UITSPRAKEN 10 AUGUSTUS 2026

Procedurenummers 24/3896 en 25/1199 Wtra AK
Deels gegronde klacht; berisping. Derde en vierde tuchtklacht van klager tegen betrokkene, waarbij de kern van het verwijt is dat betrokkene de Accountantskamer in de vorige tuchtzaak onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. De klacht is deels gegrond. De verwijten van klager berusten grotendeels op (interpretaties van) documenten uit een digitaal systeem van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, maar daarmee heeft klager onvoldoende aangetoond dat betrokkene de Accountantskamer onjuist heeft voorgelicht. Enkel het verwijt dat betrokkene niet heeft verklaard dat hij wél toegang had tot een digitaal systeem brengt mee dat de Accountantskamer van oordeel is dat betrokkene tijdens de tweede klachtprocedure niet volledig is geweest in zijn verklaringen.

Procedurenummer 25/2700 Wtra AK
Deels gegronde klacht. Betrokkene was de accountant van klaagsters. Een vennootschap waarvan betrokkene de enig aandeelhouder en bestuurder was, heeft een toezichthouderstructuur voor klaagsters opgezet. De vrouw van betrokkene was daarbij betrokken en werd voorzitter van de Raad van Toezicht. In het voorjaar van 2025 ontstonden bij betrokkene zorgen over de continuïteit van klaagster. Deze zorgen heeft hij bij de bespreking van de conceptjaarrekening 2024 gedeeld met klaagsters en de Raad van Toezicht. Klaagsters verwijten betrokkene onder andere dat sprake hij onvoldoende maatregelen heeft getroffen tegen belangenverstrengeling, dat de toezichthouderstructuur ondeugdelijk was en dat hij richting de Raad van Toezicht een onjuist en onvolledig financieel beeld heeft geschetst. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene onvoldoende maatregelen heeft genomen tegen de belangenverstrengeling die met name ontstond toen zijn echtgenote voorzitter van de Raad van Toezicht van [X3] werd. In zoverre is de klacht gegrond. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op.