Procesreglement Accountantskamer 2010


Artikel 1                                      Begripsbepalingen

Artikel 2                                      Toepasselijkheid

Artikel 3                                      Afwijking van het reglement

Artikel 4                                      Fax- en e-mailverkeer

Artikel 5                                      Verzending van stukken door de Accountantskamer

Artikel 6                                      De ge(vol)machtigde

Artikel 7                                      Indienen klaagschrift en nadere stukken

Artikel 8                                      Voorwaarden die aan het klaagschrift worden gesteld

Artikel 9                                      Tijdigheid

Artikel 10                                    Bewijsstukken

Artikel 11                                    Griffierecht

Artikel 12                                    Ontvangstbevestiging klaagschrift en informatie aan betrokkene

Artikel 13                                    Verweerschrift

Artikel 14                                    Repliek, dupliek en indiening van nadere stukken

Artikel 15                                    Uitstel

Artikel 16                                    Intrekking van de klacht

Artikel 17                                    Voortgang in de procedure

Artikel 18                                    Getuigen of deskundigen

Artikel 19                                    De uitnodiging of oproeping voor de zitting

Artikel 20                                    Samenstelling kamer, schorsing en wraking

Artikel 21                                    Openbaarheid van de zitting

Artikel 22                                    Procedure ter zitting

Artikel 23                                    Stukken na zitting

Artikel 24                                    De uitspraak van de Accountantskamer

Artikel 25                                    Tenuitvoerlegging

Artikel 26                                    Hoger beroep

Artikel 27                                    Slotbepalingen


Artikel 1           Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Wet: de Wet tuchtrechtspraak accountants;

de Nba: de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;

AFM: de Stichting Autoriteit Financiële Markten, bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht accountantsorganisaties;

het College: het College van Beroep voor het bedrijfsleven;

klager: degene die een klacht als bedoeld in artikel 22 van de Wet heeft ingediend;

betrokkene: de accountant tegen wie een klacht als bedoeld in artikel 22 van de Wet is ingediend;

kantooradres van betrokkene: het door betrokkene laatstelijk aan zijn beroepsorganisatie doorgegeven kantooradres;

voorzitter: de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, bedoeld in artikel 11 van de Wet;

lid: het lid of het plaatsvervangend lid, bedoeld in artikel 11 van de Wet;

secretaris: de secretaris of plaatsvervangend secretaris, bedoeld in artikel 11 van de Wet;

kamer: een samenstelling van drie (de kleine kamer) of vijf leden (de grote kamer) van de Accountantskamer die belast is met de behandeling van een klacht.


Artikel 2           Toepasselijkheid

Dit reglement, gebaseerd op artikel 10 lid 3 van de Wet, heeft betrekking op het indienen van een klacht en het verloop van de procedure bij de Accountantskamer in zaken op grond van een overeenkomstig de Wet ingediende klacht.

Artikel 3           Afwijking van het reglement

Voor alle in dit reglement opgenomen bepalingen geldt dat daarvan kan worden afgeweken indien dit naar het oordeel van de voorzitter of de behandelend kamer in het belang is van een goede proces-orde, doch slechts indien en voor zover de Wet dit toelaat.

Artikel 4           Fax- en e-mailverkeer

De Accountantskamer accepteert slechts brieven en andere stukken die per fax of per e-mail worden ingediend, indien het ondertekende origineel ervan terstond per post of koerier wordt nagezonden of uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de fax of e-mail door de verzender persoonlijk worden bezorgd. Uitsluitend indien dit stipt gebeurt, zal de datum van ontvangst van de fax of e-mail als datum van indiening gelden.

Artikel 5           Verzending van stukken door de Accountantskamer

Tenzij de voorzitter van de Accountantskamer anders beslist, wordt alle correspondentie per gewone post aan klager en betrokkene, gericht aan diens kantooradres, gezonden.

Artikel 6           De raadsman of gevolmachtigde

Indien een partij zich door een raadsman laat bijstaan of zich door een daartoe gevolmachtigde laat vertegenwoordigen, richt de Accountantskamer de op de zaak betrekking hebbende correspondentie uitsluitend aan die raadsman of die gevolmachtigde. Een oproeping van een partij zendt de Accountantskamer, voor zover het adres ervan bekend is, aan die partij zelf. Zij stelt de raadsman of gevolmachtigde daarvan in kennis. Een raadsman of gevolmachtigde dient een schriftelijke volmacht over te leggen, tenzij deze advocaat is; dan volstaat een verklaring van deze ter zitting daartoe.

Artikel 7           Indienen klaagschrift en nadere stukken

1. Een klacht en het verweer daarop dienen schriftelijk te worden ingediend bij het secretariaat van de Accountantskamer (Postbus 10067, 8000 GB  Zwolle). Een klacht is tijdig ingediend 1) wanneer deze is ontvangen voor het einde van de termijn waarbinnen deze kan worden ingediend, of 2) indien aannemelijk is dat deze voor het einde van die termijn ter post is bezorgd en niet meer dan drie dagen na het verstrijken van die termijn is ontvangen.

2. Alle stukken moeten door klager en betrokkene in achtvoud worden ingediend. Als het klaagschrift is gericht tegen meer dan één accountant, dan bedraagt dit aantal zeven vermeerderd met het aantal accountants tegen wie de klacht is gericht. Aan klagers, niet zijnde een rechtspersoon of daaraan verbonden, kan door de secretaris vrijstelling worden verleend van het overleggen van afschriften.


Artikel 8           Voorwaarden die aan het klaagschrift worden gesteld

1. Het klaagschrift (inclusief bijlagen) dient:

-          in de Nederlandse taal te zijn opgesteld en

-          te zijn ondertekend.

2. In het klaagschrift dienen te worden vermeld:

-          de naam en het adres van klager;

-          de naam en het kantooradres en, indien bekend, het woon- en e-mailadres van de betrokkene;

-          de feiten waarvoor oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd;

-          de datum waarop het handelen of nalaten van betrokkene waarop de klacht betrekking heeft door klager is geconstateerd;

-          de datum waarop of de periode waarin het handelen of nalaten van de betrokkene waarop de klacht betrekking heeft zich heeft voorgedaan.

3. Het klaagschrift dient voorts uitsluitsel te geven inzake de vragen:

-          of de klacht is voorgelegd aan de accountantsorganisatie waarbinnen de betrokkene werkzaam is, dan wel aan de Klachtencommissie Nba; indien dit niet het geval is, dient dat te worden toegelicht;

-          of tussen partijen over het onderwerp van de klacht een geschil aanhangig is of is geweest bij de Raad voor Geschillen van de beroepsorganisatie, dan wel de burgerlijke rechter.

Indien het klaagschrift niet voldoet aan de vereisten van dit artikel kan de voorzitter klager een termijn geven om het klaagschrift aan te vullen.

4. Bij het indienen van een klaagschrift kan mede gebruik worden gemaakt van een (van de website van de Accountantskamer te downloaden) informatieblad, waarop de voor een klacht bij de Accountantskamer van belang zijnde gegevens kunnen worden ingevuld.


Artikel 9           Tijdigheid

Een klacht bij de Accountantskamer moet worden ingediend binnen drie jaar na constatering van de verweten gedraging in strijd met artikel 42 van de Wet op het accountantsberoep (Vóór 1 januari 2013: artikel 51 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten of artikel 33 van de Wet op de Registeraccountants) dan wel artikel 31 van de Wet toezicht accountantsorganisaties. Voorts geldt dat tussen het moment van de gedraging waarop de klacht ziet en het moment van indiening van de klacht niet meer dan zes jaren verstreken mogen zijn.


Artikel 10         Bewijsstukken

Bij het klaagschrift dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken te worden overgelegd.


Artikel 11         Griffierecht

1. Klager is een griffierecht van € 70,- (zeventig euro) verschuldigd, tenzij klager de AFM of de voorzitter van de Nba is.

2. Voor de betaling ontvangt klager een acceptgiro. Het verschuldigde bedrag moet binnen vier weken na de verzending daarvan zijn bijgeschreven op de rekening van de Accountantskamer.

3. Indien het griffierecht niet tijdig is ontvangen ontvangt klager éénmalig een rappel om het

griffierecht alsnog binnen twee weken te voldoen.

4. Indien het bedrag niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.


Artikel 12         Ontvangstbevestiging klaagschrift en informatie aan betrokkene

Na de ontvangst van het klaagschrift wordt aan klager een ontvangstbevestiging gestuurd. Daarin wordt klager, indien van toepassing, gewezen op het verschuldigde griffierecht en de gevolgen van het uitblijven van betaling er van. Als het klaagschrift niet aan alle voorwaarden voldoet of een volmacht ontbreekt, wordt klager tevens verzocht binnen vier weken na dagtekening van het verzoek de ontbrekende informatie of een volmacht te verstrekken. Betrokkene wordt door de Accountantskamer zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de ingediende klacht en ontvangt daarbij een afschrift van de van klager ontvangen stukken.


Artikel 13         Verweerschrift

Tenzij de voorzitter anders beslist, wordt betrokkene na ontvangst van bij klager nader opgevraagde informatie en/of griffierecht in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de klacht, waarbij de nader ontvangen stukken van klager aan betrokkene worden gezonden. Voor het indienen van verweer geldt een termijn van vier weken.


Artikel 14         Repliek, dupliek en indiening van nadere stukken

1. In beginsel blijft de procedure voorafgaand aan de zitting beperkt tot één schriftelijke ronde, bestaande uit het klaagschrift en het verweerschrift. Indien dat echter nuttig en/of noodzakelijk wordt geacht, kan de voorzitter van de Accountantskamer besluiten tot het doen houden van een extra schriftelijke ronde, bestaande uit een schriftelijke repliek en dupliek.

2. In een geval waarin tot repliek en dupliek is besloten, wordt klager een termijn van vier weken gegeven om te repliceren naar aanleiding van het verweerschrift. Na ontvangst van die repliek stelt de Accountantskamer de betrokkene in de gelegenheid daarop binnen twee weken schriftelijk te dupliceren.

3. Nadere stukken kunnen uiterlijk tot tien dagen voor de zitting worden ingediend. De (voorzitter van de) Accountantskamer kan onder bijzondere omstandigheden beslissen dat buiten deze termijn ingediende stukken toch tot de gedingstukken worden toegelaten.


Artikel 15         Uitstel

1. Een door de voorzitter van de Accountantskamer gestelde termijn wordt onder bijzondere omstandigheden slechts verlengd op een schriftelijk en gemotiveerd, binnen die termijn daartoe gedaan verzoek.

2. De voorzitter van de Accountantskamer deelt zijn beslissing op een dergelijk verzoek binnen één week na ontvangst ervan aan verzoeker mede.

3. Indien de voorzitter van de Accountantskamer het verzoek inwilligt, wordt verzoeker een uitstel verleend van maximaal vier weken na de verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid.

4. Nadat de proceshandeling waarvoor uitstel is verleend alsnog is verricht, dan wel na het ongebruikt verstrijken van de termijn, bedoeld in het derde lid, gaat de voorzitter van de Accountantskamer over tot verdere behandeling van de klacht.


Artikel 16         Intrekking van de klacht

1. De klager kan zijn klacht te allen tijde intrekken.

2. In het algemeen wordt dan de behandeling van de klacht gestaakt, maar als de klacht door klager is ingetrokken voordat de Accountantskamer uitspraak heeft gedaan, dient de (voorzitter van de) Accountantskamer te beoordelen of de klacht om aan het algemeen belang te ontlenen redenen moet worden voortgezet. In dat laatste geval wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van de AFM, dan wel de voorzitter van de Nba.


Artikel 17         Voortgang in de procedure

1. Tijdens of na het schriftelijke vooronderzoek, worden klager en betrokkene benaderd door een medewerker van de Accountantskamer om een zittingsdatum en tijdstip vast te stellen.

2. Nadat zittingsdatum en tijdstip zijn vastgesteld, worden klager en betrokkene daarvan op de hoogte gesteld.


Artikel 18         Getuigen en deskundigen.

1. De Accountantskamer kan ambtshalve of op verzoek van de betrokkene of klager getuigen oproepen.

2. Betrokkene wordt bij de oproeping voor de zitting medegedeeld dat hij bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen. Als betrokkene van deze bevoegdheid gebruik maakt, beoordeelt de Accountantskamer ter zitting of zij het noodzakelijk acht die personen te horen.


Artikel 19         De uitnodiging of oproeping voor de zitting

1. De Accountantskamer zendt partijen en, voor zover van toepassing, getuigen en deskundigen de uitnodiging of oproeping om op een zitting te verschijnen tenminste vier weken voor de datum van de zitting.

2. In de uitnodiging of oproeping deelt de Accountantskamer mede of de zaak door een grote of een kleine kamer wordt behandeld, dit onder vermelding van de namen van de rechterlijke leden, de deskundige leden en de secretaris.

3. De betrokkene wordt opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag, tijdstip en plaats ter zitting te verschijnen

4. De klager wordt op de hoogte gesteld van de dag, het tijdstip en de plaats van de zitting.

5. Indien de datum van de behandeling niet in overleg met partijen is bepaald, worden partijen bij de eerste uitnodiging of oproeping voor de zitting in de gelegenheid gesteld binnen een week na verzending van die uitnodiging of oproeping een andere datum te verzoeken, dit onder vermelding van verhinderdata in de periode van zes weken na de geagendeerde zittingsdatum.

6. Afgezien van de in het vijfde lid bedoelde gang van zaken, zal de voorzitter van de Accountantskamer een verzoek tot uitstel van de behandeling slechts inwilligen als dat zo spoedig mogelijk schriftelijk wordt gedaan, onder opgave van de bijzondere omstandigheden die tot uitstel van de behandeling aanleiding zouden geven en overlegging van stukken ter zake.

7. De voorzitter van de Accountantskamer stelt partijen binnen een week van een beslissing tot uitstel op de hoogte.


Artikel 20         Samenstelling Kamer, schorsing en wraking

1. De zitting wordt gehouden door een door de voorzitter aangewezen Kamer. De samenstelling van de Kamer zoals deze klager en betrokkene is medegedeeld bij de oproeping/kennisgeving als bedoeld in artikel 19, kan door de voorzitter zonder verdere voorafgaande mededeling aan partijen worden gewijzigd.

2. De klacht kan in elke stand van het geding voor verdere afdoening worden verwezen naar de kleine onderscheidenlijk de grote Kamer.

3. De Accountantskamer kan de behandeling ter zitting onderbreken of schorsen.

4. Op verzoek van betrokkene of klager kan de voorzitter of elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van het bestaan van feiten en/of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de Accountantskamer schade zou kunnen lijden.

5. Een wrakingverzoek moet voor de einduitspraak worden gedaan en wel zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten of omstandigheden de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek geschiedt schriftelijk en dient gemotiveerd te zijn ten aanzien van het lid waarop het betrekking heeft. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden. In dat geval wordt het onderzoek ter zitting geschorst.


Artikel 21         Openbaarheid van de zitting

1. De zitting wordt in het openbaar gehouden.

2. De Accountantskamer kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt, indien een openbare behandeling een goede rechtspleging of de belangen van partijen of derden onevenredig zou schaden.


Artikel 22         Procedure ter zitting

1. De leden van de Accountantskamer en de raadslieden dragen geen toga.

2. De voorzitter van de Accountantskamer heeft de leiding van de zitting.

3. De secretaris houdt aantekening van het verhandelde ter zitting.

4. De partijen krijgen ieder maximaal 20 minuten de tijd om hun standpunt toe te lichten. Indien een partij meent meer dan 20 minuten nodig te hebben, dient uiterlijk binnen 4 werkdagen voor de zitting een gemotiveerd verzoek daartoe bij het kabinet van de voorzitter ontvangen te zijn. Indien een pleitnota wordt overgelegd, dient dat in achtvoud te geschieden. Bij de pleitnota kunnen in principe geen nadere bewijsstukken worden overgelegd (zie artikel 14, lid 3).

5. De secretaris maakt pas een proces-verbaal op van de zitting, indien tegen de beslissing hoger beroep is ingesteld of indien de Accountantskamer dat ambtshalve of op verzoek van een - daarbij aantoonbaar belang hebbende - partij heeft bepaald.

6. De Accountantskamer sluit de behandeling ter zitting als zij van oordeel is dat het onderzoek is voltooid.

7. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, heeft de betrokkene het recht als laatste het woord te voeren.

8. Bij het sluiten van de behandeling ter zitting deelt de voorzitter van de Accountantskamer mede wanneer uitspraak wordt gedaan.


Artikel 23         Stukken na zitting

Van stukken, ingediend nadat de behandeling ter zitting is gesloten, zal de Accountantskamer geen kennis meer nemen.


Artikel 24         De uitspraak van de Accountantskamer

1. Indien de Accountantskamer de termijn, bedoeld in het artikel 22 lid 8 van dit reglement, overschrijdt, doet zij aan partijen hiervan mededeling onder vermelding van de datum waarop uiterlijk wel uitspraak wordt gedaan.

2. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. De Accountantskamer spreekt de beslissing in het openbaar uit.

3. De uitspraak kan inhouden het geheel of gedeeltelijk:

-          niet-ontvankelijk verklaren van de klacht;

-          ongegrond verklaren van de klacht;

-          gegrond verklaren van de klacht.

4. Indien in de uitspraak de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, houdt zij tevens in een beslissing omtrent het opleggen een of meer van de in artikel 2 Wtra bedoelde maatregelen.

5. Nadat de beslissing in het openbaar is uitgesproken, wordt daarvan terstond een afschrift verzonden naar betrokkene, klager, de AFM en de voorzitter van de Nba.

6. Zo spoedig mogelijk na verzending van de uitspraak wordt de beslissing in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op www.tuchtrecht.nl .


Artikel 25         Tenuitvoerlegging

1. De opgelegde maatregel, behoudens de bij wege van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van tijdelijke doorhaling als bedoeld in artikel 41 van de Wet, wordt niet ten uitvoer gelegd voordat de beslissing onherroepelijk is. Zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is, zal de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging geven, waarbij hij de AFM en de voorzitter van de Nba informeert ten behoeve van het maken van een aantekening van de opgelegde maatregel in hun register.

2. In een geval waarin een geldboete is opgelegd zal de voorzitter van de Accountantskamer betrokkene opdragen deze geldboete binnen de in de uitspraak bepaalde termijn te voldoen. De voorzitter kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van betrokkene deze termijn verlengen.


Artikel 26         Hoger Beroep

Tegen de einduitspraak van de Accountantskamer staat binnen zes weken na de verzending van die uitspraak beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven door:

a. de betrokkene;

b. de klager;

c. de voorzitter van de Nba.


Artikel 27         Slotbepalingen

1. Deze regeling treedt in werking op 20 oktober 2010.

2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Procesreglement Accountantskamer 2010, versie B.