Hieronder is de procedure in essentie weergegeven. Het procesreglement is beschikbaar onder de knop "procesreglement". Dit reglement is beslissend.

Een klacht bij de Accountantskamer tegen een accountant moet schriftelijk, ondertekend en in achtvoud worden ingediend. Een klacht mag worden ingediend door een gemachtigde, onder overlegging van een machtiging. Een advocaat die optreedt als gemachtigde hoeft geen machtiging over te leggen.

Bij de indiening van de klacht moeten de stukken worden bijgevoegd waarop klager een beroep doet. Deze bijlagen moeten daarbij zoveel mogelijk in het klaagschrift worden toegelicht.

Een klacht bij de Accountantskamer moet worden ingediend binnen drie jaar na constatering of na het tijdstip van redelijkerwijs kunnen constateren van de gedraging waartegen de klacht zich richt. Daarbij geldt dat tussen het moment van de gedraging waartegen de klacht zich richt en het moment van indiening van de klacht daarover minder dan zes jaar verstreken moet zijn.

Voor het in behandeling nemen van een klacht bij de Accountantskamer is een griffierecht van €_70,00 verschuldigd. Indien de Accountantskamer oordeelt dat de klacht gegrond is, ontvangt de klager het  griffierecht van de betrokken accountant terug.

Na ontvangst van het klaagschrift wordt nagegaan of de klacht al door het accountantskantoor of de Klachtencommissie Nba is behandeld. Als dit niet gebeurd is en de klacht leent zich daar naar het oordeel van de voorzitter van de Accountantskamer wel toe, kan de klacht - voordat de Accountantskamer deze in behandeling neemt - worden doorgestuurd naar de secretaris van de Klachtencommissie Nba. Het zal in dergelijke gevallen merendeels gaan om lichtere bejegeningsklachten: de manier waarop u door de accountant bent behandeld. Voor deze klachten is een klachtenprocedure doorgaans effectiever dan een tuchtrechtelijke procedure. Mocht klager bewust niet voor behandeling van zijn klacht door het accountantskantoor of door de Klachtencommissie Nba gekozen hebben, dan is het raadzaam dat dit in het klaagschrift onder opgave van redenen wordt vermeld. De voorzitter van de Accountantskamer kan dan met de opgegeven redenen rekening houden bij zijn beslissing.

Indien het griffierecht is betaald en de klacht niet voor doorzending in aanmerking komt, krijgt de betrokken accountant de gelegenheid om binnen vier weken op de klacht te reageren. Het is mogelijk dat de Accountantskamer klager vervolgens in de gelegenheid stelt om op de reactie van de betrokken accountant te reageren, op welke reactie tot slot de betrokken accountant mag antwoorden.

Na de schriftelijke uitwisseling van standpunten worden klager en de betrokken accountant opgeroepen voor een openbare zitting om in elkaars aanwezigheid te worden gehoord. Hierbij kunnen getuigen en deskundigen worden opgeroepen. De klager of de betrokken accountant kan ook zelf getuigen en deskundigen mee naar de zitting nemen, in welk geval dit tijdig, bij voorkeur tien dagen voorafgaande aan de zitting, schriftelijk moet worden opgegeven.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting kan onmiddellijk mondeling uitspraak worden gedaan of volgt nadien schriftelijk uitspraak. De termijn van schriftelijke uitspraak bedraagt veelal tien weken.

In de uitspraak staan vermeld de gronden en de voorschriften waarop deze berust en de tuchtrechtelijke maatregel die eventueel bij een (gedeeltelijke) gegrondverklaring wordt opgelegd. De tuchtrechtelijke maatregelen die de Accountantskamer aan de betrokken accountant bij een gegronde klacht kan opleggen zijn: waarschuwing, berisping, geldboete tot €_8.100,--, tijdelijke doorhaling voor ten hoogste één jaar van de inschrijving in het accountantsregister en doorhaling waarbij de Accountantskamer ook bepaalt binnen welke termijn de betrokken accountant niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven. Deze termijn bedraagt maximaal 10 jaar. De geldboete kan samen met een van de overige maatregelen worden opgelegd. De geldboete valt toe aan de Staat. De Accountantskamer kan bij een gegronde klacht onder omstandigheden ook besluiten om geen maatregel op te leggen.

Een afschrift van de uitspraak van de Accountantskamer wordt toegezonden aan klager, de betrokken accountant, de Nba en de AFM.

Tegen de uitspraak van de Accountantskamer kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en de gronden van het beroep te bevatten. Ook voor de Nbastaat beroep bij dat College open.

Een vereenvoudigde procedure is mogelijk voor relatief lichte overtredingen. Zo kan de voorzitter van de Accountantskamer, als deze van oordeel is dat een klacht gegrond is, maar slechts een lichte tuchtrechtelijke maatregel hoeft te worden opgelegd, de zaak na de betrokken accountant gehoord te hebben zonder zitting afdoen.

Indien er ernstige bezwaren tegen een accountant zijn, kan het, gezien de bescherming van het algemeen belang, gewenst zijn de betrokken accountant met onmiddellijke ingang, ook tijdens de procedure, op non-actief te stellen. De AFM en de voorzitter van de Nba kunnen in dat geval de Accountantskamer verzoeken om bij wege van voorlopige maatregel de inschrijving van de betrokken accountant in het register tijdelijk door te halen.

Als de klacht wordt ingetrokken, voordat de Accountantskamer uitspraak heeft gedaan, is het toch mogelijk dat de behandeling van de klacht wordt voortgezet. Als de Accountantskamer van oordeel is dat het algemeen belang bij een goede beroepsuitoefening in het spel is, kan zij bepalen dat de behandeling van de klacht moet worden voortgezet, als ware de klacht afkomstig is van de AFM en de voorzitter van de Nba.