst- en verliesrekening en een resultaatverdeling) van een maatschap opmaakt, wetend dat er sprake is van een geschil tussen de (ex-) maten over de financiële afwikkeling van de maatschap, en die zich niet realiseert dat zich in die situatie bedreigingen (kunnen) voordoen voor de naleving van de fundamentele beginselen van objectiviteit en deskundigheid en zorgvuldigheid, laat staan daartegen waarborgen treft, handelt in strijd met het conceptueel raamwerk van de VGC. Waarschuwing.

 

Procedurenummers 14/2443, 2444, 2445, 2446 en 2447 Wtra AK
Een deel van de  klachten tegen betrokkene 1) niet-ontvankelijk op grond van ne bis in idem beginsel en de eisen van een behoorlijke tuchtprocedure. Klacht tegenontvankelijk voor zover die ziet op aanvullende werkzaamheden. Bevindingen betrokkene 1 niet toereikend om conclusie over herkomst schoenen te dragen. Klacht in zoverre gegrond. 

Betrokkene 2 heeft medeverantwoordelijkheid genomen voor eerder door betrokkene 1 uitgebracht rapport, welk rapport een deugdelijke grondslag ontbeert. Klacht tegen betrokkene 2 daarom gegrond.

Procedurenummer 16/1028 Wtra AK
Aannemelijk is dat betrokkene zijn aangiften omzetbelasting over een periode van zes maanden ten bedrage van ruim € 9.000 telkens bewust onjuist heeft gedaan. Definitieve doorhaling gedurende zes maanden. Geen gedragsregel die inhoudt dat een accountant zijn cliënt niet in verschillende rollen zou mogen bijstaan, geld aan hem uit te lenen of verbiedt belanghebbende te zijn bij de uitkomst van een door de cliënt aangespannen civiele procedure. Wel dient de accountant in deze situaties altijd bedacht te zijn op bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen.

Procedurenummer 16/1574 Wtra AK
Briefrapport van betrokken accountant, uitgebracht aan zijn cliënt, wordt in een civiele procedure tussen klager en een derde (niet zijnde die cliënt) op onvolledige wijze ingebracht. Klager brengt betrokkene hiervan op de hoogte en verzoekt hem aan te geven of het briefrapport van hem afkomstig is of het inderdaad onvolledig is, en zo ja of hij een kopie van het volledige briefrapport kon verkrijgen. Betrokkene erkent dat het briefrapport van hem afkomstig is, doch weigert met een beroep op zijn geheimhoudingsverplichting (onder vigeur van de VGC) een kopie daarvan aan klager af te geven. Hij geeft geen informatie over het feit dat het briefrapport inderdaad onvolledig in de civiele procedure is ingebracht.

Schending van het fundamentele beginsel van integriteit. De accountant dient te vermijden dat hij in verband wordt gebracht met rapportages en andere informatie  die een bewering bevatten die niet volledig is als gevolg waarvan de bewering als misleidend kan worden ervaren. Betrokkene heeft onvoldoende waarborgen getroffen, nadat hij met deze situatie bekend is geworden, welke hij ingevolge art. A-100.8 “onverwijld” had moeten treffen. Geen sprake van een beroepsethisch conflict, nu hij de kwestie niet aan zijn cliënt zelf eerst heeft voorgelegd, alvorens zich te beroepen op geheimhouding c.q. het onvermeld laten van de onvolledigheid van het overgelegde rapport. Ook indien zijn cliënt hem niet specifiek had gemachtigd klager te informeren, dan had in zoverre het zich houden aan het beginsel van integriteit voor moeten gaan boven het fundamentele beginsel van geheimhouding, door in ieder geval klager tijdig te informeren dat het overgelegde rapport onvolledig was.

Waarschuwing.

 

 

 

 

Procedurenummer 15/2728 Wtra AK
Fraude van werknemer gedurende meerdere boekjaren niet tijdens controle ontdekt. Voor de beoordeling van de klachten is van belang dat het enkele feit dat achteraf is gebleken dat bij de door betrokkene gecontroleerde gegevens en stukken sprake is geweest van fraude dan wel dat betrokkene de frauduleuze onttrekkingen bij zijn controlewerkzaamheden niet op het spoor is gekomen, nog niet betekent dat betrokkene de voor hem geldende beroeps- en gedragsregels heeft geschonden.In casu, gezien de hem gebleken  feiten en omstandigheden, heeft betrokkene ten onrechte nagelaten nadere, aanvullende controlewerkzaamheden uit te voeren. Een dergelijke (aanvullende) controle was ook aangewezen nu de uitkomst daarvan mede de inschatting had te bepalen van de waarschijnlijkheid dat bedoeld risico een afwijking van materieel belang tot gevolg zou hebben. Betrokkene heeft het verweer gevoerd dat het bedrag van de uiteindelijke fraude het materieel belang niet oversteeg. Door betrokkene is betoogd dat over de periode 2009 tot en met 2013 de materialiteit op jaarbasis gemiddeld € 350.000 bedroeg en dat op jaarbasis de geconstateerde fraude de materialiteit niet overstijgt. De Accountantskamer volgt betrokkene niet in dit verweer. Doordat de fraude een aantal jaren heeft plaatsgevonden, kan immers niet slechts worden getoetst aan de materialiteit op jaarbasis, maar dient het cumulatieve effect van de fraude op het eigen vermogen van de controlecliënt mede in aanmerking te worden genomen. Dit effect was een veelvoud van de gehanteerde materialiteit en derhalve van materieel belang voor de jaarrekening.

Procedurenummers 16/548 en 16/550 Wtra AK
Samenstellingsopdracht. Het belang van het bekend zijn met de gebruikelijke grondslagen van waardering en resultaatsbepaling van de bedrijfstak waarin de cliënt werkzaam is (par. 11 NVCOS 4410). Betrokkene had nadere vragen moeten stellen en of nader onderzoek moeten doen naar de van de cliënt verkregen informatie. Berisping.