Procedurenummer 13/1328 Wtra AKKlacht tegen accountant die ter ondersteuning van het standpunt van een partij in een echt- en boedelscheidingsprocedure rapportages uitbrengt, eerst gebaseerd op NVCOS 4400 en nadien op NVCOS 5500N. Voor zover de klacht ziet op het NVCOS 4400-rapport is dat wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk. Wat betreft de klacht over het NVCOS 5500N-rapport wordt vastgesteld dat de bewoordingen daarvan concluderend zijn en beogen het vertrouwen van in dit geval de civiele rechter te versterken in de uitkomst / de juistheid van de inhoud waarover werd gerapporteerd. Al om die reden was NVCOS 5500N niet de geëigende standaard bij een rapportering als werd beoogd. In dat rapport is daarnaast slechts het partijstandpunt weergegeven, waardoor betrokkene onvoldoende objectiviteit heeft betracht. Dit geldt evenzeer voor de nadien door betrokkene opgestelde brief, waarin betrokkene een reactie geeft op door klager ingebrachte rapport. Gelet op de concluderende inhoud had betrokkene beter kunnen aansluiten bij NVCOS 3000. Na beoordeling blijkt dat de getrokken conclusies geen deugdelijke grondslag hebben; achteraf bezien had betrokkene dit kunnen voorkomen indien hij toepassing had gegeven aan hoor of wederhoor. Volgt gegrondverklaring van de ontvankelijke klachtonderdelen en oplegging van de maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 13/1343 Wtra AK
De eisen van een goede tuchtprocesorde brengen met zich dat een klager zoveel mogelijk zijn klachten tegen een betrokken accountant tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt, althans dat klager voorafgaand aan de mondelinge behandeling van een eerder ingediende klacht zijn overige klachten over hem bekend zijnd handelen of nalaten van de betrokken accountant heeft ingediend, in welk laatste geval het aan de Accountantskamer is om de nieuwe klacht(en) al dan niet te voegen met de reeds ingediende klacht.
Zulks geldt temeer, indien, zoals in het onderhavige geval, alle klachten hun grondslag vinden in hetzelfde feitencomplex.

Procedurenummer 13/1725 Wtra AK
Na wisseling in aandeelhouder/bestuurder van onderneming zet betrokkene zijn werkzaamheden voort, zowel voor die onderneming als voor de voormalige aandeelhouder/bestuurder terwijl de nieuwe en de voormalige aandeelhouder nog dienen af te rekenen op basis van de door betrokkene samen te stellen overdrachtsbalans. Betrokkene heeft echter nagelaten in dat verband toepassing te geven aan het conceptueel raamwerk, in het bijzonder vanwege de evidente bedreigingen voor zijn geheimhoudingsplicht en zijn objectiviteit. Betrokkene heeft voorts onduidelijkheid laten bestaan over wie zijn opdrachtgever was, over de opdrachtvoorwaarden en de verdeling van de werkzaamheden, daarmee randnummer van NVCOS 4410 schendend. Betrokkene heeft voorts nagelaten bij de leiding van de entiteit een bevestiging te vragen, daarmee randnummer 17 van NVCOS 4410 schendend. Betrokkene heeft daarnaast nagelaten een onderzoek in te stellen naar de stukken betreffende de onderneming die hij van de voormalig aandeelhouder/bestuurder heeft ontvangen, terwijl in de aard van de informatie gerede aanwijzingen lagen dat niet verrichte prestaties al waren verwerkt in de materiële post ‘nog te factureren omzet’. Een en ander leidt tot de conclusie dat de oordeelsvorming van de betrokkene daadwerkelijk aangetast is geweest, terwijl tevens daarvan het gevolg dat zijn samenstellingsverklaring een deugdelijke grondslag mist. Tot slot wordt geconcludeerd dat betrokkene bij de incasso van zijn facturen disproportioneel heeft gehandeld en vertrouwelijke informatie van de onderneming heeft gebruikt om zichzelf te bevoordelen. Volgt de maatregel van berisping.

 

Procedurenummer 13/1780 Wtra AKAccountants als bestuurder betrokken bij een stichting die de belangen behartigt van obligatiehouders m.b.t. een vastgoedproject. Onvoldoende zorgvuldigheid betracht door er niet op toe te zien dat een passage in de interne klachtenregeling, waaruit op valt te maken dat de obligatiehouders de mogelijkheid hadden een klacht bij KiFid in te dienen terwijl dit niet juist is, werd verwijderd.

Procedurenummer 13/1438 en 13/1439 Wtra AK
Tekortschietende vrijwillige controle. Onvoldoende controlemaatregelen inzake waardering/afschrijving van de voorraad; ten onrechte geen zelfstandig oordeel gevormd over (in)courantheid van de voorraden.

 

 

Procedurenummer 13/1326 en 13/1327 Wtra AK
Aandeelhouder en voormalig bestuurder van onderneming dient klacht in over betrokkenen en hun rol bij het samenstellen van de jaarrekening van de onderneming. Anders dan betrokkenen menen, is de in de VGC neergelegde verplichting tot geheimhouding niet absoluut. Voorop staat dat zij onderworpen zijn aan tuchtrechtspraak en daardoor gehouden zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek naar de gegrondheid van de hen betreffende klacht. Bovendien is in artikel A-140 VGC voorzien in een uitzondering op de verplichting tot geheimhouding, onder meer betreffende bekendmaking aan bij wet ingestelde tuchtorganen. Hoever de gehoudenheid strekt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij het aan de aangesproken accountant is om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken die een beroep op de geheimhoudingsverplichting kunnen dragen. In dit geval wordt geoordeeld het met bedoeld beroep nalaten van het voeren van verweer en het niet meewerken aan het onderzoek door de tuchtrechter niet gerechtvaardigd is. Uit overwegingen van een goede tuchtrechtspraak worden in dit geval betrokkenen alsnog in de gelegenheid gesteld om hun verweer aan te vullen.

Procedurenummer 13/1846 Wtra AK
Klacht over door betrokkene gecontroleerde inbrengverklaring ex artikel 2:204a lid 2 BW. Voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene zijn onderzoek heeft verricht conform de ‘best practice rules’ als neergelegd in de Praktijkhandreiking 1101 en de Leidraad 7, en de regelgeving als neergelegd in NVCOS 3000. In wat klager heeft aangevoerd, ligt onvoldoende grond voor een conclusie dat betrokkene de gebruikte cijfers in enigerlei mate voor onjuist moest houden. Volgt ongegrondverklaring.

Procedurenummer 13/1475 Wtra AK
Tekort PE-punten geconstateerd tijdens kantoortoetsing AA.

Procedurenummer 13/965 Wtra AK
Klacht over m.n. te hoge waardering van voorraden in de door betrokkene gecontroleerde jaarrekeningen. Het merendeel van de klacht is vanwege de toerekening van de kennis en wetenschap van de statutair bestuurder aan alle klagers door overschrijding van de zes- dan wel driejaarstermijn van artikel 22 Wtra niet-ontvankelijk. De resterende wel ontvankelijke klachtonderdelen zijn ongegrond. 

Procedurenummer 13/13/1507 Wtra AK
Tekort PE-punten geconstateerd tijdens kantoortoetsing AA.

Procedurenummer 13/1043 Wrtra AK
Tuchtrechtelijke klacht na succesvolle klacht bij klachtencommissie NIVRA-NOvAA. Tuchtrechtelijke klacht is deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn, deels gegrond en deels ongegrond. Het gegronde deel van de klacht ziet op het niet verwerken van een bankrekening in de jaarrekening en het verwerken van onjuiste saldi van twee andere bankrekeningen, wat leidt tot de conclusie dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. In de omstandigheden ligt onvoldoende grond voor het opleggen van een maatregel.

Procedurenummer 13/1068 Wtra AK
Klaagster mocht aan de mailwisseling met betrokkene de verwachting ontlenen dat hij bepaalde werkzaamheden wel voor haar zou verrichten. In dit geval heeft betrokkene onvoldoende maatregelen genomen teneinde te voorkomen dat een misverstand zou ontstaan over de doelstelling en de reikwijdte van de verstrekte opdracht, over de omvang van zijn verantwoordelijkheid en anderszins over zijn rol. Dit leidt tot een schending van het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Geen aanleiding voor een maatregel doordat betrokkene nadien zorgvuldig heeft gehandeld door het tot zijn verantwoordelijkheid te rekenen om voor een oplossing zorg te dragen en nadelige financiële gevolgen voor klaagster te voorkomen.

 

Procedurenummer 13/1020 Wtra AK
Betrokkene is tijdelijk werkzaam geweest als openbaar accountant. Met ingang van een bepaalde datum heeft hij zich ingeschreven als accountant in business. Klaagsters stemmen in met offerte voor accountantswerkzaamheden (uitgebracht op een tijdstip waarop betrokkene nog ingeschreven stond als openbaar accountant en mede door hem ondertekend) van onderneming met welke betrokkene zegt geen enkele band te hebben. In reactie op de bezwaren van klaagsters tegen hoogte van declaraties worden zij door betrokkene verwezen naar een belastingadviseur die samen met betrokkene eigenaar is van een andere onderneming.   
Een accountant in business die voor de helft eigenaar is van een onderneming is alleen al daarom verantwoordelijk voor door die onderneming gezonden facturen. Inhoudelijk is klacht over declaraties niet met feiten toegelicht en daarom ongegrond.
Klacht inhoudend dat betrokkene een rookgordijn heeft opgeworpen (door eerst onder een bepaalde (handels)naam werkzaamheden als openbaar accountant te verrichten en de hiervoor vermelde offerte mede te ondertekenen en door daarna vrijwel alleen werkzaamheden vanuit een derde onderneming te verrichten) is gegrond. Het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid vergt dat een accountant bij het offreren van werkzaamheden en het declareren voor verrichte werkzaamheden zorgvuldig optreedt.
De door betrokkene geschapen onduidelijkheid over zijn verantwoordelijkheid voor de verrichte werkzaamheden is in strijd met het fundamentele beginsel van professioneel gedrag voor zover dit inhoudt dat een accountant zich onthoudt van gedrag dat het accountantsberoep in diskrediet brengt,