Procesreglement Accountantskamer 2015

Artikel 1                 Begripsbepalingen

Artikel 2                 Toepasselijkheid

Artikel 3                 Afwijking van het reglement

Artikel 4                 Fax- en e-mailverkeer

Artikel 5                 Verzending van stukken door de Accountantskamer

Artikel 6                 De raadsman of ge(vol)machtigde

Artikel 7                 Indienen klaagschrift en nadere stukken

Artikel 8                 Voorwaarden die aan het klaagschrift worden gesteld

Artikel 8a               Opgaaf en doorzending van de klacht aan AFM / Nba

Artikel 9                 Tijdigheid

Artikel 10               Bewijsstukken

Artikel 11               Griffierecht

Artikel 12               Ontvangstbevestiging klaagschrift en informatie aan betrokkene

Artikel 13               Verweerschrift

Artikel 14               Repliek, dupliek en indiening van nadere stukken

Artikel 14a             Geheimhouding

Artikel 15               Uitstel

Artikel 16               Intrekking van de klacht

Artikel 17               Voortgang in de procedure

Artikel 18               Getuigen of deskundigen

Artikel 19               De uitnodiging of oproeping voor de zitting

Artikel 20               Samenstelling kamer, schorsing en wraking

Artikel 21               Openbaarheid van de zitting

Artikel 22               Procedure ter zitting

Artikel 23               Stukken na zitting

Artikel 24               De uitspraak van de Accountantskamer

Artikel 25               Tenuitvoerlegging

Artikel 26               Hoger beroep

Artikel 27               Slotbepalingen

 

Artikel 1               Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:
• de Wet: de Wet tuchtrechtspraak accountants;
• de VGBA: de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants;
• de VGC: de Verordeningen gedragscode (AA's) en (RA's);
• de Nba: de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;
• AFM: de Stichting Autoriteit Financiële Markten, bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
• het College: het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
• klager: degene die een klacht als bedoeld in artikel 22 van de Wet heeft ingediend;
• betrokkene: de accountant tegen wie een klacht als bedoeld in artikel 22 van de Wet is ingediend;
• kantooradres van betrokkene: het door betrokkene laatstelijk aan zijn beroepsorganisatie doorgegeven kantooradres;
• voorzitter: de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, bedoeld in artikel 11 van de Wet;
• lid: het lid of het plaatsvervangend lid, bedoeld in artikel 11 van de Wet;
• secretaris: de secretaris of plaatsvervangend secretaris, bedoeld in artikel 11 van de Wet;
• kamer: een samenstelling van drie (de kleine kamer) of vijf leden (de grote kamer) van de Accountantskamer die belast is met de behandeling van een klacht.


Artikel 2                Toepasselijkheid


Dit reglement, gebaseerd op artikel 10 lid 3 van de Wet, heeft betrekking op het indienen van een klacht en het verloop van de procedure bij de Accountantskamer in zaken op grond van een overeenkomstig de Wet ingediende klacht.


Artikel 3                 Afwijking van het reglement

Voor alle in dit reglement opgenomen bepalingen geldt dat daarvan kan worden afgeweken indien dit naar het oordeel van de voorzitter of de behandelend kamer in het belang is van een goede procesorde, doch slechts indien en voor zover de Wet dit toelaat.


Artikel 4                Fax- en e-mailverkeer


De Accountantskamer accepteert slechts brieven en andere stukken die per fax of per e-mail worden ingediend, indien het ondertekende origineel ervan terstond per post of koerier wordt nagezonden of uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de fax of e-mail door de verzender persoonlijk wordt bezorgd. Uitsluitend indien dit stipt gebeurt, zal de datum van ontvangst van de fax of e-mail als datum van indiening gelden.


Artikel 5                Verzending van stukken door de Accountantskamer

1. Tenzij de voorzitter van de Accountantskamer anders beslist, wordt alle correspondentie per gewone post aan klager en betrokkene, gericht aan diens kantooradres, gezonden. Indien een partij zich door een raadsman laat bijstaan of zich door een daartoe gevolmachtigde laat vertegenwoordigen, richt de Accountantskamer de op de zaak betrekking hebbende correspondentie, waaronder de oproeping van partijen om ter zitting te verschijnen, uitsluitend aan die raadsman of die gevolmachtigde.
2. Op per fax of e-mail door de Accountantskamer toegezonden berichten mag in afwijking van het onder artikel 4 bepaalde per fax of e-mail worden gereageerd.


Artikel 6               De raadsman of ge(vol)machtigde

Een raadsman of ge(vol)machtigde dient een schriftelijke volmacht over te leggen, tenzij deze advocaat is; dan volstaat een verklaring van deze ter zitting daartoe.


Artikel 7               Indienen klaagschrift en nadere stukken

1. Een klacht dient schriftelijk te worden ingediend bij het secretariaat van de Accountantskamer (Postbus 10067, 8000 GB Zwolle). Een klacht is tijdig ingediend 1) wanneer deze is ontvangen voor het einde van de termijn waarbinnen deze kan worden ingediend, of 2) indien aannemelijk is dat deze voor het einde van die termijn ter post is bezorgd en niet meer dan drie dagen na het verstrijken van die termijn is ontvangen.
2. Alle stukken moeten door klager en betrokkene in achtvoud worden ingediend. Als het klaagschrift is gericht tegen meer dan één accountant, dan bedraagt dit aantal zeven vermeerderd met het aantal accountants tegen wie de klacht is gericht. Aan klagers, niet zijnde een rechtspersoon of daaraan verbonden, kan door de secretaris vrijstelling worden verleend van het overleggen van afschriften.


Artikel 8              Voorwaarden die aan het klaagschrift worden gesteld


1. Het klaagschrift (inclusief bijlagen) dient:
- in de Nederlandse taal te zijn opgesteld en
- te zijn ondertekend.
De voorzitter van de Accountantskamer kan bepalen dat (onderdelen van) het klaagschrift en (een) bijlage(n) in een andere taal mogen worden ingediend.
2. In het klaagschrift dienen te worden vermeld:
- de naam en het woon- en e-mailadres van klager en het telefoonnummer waarop hij te bereiken is, en, indien van toepassing, de (adres- en e-mail-)gegevens van zijn raadsman of ge(vol)machtigde;
- de naam en het kantooradres en, indien bekend, het woon- en e-mailadres van de betrokkene;
- de feiten waarvoor oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd;
- de datum waarop het handelen of nalaten van betrokkene waarop de klacht betrekking heeft door klager is geconstateerd;
- de datum waarop of de periode waarin het handelen of nalaten van de betrokkene waarop de klacht betrekking heeft zich heeft voorgedaan.
3. Het klaagschrift dient voorts uitsluitsel te geven over:
- of de klacht is voorgelegd aan de accountantsorganisatie waarbinnen de betrokkene werkzaam is, dan wel aan de Klachtencommissie Nba; indien dit niet het geval is, dient dat te worden toegelicht;
- of tussen partijen over het onderwerp van de klacht een geschil aanhangig is of is geweest bij de Raad voor Geschillen van de beroepsorganisatie, dan wel de burgerlijke rechter.
Indien het klaagschrift niet voldoet aan de vereisten van dit artikel kan de voorzitter klager een termijn geven om het klaagschrift aan te vullen.
4. Bij het indienen van een klaagschrift kan mede gebruik worden gemaakt van een (van de website van de Accountantskamer te downloaden) informatieblad, waarop de voor een klacht bij de Accountantskamer van belang zijnde gegevens kunnen worden ingevuld.


Artikel 8a              Opgaaf en doorzending van de klacht aan AFM / Nba

1. Een klacht wordt, met een beschrijving van de aard en inhoud daarvan, opgegeven aan de AFM dan wel de Nba, als bepaald in artikel 25a, eerste lid, van de Wet. Van de processtukken kan al dan niet ambtshalve een afschrift aan deze organisaties worden verstrekt, als bepaald in artikel 25a, tweede lid, van de Wet.
2. Tenzij uit het klaagschrift of begeleidende brief blijkt dat daartegen bezwaar bestaat, wordt de opgaaf van de klacht en/of de doorzending van de stukken bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet, in niet-geanonimiseerde vorm gedaan.
3. Indien klager wenst dat de opgaaf en/of de doorzending in geanonimiseerde vorm wordt gedaan, dient hij ook twee afschriften van het klaagschrift met bijlagen in geanonimiseerde vorm in te dienen. Indien klager ondanks een geboden hersteltermijn van twee weken, nalaat dergelijke afschriften in te dienen, zullen de opgaaf en de doorzending in niet-geanonimiseerde vorm geschieden.
4. De behandeling van de klacht kan voor ten hoogste zes maanden worden opgeschort op verzoek van de AFM of de Nba als bepaald in artikel 25, vierde lid, van de Wet, welke termijn met ten hoogste drie maanden kan worden verlengd. Van deze opschorting of verlenging wordt mededeling gedaan aan de klager en betrokkene.


Artikel 9                Tijdigheid


Een klacht bij de Accountantskamer moet worden ingediend binnen drie jaar na constatering of na het tijdstip van redelijkerwijs kunnen constateren van de verweten gedraging, een en ander als bepaald in artikel 22, eerste lid, van de Wet. Voorts geldt dat tussen het moment van de gedraging waarop de klacht ziet en het moment van indiening van de klacht niet meer dan zes jaren verstreken mogen zijn.


Artikel 10                Bewijsstukken


1. Bij het klaagschrift dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken te worden overgelegd.
2. De Accountantskamer neemt ambtshalve kennis van voorgaande tuchtrechtelijke beslissingen in zaken tegen betrokkene.


Artikel 11                Griffierecht


1. Klager is een griffierecht van € 70,- (zeventig euro) verschuldigd, tenzij klager de AFM of (de voorzitter van) de Nba is.
2. Voor de betaling ontvangt klager een nota. Het verschuldigde bedrag moet binnen vier weken na de verzending van die nota zijn bijgeschreven op de rekening van de Accountantskamer.
3. Indien het griffierecht niet tijdig is ontvangen, ontvangt klager éénmalig een rappel om het griffierecht alsnog binnen twee weken te voldoen.
4. Indien het bedrag niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.


Artikel 12                Ontvangstbevestiging klaagschrift en informatie aan betrokkene


Na de ontvangst van het klaagschrift wordt aan klager een ontvangstbevestiging gestuurd. Daarin wordt klager, indien van toepassing, gewezen op het verschuldigde griffierecht en de gevolgen van het uitblijven van betaling ervan. Als het klaagschrift niet aan alle voorwaarden voldoet of een volmacht ontbreekt, wordt klager tevens verzocht binnen vier weken na dagtekening van het verzoek de ontbrekende informatie of een volmacht te verstrekken. Betrokkene wordt door de Accountantskamer zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de ingediende klacht en ontvangt daarbij een afschrift van de van klager ontvangen stukken.


Artikel 13                Verweerschrift


1. Tenzij de voorzitter anders beslist, wordt betrokkene na ontvangst van bij de klager nader opgevraagde informatie en/of griffierecht in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de klacht, waarbij de nader ontvangen stukken van klager aan betrokkene worden gezonden. Voor het indienen van verweer geldt een termijn van vier weken. Voor een eventueel uitstel ter zake geldt de in artikel 15 weergegeven regeling. Betrokkene is niet verplicht een verweerschrift in te dienen. Ook het verweerschrift (inclusief bijlagen) dient in de Nederlandse taal te zijn gesteld, tenzij de voorzitter van de Accountantskamer indiening in een andere taal (gedeeltelijk) toestaat, te zijn ondertekend en in achtvoud te worden ingediend.
2. Betrokkene dient in het verweerschrift en of bij zijn verweer ter zitting de Accountantskamer in te lichten of en zo ja hoe, hij ter zake van de hem verweten gedragingen (tot 1 januari 2014) het conceptueel raamwerk inzake het onderkennen van bedreigingen en het treffen van waarborgen als bedoeld in de artikelen A-100.2 en A-100.5 e.v. van de VGC heeft toegepast, en/of zich (na 1 januari 2014) heeft gehouden aan het bepaalde in de artikelen 20 tot en met 22 VGBA, en op welke wijze daarvan aantekening in het accountantsdossier is gehouden. Partijen dienen er rekening mee te houden dat de Accountantskamer ter zitting hierover vragen kan stellen.


Artikel 14                Repliek, dupliek en indiening van nadere stukken


1. In beginsel blijft de procedure voorafgaand aan de zitting beperkt tot één schriftelijke ronde, bestaande uit het klaagschrift en het verweerschrift. Indien dat echter nuttig en/of noodzakelijk wordt geacht, kan de voorzitter van de Accountantskamer besluiten tot het doen houden van een extra schriftelijke ronde, bestaande uit een schriftelijke repliek en dupliek.
2. In een geval waarin tot repliek en dupliek is besloten, wordt klager een termijn van vier weken gegeven om te repliceren naar aanleiding van het verweerschrift. Na ontvangst van die repliek stelt de Accountantskamer de betrokkene in de gelegenheid daarop binnen twee weken schriftelijk te dupliceren.
3. Nadere stukken kunnen uiterlijk tot tien dagen voor de zitting worden ingediend. De (voorzitter van de) Accountantskamer kan onder bijzondere omstandigheden beslissen dat buiten deze termijn ingediende stukken toch tot de gedingstukken worden toegelaten.


Artikel 14a              Geheimhouding

1. Ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene kan ten aanzien van ingediende stukken en/of gegeven inlichtingen toepassing worden gegeven aan het bepaalde in artikel 29a van de Wet.
2. Een verzoek van klager of betrokkene als bedoeld in lid 1 dient te worden gedaan bij het indienen van de betreffende stukken en/of het geven van betreffende inlichtingen dan wel onverwijld nadat kennis is gekregen van dat indienen en/of geven door de andere partij.


Artikel 15                Uitstel


1. Een door de voorzitter van de Accountantskamer gestelde termijn wordt onder bijzondere omstandigheden slechts verlengd op een schriftelijk en gemotiveerd, binnen die termijn daartoe gedaan verzoek.
2. De voorzitter van de Accountantskamer deelt zijn beslissing op een dergelijk verzoek binnen één week na ontvangst ervan aan verzoeker mede.
3. Indien de voorzitter van de Accountantskamer het verzoek inwilligt, wordt verzoeker een uitstel verleend van maximaal zes weken na de verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid. Het uitstel kan meerdere malen worden verleend.
4. Nadat de proceshandeling waarvoor uitstel is verleend alsnog is verricht, dan wel na het ongebruikt verstrijken van de termijn, bedoeld in het derde lid, gaat de voorzitter van de Accountantskamer over tot verdere behandeling van de klacht.


Artikel 16                Intrekking van de klacht

1. De klager kan zijn klacht intrekken.
2. In dat geval wordt de behandeling van de klacht gestaakt, tenzij de Accountantskamer beslist dat de behandeling van de klacht om aan het algemeen belang te ontlenen redenen moet worden voortgezet. In dat laatste geval wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van de AFM, dan wel de voorzitter van de Nba.


Artikel 17                Voortgang in de procedure


1. Tijdens of na het schriftelijke vooronderzoek, worden klager en betrokkene benaderd door een medewerker van de Accountantskamer om een zittingsdatum en tijdstip vast te stellen. Partijen kunnen hun verhinderdata binnen een namens de voorzitter gestelde periode opgeven.
2. Indien ten hoogste een derde deel van de maan- en/of vrijdagen in genoemde periode als verhinderdata zijn bestempeld, onder motivering van de verhindering en zoveel mogelijk met bescheiden onderbouwd, zal bij het vaststellen van de zittingsdatum zoveel mogelijk met die opgegeven verhinderdata rekening worden gehouden. Een reguliere vrije dag van een parttimer wordt niet als een geldige verhindering beschouwd. Opgegeven beschikbare data worden geacht beschikbaar te zijn totdat door een nadere opgave het tegendeel kenbaar is gemaakt.
3. Indien een partij niet binnen de gestelde reactietermijn de aan haar zijde bestaande verhinderdata opgeeft, kan de zitting worden vastgesteld zonder dat rekening wordt gehouden met eventuele verhinderdata aan de zijde van die partij.
4. Nadat zittingsdatum en tijdstip zijn vastgesteld, worden klager en betrokkene daarvan op de hoogte gesteld.


Artikel 18                 Getuigen en deskundigen


1. De Accountantskamer kan, indien zij dat dienstig acht, ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene getuigen oproepen, van welke oproeping klager en betrokkene in kennis worden gesteld.
2. Klager en betrokkene wordt bij de uitnodiging/oproeping voor de zitting medegedeeld dat zij bevoegd zijn getuigen en/of deskundigen ter zitting mede te brengen. De partij, die van deze bevoegdheid gebruik maakt, dient dat uiterlijk tot tien dagen voor de zitting aan te kondigen. Na ontvangst van zo'n aankondiging stelt de Accountantskamer de wederpartij daarvan op de hoogte. De Accountantskamer beoordeelt ter zitting of zij het noodzakelijk acht die personen te horen.


Artikel 19                 De uitnodiging of oproeping voor de zitting


1. De Accountantskamer zendt partijen en, voor zover van toepassing, getuigen en deskundigen de uitnodiging of oproeping om op een zitting te verschijnen tenminste vier weken voor de datum van de zitting.
2. In de uitnodiging of oproeping deelt de Accountantskamer mede of de zaak door een grote of een kleine kamer wordt behandeld, dit onder vermelding van de namen van de rechterlijke leden, de deskundige leden en de secretaris.
3. De betrokkene wordt opgeroepen om op de door de voorzitter bepaalde dag, tijdstip en plaats ter zitting te verschijnen
4. De klager wordt op de hoogte gesteld van de dag, het tijdstip en de plaats van de zitting.
5. Indien de datum van de behandeling niet na overleg met partijen is bepaald, worden partijen bij de eerste uitnodiging of oproeping voor de zitting in de gelegenheid gesteld binnen een week na verzending van die uitnodiging of oproeping een andere datum te verzoeken, dit onder vermelding van verhinderdata in de periode van twaalf weken na de geagendeerde zittingsdatum. Dit geldt niet ten aanzien van een zitting die is bepaald met toepassing van het bepaalde in lid 3 van artikel 17 van dit reglement.
6. Afgezien van de in het vijfde lid bedoelde gang van zaken, kan de voorzitter van de Accountantskamer een verzoek tot uitstel van de behandeling slechts inwilligen als dat zo spoedig mogelijk schriftelijk wordt gedaan, onder opgave van de bijzondere omstandigheden die tot uitstel van de behandeling aanleiding zouden geven en overlegging van bewijsstukken ter zake, zoals bijvoorbeeld een medische verklaring.
7. De voorzitter van de Accountantskamer stelt partijen zo spoedig mogelijk van een beslissing tot uitstel op de hoogte.


Artikel 20                 Samenstelling kamer, schorsing en wraking


1. De zitting wordt gehouden door een door de voorzitter aangewezen kamer. De samenstelling en of de grootte van de kamer zoals deze klager en betrokkene is medegedeeld bij de oproeping/kennisgeving als bedoeld in artikel 19, kan door de voorzitter zonder verdere voorafgaande mededeling aan partijen worden gewijzigd.
2. De klacht kan in elke stand van het geding voor verdere afdoening worden verwezen naar de kleine onderscheidenlijk de grote kamer.
3. De Accountantskamer kan de behandeling ter zitting onderbreken of schorsen.
4. Op verzoek van betrokkene of klager kan de voorzitter of elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van het bestaan van feiten en/of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de Accountantskamer schade zou kunnen lijden.
5. Een wrakingverzoek moet voor de einduitspraak worden gedaan en wel zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten of omstandigheden de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek geschiedt schriftelijk en dient gemotiveerd te zijn ten aanzien van het lid waarop het betrekking heeft. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden. In dat geval wordt het onderzoek ter zitting geschorst.
6. Een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij onverwijld feiten en omstandigheden worden voorgedragen die na het verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
7. In geval van misbruik kan de wrakingskamer van de Accountantskamer in haar beslissing bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.


Artikel 21                    Openbaarheid van de zitting


1. De zitting wordt in het openbaar gehouden.
2. De Accountantskamer kan bepalen dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt, indien openbare behandeling een goede rechtspleging of de belangen van partijen of derden onevenredig zou schaden.


Artikel 22                     Procedure ter zitting

1. De leden van de Accountantskamer en de raadslieden dragen geen toga.
2. De voorzitter van de Accountantskamer heeft de leiding van de zitting.
3. De secretaris houdt aantekening van het verhandelde ter zitting.
4. De partijen krijgen ieder maximaal 20 minuten de tijd om hun standpunt toe te lichten. Indien een partij meent meer dan 20 minuten nodig te hebben, dient uiterlijk 4 werkdagen voor de zitting een gemotiveerd verzoek daartoe bij het kabinet van de voorzitter ontvangen te zijn. Indien een pleitnota wordt overgelegd, dient dat in achtvoud te geschieden. Bij de pleitnota kunnen geen nadere bewijsstukken worden overgelegd, behoudens het bepaalde in de laatste zin van lid 3 van artikel 14.
5. De Accountantskamer sluit de behandeling ter zitting als zij van oordeel is dat het onderzoek is voltooid.
6. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, heeft de betrokkene het recht als laatste het woord te voeren.
7. Bij het sluiten van de behandeling ter zitting deelt de voorzitter van de Accountantskamer mede wanneer uitspraak wordt gedaan.
8. De secretaris maakt pas een proces-verbaal op van de zitting, indien tegen de beslissing hoger beroep is ingesteld of indien de Accountantskamer dat ambtshalve of op verzoek van een - daarbij aantoonbaar belang hebbende - partij heeft bepaald.


Artikel 23                     Stukken na zitting


Van stukken en/of inlichtingen, ingediend en/of gegeven nadat de behandeling ter zitting is gesloten, neemt de Accountantskamer geen kennis, tenzij zij zelf - al dan niet bij tussenbeslissing - (een) partij(en) in de gelegenheid heeft gesteld stukken over te leggen en/of inlichtingen te geven.


Artikel 24                     De uitspraak van de Accountantskamer

1. Indien de Accountantskamer de termijn, bedoeld in het artikel 22 lid 7 van dit reglement, overschrijdt, doet zij aan partijen hiervan mededeling onder vermelding van de datum waarop uiterlijk wel uitspraak wordt gedaan.
2. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. De Accountantskamer of haar voorzitter spreekt de beslissing in het openbaar uit.
3. De uitspraak kan inhouden het geheel of gedeeltelijk:
• niet-ontvankelijk verklaren van de klacht;
• ongegrond verklaren van de klacht;
• gegrond verklaren van de klacht.
4. Indien in de uitspraak de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, houdt die uitspraak tevens in een beslissing omtrent het opleggen een of meer van de in artikel 2 Wtra bedoelde maatregelen.
5. Nadat de beslissing in het openbaar is uitgesproken, wordt daarvan terstond een afschrift verzonden naar betrokkene, klager, de AFM en de Nba.
6. Zo spoedig mogelijk na verzending van de uitspraak wordt de beslissing in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op www.tuchtrecht.nl. en beknopt beschreven op www.accountantskamer.nl.


Artikel 25                      Tenuitvoerlegging

1. De opgelegde maatregel, behoudens de bij wege van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van tijdelijke doorhaling als bedoeld in artikel 41 van de Wet en tenzij toepassing is geven aan het bepaalde in artikel 48 eerste lid van de Wet (uitvoerbaarbijvoorraadverklaring), wordt niet ten uitvoer gelegd voordat de beslissing onherroepelijk is. Zodra de uitspraak in kracht van gewijsde of uitvoerbaar bij voorraad is, zal de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging geven, waarbij hij de AFM en de Nba informeert ten behoeve van het maken van een aantekening van de opgelegde maatregel in hun register.
2. In een geval waarin een geldboete is opgelegd zal de voorzitter van de Accountantskamer betrokkene opdragen deze geldboete binnen de in de uitspraak bepaalde termijn te voldoen. De voorzitter kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van betrokkene deze termijn verlengen. Indien de boete niet binnen de gestelde termijn wordt voldaan, kan de Accountantskamer ambtshalve toepassing geven aan het bepaalde in artikel 5 lid 4 van de Wet.


Artikel 26                       Hoger Beroep


Tegen de einduitspraak van de Accountantskamer staat binnen zes weken na de verzending van die uitspraak beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven door:
a. de betrokkene;
b. de klager;
c. de Nba.


Artikel 27                       Slotbepalingen

1. Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2015.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Procesreglement Accountantskamer 2015.