Procedurenummer 16/2398 Wtra AK
Klachten over werkzaamheden accountant (waaronder samenstellen jaarrekeningen) die is opgetreden als deskundige in een arbitrageprocedure ongegrond. Klaagsters hebben hun standpunt dat betrokkene de werkzaamheden niet overeenkomstig de opdracht van het scheidsgerecht heeft uitgevoerd en de bepalingen van standaard 4410 niet in acht heeft genomen onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Bovendien heeft het scheidsgerecht zelf niet geoordeeld dat betrokkene de opdracht onjuist heeft uitgevoerd of zich niet aan de instructies van de arbiters heeft gehouden. Dat oordeel over de bruikbaarheid van het deskundigenbericht en de jaarrekeningen voor het geschil is leidend voor de Accountantskamer.

Procedurenummer 17/414 Wtra AK
Conclusies, die in een rapport van een accountant zijn opgenomen, dienen van een deugdelijke grondslag te zijn voorzien; dat geldt in versterkte mate indien een dergelijke rapportage bedoeld is om in een gerechtelijke procedure ter ondersteuning van een partijstandspunt over te leggen. In de meeste gevallen   zo ook in het onderhavige geval, waarbij betrokkene is voorbij gegaan aan het persoonsgerichte karakter van zijn rapportage- is die deugdelijke grondslag onmogelijk te bewerkstelligen zonder het toepassen van hoor en wederhoor. Nu het rapport reeds om zo’n basale reden deugdelijke grondslag ontbeert, is de klacht gegrond en kan het bespreken van de 43 deelklachten daargelaten worden. Betrokkene lijkt in zijn formuleringen bedoeld te hebben een bepaalde mate van assurance te verstrekken, hetgeen niet past in de kennelijk door hem bedoeld rapportage ex NVCOS 4400, terwijl de door hem toegepaste werkwijze alsdan een geheel andere had moeten wezen. Berisping.

Procedurenummer 17/594 Wtra AK
Betrokkene heeft klager 2), die, via klaagster 1), 100% van de aandelen in besloten vennootschap A hield, privé en zakelijk bijgestaan. Hij heeft klagers geadviseerd bij de verkoop van 50 % van de aandelen in A aan de besloten vennootschap B. Vervolgens heeft betrokkene de besloten vennootschap B en haar directeur-grootaandeelhouder als financieel adviseur bijgestaan bij de beslechting van de geschillen die tussen hen en klagers waren ontstaan en hen onder meer geadviseerd bij de koop van de overige door klagers in de besloten vennootschap A gehouden aandelen. Omdat hiervan een bedreiging uitging voor de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit diende betrokkene een toereikende maatregel te nemen (en vast te leggen) die ertoe zou leiden dat hij zich aan het fundamentele beginsel zou houden. Betrokkene heeft geen bedreiging voor zijn objectiviteit gesignaleerd en aldus in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit gehandeld. Betrokkene heeft verder aan een oud-werkneemster van de besloten vennootschap A geadviseerd om geen belastingaangifte te doen van een contant van deze vennootschap ontvangen bedrag en dit bedrag niet op de bank te zetten. Betrokkene heeft aldus in strijd met de fundamentele beginselen van “professionaliteit” en “integriteit” en overigens ook met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld. De Accountantskamer heeft de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden opgelegd.

 

Procedurenummer 16/2016 Wtra AK
Toetsing door SRA kan niet worden vereenzelvigd met onderzoek door klaagster (AFM). Daarom kan aan klaagster niet worden tegengeworpen dat SRA een na de toetsing ingediend verbeterplan heeft goedgekeurd. Wettelijke controle vertoont onweersproken talloze ernstige tekortkomingen. Doorhaling niet alleen uit register Wta maar ook uit register Wab.

Procedurenummer 17/106 Wtra AK
Betrokkene schrijft op verzoek van advocaat een briefrapport met daarin opgenomen een conclusie die deugdelijke grondslag mist. Advocaat stelt de door betrokken verschafte informatie in de procedure onjuist voor. In strijd met art. 10 VGBA is betrokkene hiertegen niet corrigerend opgetreden. Waarschuwing.

 

Procedurenummer 16/1924 Wtra AK
Klachtonderdelen niet-ontvankelijk omdat klager het verweten handelen meer dan drie jaar voor het indienen van de klacht redelijkerwijs heeft kunnen constateren. Klacht over weigering om voorraadlijsten die klager aan betrokkene had gefaxt en die door betrokkene zijn verwerkt, retour te sturen, gegrond.

 

Procedurenummers 16/2226, 16/2227, 16/2401 en 16/2402 Wtra AK
Klachten tegen accountant/vaste contactpersoon en controlerend accountant van entiteit over opzetten fraude/behulpzaam zijn bij opzetten fraude bij deze entiteit (een van de klaagsters) en bij andere entiteit waarvan eerstgenoemde accountant de jaarrekeningen heeft samengesteld, zijn niet aannemelijk geworden omdat niet gebleken is dat betrokkenen enige wetenschap en/of vermoeden van de fraude hadden moeten hebben. Daarom zijn de klachten voor zover ontvankelijk, ongegrond. De voormalig managing director van een van de klaagsters beschikte over een volledige volmacht en was volledig op de hoogte van de fraude en daarom was deze klaagster al meer dan drie jaar voordat zij de klacht indiende, op de hoogte van het tuchtrechtelijk laakbare handelen waarover zij klaagt.

 

Procedurenummer 17/425 Wtra AK
Kantoortoetsing. I.v.m. externe begeleiding vooruitzicht op afdoende verbetering. Daarom berisping en hertoetsing over 1 jaar.

 

Procedurenummers 16/2272 en 16/2273 WtrA AK
Aan accountants wordt gevraagd om te rapporteren “ten behoeve van inweging of een te hoge prijs is betaald voor aandelen in vennootschappen. Gezien deze opdracht hadden de accountants erop bedacht moeten zijn dat hun rapport ter kennis van derden kon worden gebracht en zou worden ingebracht in een gerechtelijke procedure. Zij moeten ervoor waken dat de inhoud van het rapport niet verkeerd wordt uitgelegd. Betrokkenen kiezen ervoor te rapporteren met toepassing van standaard 4400.

Een zodanig rapport mag in een situatie als deze naast feitelijke bevindingen ook conclusies bevatten.  Die conclusies moeten wel op een deskundige en zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dus van een deugdelijke grondslag zijn voorzien en de rapportage waarin zij zijn opgenomen, moet zodanig zijn ingericht dat de rechterlijke objectieve waarheidsvinding niet wordt belemmerd.