Procedurenummer 18/1300 Wtra AK
Klachten over een door betrokkene vervaardigd partij-deskundigenrapport bedoeld ter ondersteuning en advisering van partijen die in een civiele procedure door een curator worden aangesproken, en waarin de curator zich mede heeft beroepen op een door hem ingebracht partij-deskundigenrapport. Klachten ongegrond.

 

Procedurenummer 18/2249 Wtra AK
Voor zover de klacht inhoudt dat de accountant zijn rol als adviseur van klager heeft misbruikt, is de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Procedurenummers 17/2371, 17/2372 en 17/2373 Wtra AK
Betrokkenen maken/maakten deel uit van het NBA-bestuur. Hen wordt verweten dat ze –kort samengevat- te zeer de belangen van de OOB-kantoren binnen het bestuur hebben nagestreefd en te weinig oog hebben gehad voor de belangen van de MKB-kantoren. Voor zover een dergelijke klacht al onder het bereik van het tuchtrecht ex art. 42 Wab zou vallen, is de klacht ongegrond. In de klacht wordt niet geconcretiseerd noch onderbouwd voor welke individuele bijdragen van betrokkenen zij persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden.

Procedurenummer 18/2218 Wtra AK
Voortzetten gelegd executoriaal beslag door betrokkene op pensioenuitkering klager is doorgaand gedrag en heeft gedeeltelijk plaatsgevonden binnen de termijn van drie jaar voor het indienen van de klacht.  Klacht gegrond. Beslaglegging vloeit voort uit niet houdbaar civielrechtelijk standpunt over grondslag vordering betrokkene op klager, mede omdat betrokkene kon vermoeden dat klager psychische klachten had toen hij brief schreef waarop betrokkene zijn civielrechtelijke standpunt baseerde. Waarschuwing.

 

Procedurenummer 17/1482 Wtra AK
Klacht curatoren (ingediend op 10 juli 2017) over het ten onrechte afgeven op 15 juli 2011 van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening over 2010 van een vastgoedconcern (gefailleerd op 23 november 2012) en over het  vergaren van (onvoldoende/geschikte) controle-informatie bij de controle van het bestuursverslag en een groot aantal posten op de balans. Bij indienen klacht is de termijn van zes jaar in artikel 22 Wtra (oud) niet overschreden en ook niet de termijn van drie jaar. Of de termijn van zes jaar is overschreden is onderwerp van ambtshalve toetsing door de Accountantskamer, gezien de aard van de regel, die beschouwd moet worden als een bepaling van openbare orde. Bekendheid van klagers (als curatoren) met (posten in) de jaarrekening, het bestuursverslag, de goedkeurende controleverklaring en de administraties van de failliete vennootschappen houdt niet in dat klagers ook kennis droegen van alle gegevens die door betrokkene in aanmerking zijn genomen bij de controle en van de afwegingen en de beoordeling die betrokkene aan de hand van die gegevens heeft gemaakt, laat staan dat klagers daaraan enig vermoeden van tekortschieten bij die controle en bij het vastleggen van die gegevens en afwegingen in het controledossier konden ontlenen. Klacht in (vrijwel) alle onderdelen gegrond. Niet alle gegevens waarvan betrokkene in het verweerschrift stelt dat hij die in aanmerking heeft genomen bij zijn beoordeling van de aanvaardbaarheid van (de verwerking en de schatting van) posten op de jaarrekening, zijn (voldoende duidelijk) opgenomen in het controledossier. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat de “interpretatie” van de Standaarden sinds 2010 stringenter is geworden en dat destijds nog niet was vereist dat elke overweging in het controledossier werd vastgelegd. De Accountantskamer kan betrokkene hierin niet volgen. Er is geen enkele reden om het verplichtend karakter van de voorschriften van de NVCOS te laten afhangen van het tijdsgewricht waarin het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden. Tijdelijke doorhaling voor een termijn van drie maanden, mede gelet op de lange duur van de klachtprocedure.

Procedurenummer 18/1236 Wtra AK
Betrokkene is advocaat en accountant. Klager en zijn zus zijn elk voor 50% houder van de aandelen in klaagster. Betrokkene treedt op als raadsman van de zus van klager en vertegenwoordigt haar in verschillende gerechtelijke procedures tussen haar en klager over het testament van hun vader die onder meer betrekking hebben op de waardering van het aandelenpakket in klaagster. Verder heeft betrokkene de zus bijgestaan in de klachtprocedure tegen de accountant die op verzoek van klager een rapport heeft uitgebracht over de waardering van het aandelenpakket. Klagers verwijten betrokkene dat hij op oneigenlijke wijze financiële en andere informatie over klaagster in handen heeft gekregen en deze in verschillende procedures gebruikt. Daarnaast wordt aan betrokkene verweten dat zijn werkwijze als raadsman van de zus een vlotte en harmonieuze uitvoering van de laatste wil van vader verhindert en tot verstoring van de familieverhoudingen leidt. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond nu het verwijt niet aannemelijk is gemaakt. Het tweede klachtonderdeel heeft betrekking op het handelen of nalaten van een accountant/advocaat in de vorm van stellingen die hij als advocaat, en derhalve als behartiger van uitsluitend de belangen van zijn cliënte, namens zijn cliënte naar voren heeft gebracht in een procedure. De Accountantskamer heeft daarom aangesloten bij haar jurisprudentie inzake het door een accountant in zijn eigen zakelijke betrekkingen innemen van civielrechtelijke standpunten. Het klachtonderdeel is ongegrond, nu niet  aannemelijk is gemaakt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het bewust innemen van onjuiste of misleidende standpunten en (daarmee) de voortgang in de gesprekken tussen klager en diens zus (bewust) heeft vertraagd.

 

 

Procedurenummer 18/978 Wtra AK
Surinaamse zaak. Betrokkene spreekt met de minister van volksgezondheid af dat hij naast zijn salaris als directeur van het ziekenhuis, waarvan de hoogte wettelijk vast lag, een vaste maandelijkse vergoeding mocht declareren voor consultancywerkzaamheden, die hij niet extra verrichtte. Deze handelwijze, die er op duidt dat betrokkene voor zijn directeurschap in strijd met de geldende salarisvoorschriften de facto een (hoger) salaris ontving en accepteerde, levert naar het oordeel van de Accountantskamer strijd op met het fundamentele beginsel van integriteit dat vergt dat een accountant eerlijk en oprecht optreedt. In zoverre is de klacht gegrond.

Indien een klager een gemotiveerde en gesubstantieerde klacht verwoordt, die niet op voorhand onaannemelijk is, mag van een accountant in beginsel worden gevergd dat hij medewerking verleent aan voormeld onderzoek door de tuchtrechter, ook indien dat inhoudt bespreking van informatie die als vertrouwelijk in voormelde zin kan worden aangemerkt en/of overlegging van bescheiden van de opdrachtgever van de accountant vergt. Deze gehoudenheid gaat echter niet zover dat de in een tuchtprocedure aangesproken accountant zonder meer alle gegevens dient te openbaren en/of alle bescheiden dient in te brengen die in verband kunnen worden gebracht met de klacht. Hoever deze gehoudenheid strekt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, daaronder begrepen de belangen die met de klacht en met de vertrouwelijkheid zijn gemoeid. Daarbij geldt dat het aan de accountant die zich op zijn beroepsgeheim beroept, is om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken die dat beroep kunnen dragen. In casu zijn deze klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd om van betrokkene te vergen dat hij een vertrouwelijk rapport, waarop de klacht van klaagster betrekking heeft maar die niet zijn opdrachtgever is, in het geding brengt.

Procedurenummer 18/1759 Wtra AK
Accountant verzorgt administratie, doet belastingaangiften en stelt jaarrekening vof op. Klacht over fouten in boekhouding en bij opstellen jaarrekening niet aannemelijk gemaakt. Te laat indienen bezwaarschriften tegen besluiten van de belastingdienst is niet aan betrokkene te wijten, omdat een van de vennoten niet tijdig heeft gereageerd op verzoek betrokkene besluiten aan haar te doen toekomen. Betrokkene heeft op enig moment klaagster laten weten dat zij de financiële stukken van klaagster pas wilde retourneren wanneer klaagster de openstaande facturen zou voldoen. Nadat de opvolgende accountant betrokkene erop had gewezen dat zij geen retentierecht had met betrekking tot de boekhouding van klaagster, is klaagster in de gelegenheid gesteld de stukken te komen ophalen. Dit verzuim is van te gering tuchtrechtelijk verwijt om deze klacht gegrond verklaren. Aannemelijk is dat betrokkene vrij snel heeft ingezien dat zij niet hoorde te weigeren financiële stukken af te geven. Bovendien is niet gesteld dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden van de aanvankelijke weigering.

Procedurenummer 19/3 Wtra AK
De Accountantskamer is tot de conclusie gekomen dat betrokkene een verklaring heeft ondertekend voor bekendheid met de verrichte betalingen en bedoelingen, zonder dat hij de juistheid van de inhoud van die verklaring voldoende heeft geverifieerd, terwijl hij wist dat tussen klager en zijn echtgenote een geschil bestond en hij had moeten begrijpen dat er een reële kans bestond dat die verklaring in een juridische procedure tussen hen zou worden gebruikt. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door onder deze omstandigheden de verklaring te ondertekenen, heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, professionaliteit, integriteit en objectiviteit. Oplegging van de maatregel van (tijdelijke) doorhaling zou onder deze omstandigheden passend zijn, maar nu betrokkene zich inmiddels heeft laten uitschrijven als accountant-administratieconsulent, is volstaan met oplegging van de maatregel van berisping.

Procedurenummer 19/213 Wtra AK
Vaktechnische/tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de accountant voor een onder zijn leiding werkzame medewerker ter zake werkzaamheden die tot het accountantsberoep behoren en waarbij de medewerker het contact met de cliënt onderhoudt. Invloed art. 14 VGBA. Niet waarschuwen cliënt waar dat wel nodig en mogelijk is. Klacht gegrond; waarschuwing.