Procedurenummer 13/1943, 13/1944 en 13/2269 Wtra AK
Het is niet verenigbaar met de eisen van een behoorlijke tuchtprocedure dat een klager een klacht die haar grondslag vindt in een bepaald feitencomplex bij de tuchtrechter indient, terwijl dit feitencomplex reeds ten tijde van een eerdere klacht bij de klager bekend was of had kunnen zijn. Vastgesteld moet worden dat hetgeen betrokkenen in de klachtonderdelen c. en d. wordt verweten, reeds deel uitmaakte van een eerder door klager tegen betrokkenen ingediende klacht. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kunnen deze verwijten opnieuw ter inhoudelijke beoordeling aan de Accountantskamer worden voorgelegd.
BFT heeft haar toezichthoudende taak in casu op juiste wijze uitgevoerd en niet op onjuiste wijze druk uitgeoefend op een voormalig medewerkster van klager, een voormalig deurwaarder.

Procedurenummer: 13/2795 Wtra AK
Vergeefse klachten over facturen/kosten, bevoorschotting en automatische incasso en over de juistheid en tijdigheid van de ten behoeve van klagers vennootschap verrichte werkzaamheden.

procedurenummer 13/2774, 13/2775, 13/2776 en 13/2777 Wtra AK
Het enkele feit dat betrokkenen bij de mondelinge behandeling van de eerdere klacht hebben erkend dat er fouten zijn gemaakt, waarna in eerste aanleg door de Accountantskamer is geoordeeld dat - kort gezegd - het Rapport deugdelijke grondslag mist en te ruim is verspreid, brengt, behoudens bijzondere omstandigheden welke in deze klachtprocedure niet zijn gebleken, niet mee dat klagers andermaal de mogelijkheid hebben te klagen dat betrokkenen hun fouten nog niet hersteld hebben door het Rapport bij te stellen, dan wel terug te trekken en diegenen die in het bezit, dan wel op de hoogte zijn van (de inhoud van) het Rapport hiervan op de hoogte te stellen. De klacht moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

procedurenummer 13/2418, 13/2419 en 13/2420 Wtra AK
Het is niet verenigbaar met de eisen van een behoorlijke tuchtprocedure dat een klager, nadat de Accountantskamer op diens klacht heeft beslist, een tweede klacht tegen dezelfde accountant indient over hetzelfde feitencomplex terzake een handelen of nalaten dat ten tijde van de behandeling van die eerdere klacht bij de klager bekend was of had kunnen zijn en niet gebleken is van nieuwe, relevante feiten welke een nieuwe tuchtrechtelijke beoordeling zouden rechtvaardigen. Daarenboven, klagers konden deze nieuwe feiten en inzichten ter ondersteuning van het door hen in te stellen, en naderhand ook ingestelde, hoger beroep tegen de beslissing van de Accountantskamer aan het CBb voorleggen, zodat ook daarom een goede tuchtprocesorde eraan in de weg staat een tweede klacht tegen dezelfde accountant over hetzelfde feitencomplex in te dienen. 

 

 

 

Procedurenummer 13/1942 Wtra AK
Klacht over het nalaten van betrokkene aangaande bepaalde (belasting- en betalings)problemen niet ontvankelijk wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn van artikel 22 Wtra.

Procedurenummer 13/2486 en 13/2487 Wtra AK
Klaagster schakelt betrokkenen in voor het opstellen van een schadestaat ter ondersteuning bij haar onderhandeling met de aansprakelijke wederpartij over de omvang van de schade. Nadat een en andermaal conceptrapporten zijn vervaardigd en het in het laatste concept becijferde schadebedrag aanmerkelijk lager uitvalt ten opzichte van het voorgaande conceptrapport, trekt klaagster de opdracht in en dient zij een klacht in. Die klacht, inhoudende dat het door klaagster aan betrokkenen betaalde bedrag in geen verhouding staat tot het resultaat en dat de doorlooptijd van de rapportage te lang is, wordt ongegrond bevonden.

Procedurenummer 13/2488 en 13/2489 Wtra AK
Betrokkene 1  krijgt namens een kunstenares inzage in de uitleenadministratie van een galerie. Na die inzage vraagt betrokkene 1  aan de galerie hem gegevens te doen toekomen om de opbrengst van de uitleen van elk schilderij afzonderlijk vast te stellen. De galerie laat hem weten dat de uitleenadministratie altijd op een bepaalde wijze is bijgehouden, dat nooit eerder is gevraagd om dergelijke gegevens en dat het weinig zinvol is om die gegevens te vergaren omdat de som van de omzetten per kunstwerk altijd lager is dan het bedrag dat de galerie aan de kunstenares had betaald. Betrokkene 1 reageert daarop niet. Enkele jaren later wordt op verzoek van de kunstenares conservatoir beslag gelegd op bezittingen van de galerie. Daartoe wordt onder meer gesteld dat de galerie haar verplichting tot het overleggen van een deugdelijke administratie niet heeft nageleefd waardoor de kunstenares veel omzet is misgelopen. Van betrokkene 1 kon uit een oogpunt van deskundigheid en zorgvuldigheid en uit een oogpunt van professioneel gedrag verlangd worden dat hij ook met het oog op de belangen van de kunstenares, zich had ingespannen om duidelijkheid te verkrijgen over de juistheid van het standpunt van de galerie bijvoorbeeld door navraag te doen bij de vorige accountant van de kunstenares die ook inzage had gehad in de uitleenadministratie en daarover nooit een opmerking had gemaakt. Het is aannemelijk dat aan de beslaglegging mede een mededeling van betrokkene 1 ten grondslag ligt dat de galerie niet aan haar verplichting heeft voldaan.

Betrokkene 2 heeft een rapport uitgebracht aan de advocaat van de kunstenares. Zijn rapport ligt mede ten grondslag aan het gehonoreerde verzoek tot beslaglegging onder de galerie van de kunstenares. Hij is nagegaan of afrekeningen van de kunstenares voor verhuurde kunstwerken aan de galerie zijn voldaan en heeft daarbij gebruik gemaakt van de rekeningafschriften van een bankrekening van de kunstenares en van een bankrekening van de galerie. Volgens zijn rapport is een deel van het in rekening gebrachte bedrag niet voldaan vanaf de bankrekening van de galerie en niet ontvangen op de bankrekening van de kunstenares. Uit het rapport blijkt niet dat betrokkene 2 zich heeft afgevraagd met welk doel de opdracht is verstrekt. Hij had moeten beseffen dat de kans bestond dat zijn rapport zou worden ingebracht in een gerechtelijke procedure doordat van hem werd gevraagd om te rapporteren aan de advocaat van de kunstenares. In het rapport ontbreekt elke verwijzing naar de door hem toegepaste beroepsregels en het rapport geeft ook geen uitsluitsel over de met de uitkomst van het onderzoek geboden zekerheid. Daardoor is hij tekortgeschoten in de naleving van de eisen die het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid stelt.

Aan beide betrokkenen is een berisping opgelegd.

Procedurenummer 13/1614 Wtra AK
Klacht over onderzoek naar het al dan niet integer handelen van de gemeenteraad, de burgemeester en een wethouder van de gemeente Someren niet-ontvankelijk verklaard. Klagers beschikten al meer dan drie jaar voor het indienen van de klacht over het rapport.

Procedurenummer 13/2142 en 13/2143 Wtra AK
Klachten van een uit een maatschap getreden notaris tegen de accountants van de maatschap die allen verband houden met een conflict tussen de maten over de afwikkeling van de maatschap, zijn niet aannemelijk gemaakt en ongegrond verklaard.