DATUM ZITTING: MAANDAG 13 MAART 2023 TE 10.30 UUR

Voorzitter                   :  mr. C.H. de Haan
Rechterlijke leden     :  mr. E.W. Akkerman, mr. J.N. Bartels
Accountantsleden     :  P. Mansvelder RA, prof. dr. Ph. Wallage RA
secretaris                    :  mr. A. van der Weij.

UITSPRAAK 27 JANUARI 2023

Procedurenummer 22/1301 Wtra AK
Klacht gegrond, maatregel van doorhaling voor de duur van twee jaar. In 2019 heeft een reguliere kantoortoetsing bij het accountantskantoor van betrokkene plaatsgevonden. De uitkomst was dat de opzet van het kwaliteitsstelsel onvoldoende was. Omdat er ten tijde van de toetsing binnen het accountantskantoor geen toetsbare cliëntendossiers waren, kon de werking van het kwaliteitsstelsel niet worden getoetst. Daarom is het eindoordeel van de toetsing aangehouden en zou het accountantskantoor opnieuw door de toetser worden bezocht. Dit bezoek heeft echter niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt betrokkene dat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorzetting van de toetsing, waardoor de toetsing tot op heden niet is afgerond. Ook wordt betrokkene verweten dat hij de monitoringsvragenlijst 2022 niet heeft ingevuld. Beide klachtonderdelen zijn gegrond. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel is betrokkene zwaar aangerekend dat hij geen inzicht heeft gegeven in de activiteiten van zijn kantoor. Door zijn houding heeft betrokkene zich feitelijk onttrokken aan het toezicht op de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening, waardoor niet kan worden beoordeeld of de kwaliteit van de beroepsuitoefening van betrokkene in overeenstemming is met hetgeen van hem als accountant mag worden verwacht.

UITSPRAKEN 23 JANUARI 2023

Procedurenummer 22/64 Wtra AK
Klacht tegen accountant die bestuurder is van een onderneming die buitenlandse ondernemers assisteert bij het opzetten van Nederlandse entiteiten. Klacht ongegrond. Aangezien niet is komen vast te staan dat betrokkene een rol heeft gespeeld bij de oprichting van een B.V. voor klager en hij er daarom vaktechnisch niet voor verantwoordelijk kan worden gehouden, kan betrokkene niet worden verweten dat hij de B.V. niet aan klager heeft geleverd. Klager heeft niet aangetoond dat betrokkene hem heeft afgeperst en dat naast de gefactureerde werkzaamheden die zijn verricht op basis van de voor akkoord ondertekende opdrachtbevestiging nog andere bedragen in rekening zijn gebracht.

Procedurenummer 22/286 Wtra AK
Klacht tegen externe accountant over controle jaarrekening groep in verband met vermeende onjuistheden bij buitenlandse dochteronderneming. Klacht deels gegrond; deels ongegrond. Oplegging maatregel van waarschuwing. Bij gebreke van de administratieve gegevens waarop betrokkene zijn controlewerkzaamheden heeft verricht, kan niet worden vastgesteld of en zo ja in hoeverre betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden heeft verricht. Klaagsters hebben niet concreet gemaakt dat betrokkene bij de door hem verrichte controlewerkzaamheden tekort is geschoten. De controledocumentatie schiet op onderdelen tekort. Het lag op de weg van betrokkene om in zijn controledossier deugdelijk te documenteren waarom de door accountantsorganisatie Indonesië verschafte informatie voldeed om de daaruit getrokken conclusies te kunnen trekken. De weigering van accountantsorganistatie Indonesië om betrokkene nog toegang te verschaffen tot haar controledossier komt voor risico van betrokkene.

Procedurenummers 22/790 en 22/791 Wtra AK
Betrokkenen hebben gedurende vele jaren diverse werkzaamheden, waaronder het samenstellen van jaarrekeningen, verricht voor een vennootschap. Klagers zijn de enig aandeelhouders van de vennootschap. De rekening-courantschuld van klagers aan de vennootschap is in de loop van de jaren steeds verder opgelopen. Klagers stellen dat zij ten onrechte niet voor de risico’s hiervan zijn gewaarschuwd door betrokkenen en dat aan hen geen besprekingsverslagen zijn verstrekt. De klacht is ongegrond. Klagers zijn voldoende gewaarschuwd voor het oplopen van de rekening-courantschuld. Voldoende aannemelijk is dat besprekingsverslagen zijn toegezonden aan klagers.

UITSPRAAK 6 JANUARI 2023

Procedurenummer 21/892 Wtra AK
Betrokkene heeft drie jaarrekeningen van een inmiddels failliete reisorganisatie gecontroleerd en goedgekeurd. In deze jaarrekeningen is volgens de curator ten onrechte telkens een actieve belastingvordering (voorwaartse verliescompensatie) verwerkt. Die klacht is gegrond. Uit wat betrokkene ter zitting heeft verklaard heeft de Accountantskamer niet kunnen vaststellen dat betrokkene de controle van deze posten met een professioneel-kritische instelling heeft gedaan. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij zijn controle voldoende aandacht heeft besteed aan de vraag of de prognoses van omzet en winst, waarop de actieve belastinglatenties waren gebaseerd, aanvaardbaar waren en aan de vraag of de verwachting reëel was dat de geleden verliezen volledig met toekomstige winsten fiscaal gecompenseerd konden worden. De prognoses met betrekking tot omzet en winst wisselden nogal en gingen vaak uit van een sterke groei. Betrokkene heeft zijn controlewerkzaamheden op dit onderdeel onvoldoende gedocumenteerd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel op van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden.

 

UITSPRAKEN 9 DECEMBER 2022

De Accountantskamer heeft op 9 december 2022 in 33 PE-zaken uitspraak gedaan. Al deze klachten zijn gegrond verklaard. De maatregelen van waarschuwing en een geldboete van
€ 420 zijn aan 29 accountants opgelegd. Vanwege recidive zijn aan 4 accountants de maatregelen van berisping en een geldboete van € 420 opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete is de Accountantskamer uitgegaan van een bedrag van € 70,- per niet besteed PE-uur. Omdat de omvang van de verplichte PE-activiteit tenminste zes uur zou moeten zijn geweest, is de geldboete vastgesteld op € 420 (= 6 x € 70).

Twee van deze uitspraken zijn gepubliceerd op de website en tuchtrecht.nl, één uitspraak waarbij onder meer de maatregel van waarschuwing is opgelegd en één uitspraak waarbij onder meer de maatregel van berisping is opgelegd (zie hieronder).

Procedurenummer 22/1583 Wtra PE
Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregelen van waarschuwing en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de verplichte training heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio te reflecteren op het onderwerp.

Procedurenummer 22/1608 Wtra PE
Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Recidive; oplegging maatregel van berisping en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet bestreden dat hij de verplichte training niet heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio voor het jaar 2021 te reflecteren op het onderwerp.

UITSPRAAK: 5 DECEMBER 2022

Procedurenummers 22/600 en 22/601 Wtra AK
Klager is één van de twee vennoten van een vennootschap onder firma. Betrokkenen hadden de opdracht de jaarrekening van de vennootschap samen te stellen. Volgens klager was er sprake van ongepaste belangenverstrengeling, omdat één van de betrokken accountants ook de privébelangen van de medevennoot behartigde en daar niet open over is geweest. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond, omdat de klacht onvoldoende is onderbouwd.

UITSPRAAK 11 NOVEMBER 2022

Procedurenummer 22/51 Wtra AK
Klacht AFM tegen accountant die de jaarrekening van een groep heeft gecontroleerd. Klacht deels gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van één maand. Betrokkene heeft zijn ongedeelde verantwoordelijkheid en taak als groepsaccountant lichtvaardig opgepakt door zich onvoldoende professioneel-kritisch op te stellen. Hij heeft daardoor niet steeds over voldoende en geschikte controle-informatie de beschikking gekregen. Waar betrokkene stelt dat hij wel voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen, blijkt dat niet uit zijn controledossier.

UITSPRAAK 7 NOVEMBER 2022

Procedurenummer 22/801 Wtra AK
Klacht tegen accountant die was benaderd voor het verrichten van administratieve werkzaamheden. Klacht deels gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van waarschuwing. Tot de verplichtingen die voortvloeien uit de VGBA behoort, naar het oordeel van de Accountantskamer, ook dat een accountant, indien hij wordt benaderd voor het verrichten van een professionele dienst en hij voor (een deel van) de werkzaamheden waarvoor hij is benaderd doorverwijst naar een andere organisatie, niet zijnde een accountantskantoor, voldoende duidelijk maakt dat deze werkzaamheden niet onder de professionele verantwoordelijkheid van een accountant worden verricht. Het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid brengt met zich mee dat de accountant dient te voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat werkzaamheden onder zijn professionele verantwoordelijkheid als accountant worden verricht terwijl dat niet het geval is.

UITSPRAAK 4 NOVEMBER 2022

Procedurenummer 22/506 Wtra AK
Betrokkene is gevraagd om in een rapport van feitelijke bevindingen te beschrijven hoe de omzet en kosten tussen de samenwerkende ondernemingen worden doorbelast. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene voldoende heeft toegelicht dat de opdracht al eerder was bevestigd. De klacht is in zoverre ongegrond. Betrokkene heeft echter de feitelijke bevindingen niet voldoende gedetailleerd weergegeven in zijn rapport en een mate van assurance opgewekt, die niet past bij een Standaard 4400N-opdracht. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

UITSPRAAK 21 OKTOBER 2022

Procedurenummer 21/1945 Wtra AK
Volgens klaagster had betrokkene de controleopdracht moeten afwijzen, omdat haar klant een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk is. Ook is de geconsolideerde jaarrekening onjuiste en niet inzichtelijk.
De klacht is grotendeels ongegrond. Dat de jaarrekening, het verslag van de IED en het bestuursverslag materiële onjuistheden bevatten of zelfs misleidend zijn, heeft klaagster niet aannemelijk gemaakt. Voor het gegrond verklaarde klachtonderdeel legt de Accountantskamer geen maatregel op.

UITSPRAAK 30 SEPTEMBER 2022

Procedurenummer 21/875 Wtra AK
Klacht gegrond, berisping. Klacht tegen een accountant die een samenstellingsopdracht en een opdracht voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen heeft aanvaard en uitgevoerd voor een vennootschap waarvan het faillissement was aangevraagd. Klagers hebben veel en zeer specifieke klachtonderdelen aangedragen. De Accountantskamer komt tot het oordeel dat betrokkene bij de uitvoering van de samenstellingsopdracht onvoldoende professioneel kritisch is geweest. Hij had onder andere de continuïteitsveronderstelling van het bestuur van de vennootschap nader moeten onderzoeken en hij had bij het bestuur moeten aandringen om deze gekwantificeerd en gemotiveerd in de jaarrekening toe te lichten. Betrokkene heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ook bij de aanvaarding en de uitvoering van de opdracht voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen heeft betrokkene in strijd met dit beginsel gehandeld. Betrokkene heeft niet overeenkomstig Standaard 4400N heeft gehandeld, doordat hij niet vooraf met alle in het rapport genoemde beoogde gebruikers overleg heeft gevoerd. Daarnaast zijn de in het rapport gebruikte bewoordingen te stellig en heeft hij in het rapport uitspraak gedaan over het object in zijn totaliteit.

UITSPRAKEN 5 AUGUSTUS 2022

Procedurenummer 21/1009 Wtra AK
Betrokkene is gevraagd een accountantsverklaring op te stellen bij een winstprognose van een B.V. Deze B.V. is kort na het uitgeven van obligaties failliet gegaan. Klaagster is van mening dat betrokkene nooit zijn goedkeurende verklaring had mogen afgeven, omdat beleggers ten onrechte de indruk kregen dat zij hun geld in een solide en goed doordachte vastgoedonderneming investeerden, terwijl het voor iedere accountant duidelijk had moeten zijn dat de in een spreadsheet weergegeven winstprognose nooit gerealiseerd zou kunnen  worden.
De Accountantskamer verklaart de klacht deels gegrond. Betrokkene heeft zijn opdracht niet bevestigd aan de B.V. en hij heeft geen deugdelijk onderzoek gedaan. Of de spreadsheet een deugdelijke winstprognose bevat, kan de Accountantskamer niet beoordelen omdat betrokkene de veronderstellingen die daaraan ten grondslag liggen onvoldoende heeft vastgelegd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

Procedurenummers 22/660, 22/662 en 22/712 Wtra AK
De Accountantskamer heeft aan betrokkenen in een eerdere uitspraak de maatregel van geldboete opgelegd. Betrokkenen hebben deze geldboete niet betaald en hebben daarvoor geen aanvaardbare reden opgegeven. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra legt de Accountantskamer betrokkenen daarom ambtshalve een nadere maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van zes maanden. De Accountantskamer rekent het betrokkenen zwaar aan dat zij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet hebben nageleefd. Door het negeren van een tuchtrechtelijke uitspraak hebben betrokkenen het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waardoor ook sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit.

UITSPRAKEN 29 JULI 2022

Procedurenummers 21/2170, 2171, 2172, 2173 Wtra AK
Klacht tegen accountants die betrokken zijn geweest bij verenigingstuchtrechtspraak voor leden van een beroepsvereniging. De klacht is ontvankelijk. De klacht is ten aanzien van twee accountants ongegrond. De klacht is ten aanzien van twee accountants gedeeltelijk gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van waarschuwing. De tuchtrechtspraak zoals deze wordt uitgeoefend door organen van de beroepsvereniging is niet wettelijk geregeld, maar is een vorm van verenigingstuchtrechtspraak voor leden van de beroepsvereniging. Dit staat er niet aan in de weg dat het handelen en nalaten van betrokkenen als leden van een van beide tuchtcolleges ter toetsing aan de Accountantskamer kan worden voorgelegd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkenen, die lid waren van de Raad van Beroep, zelfs in het licht van de terughoudende toetsing van het handelen van accountants die deelnemen aan verenigingstuchtrechtspraak, gehandeld hebben in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door zich niet te distantiëren van de beslissing van de Raad van Beroep om in strijd met haar eigen reglement en ondanks een uitdrukkelijk daartoe gedaan verzoek partijen niet mondeling te horen.

Procedurenummer 22/337 Wtra AK
Klacht tegen accountant die forensisch onderzoek heeft verricht naar aanleiding van klokkenluidersmeldingen bij een accountantsorganisatie. Klacht ongegrond. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene voldoende heeft gedaan om klager in de gelegenheid te stellen om zijn medewerking te verlenen aan het door hem te verrichten onderzoek, dat tevens onderzoek in de mailbox van klager inhield. Dat klager om hem moverende redenen geen medewerking heeft willen verlenen aan dat onderzoek, valt betrokkene niet te verwijten. Het uitgevoerde onderzoek was gericht op de vaststelling van feiten met betrekking tot de door betrokkene in opdracht van de Raad van Commissarissen te onderzoeken vragen. Betrokkene heeft toegelicht, en de Accountantskamer acht aannemelijk, dat hij zelf geen directe inzage heeft gehad in klagers mailbox. Het onderzoek naar die mailbox is uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. Door de gekozen werkwijze en de tussenschakeling van een gespecialiseerd bedrijf is in voldoende mate voorkomen dat door betrokkene kennis werd genomen van allerlei voor het te verrichten onderzoek niet relevante e-mailberichten. Van schending van klagers recht op privéleven is geen sprake geweest. Een negatieve publicatie in het Financieel Dagblad over klager waarbij werd gerefereerd aan het onderzoek van betrokkene maakte niet dat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 9 van de VGBA.

UITSPRAAK 22 JULI 2022

Procedurenummer 22/318 Wtra AK
De betrokken accountant heeft in het kader van een geschil een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld. De accountant heeft voorafgaand aan de aanvaarding van de opdracht, in strijd met bepaalde in NVCOS 4400N.23 en NVCOS 4400N.24, geen overleg gehad met de beoogde gebruikers. De accountant heeft in strijd met NVCOS 4400N.5 in zijn rapport conclusies en standpunten opgenomen en een oordeel gegeven over het object in zijn totaliteit. Tenslotte heeft de accountant door de door hem gebruikte stellige bewoordingen, in strijd met NVCOS 4400N.5, de indruk gewekt dat een bepaalde mate van zekerheid werd verschaft, zodat hij niet heeft vermeden dat de indruk werd gewekt dat sprake is van een assurance-opdracht. Maatregel: waarschuwing.

UITSPRAKEN 8 JULI 2022

Procedurenummer 20/865 Wtra AK
In deze zaak is eerder een voorzittersbeslissing gegeven. Omdat klaagster in verzet is gekomen, is deze beslissing komen te vervallen en is de klacht ter beoordeling voorgelegd aan de Accountantskamer (art. 39 lid 3 Wtra). De Accountantskamer verklaart acht klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Deze klachtonderdelen zijn al in een eerdere procedure aan de orde zijn geweest of zijn buiten de geldende klachttermijn ingediend. Eén klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de Accountantskamer heeft betrokkene geen druk op klaagster uitgeoefend om geen tuchtklacht in te dienen.

Procedurenummers 21/1997 Wtra AK en 21/1998 Wtra AK
Klacht gedeeltelijk gegrond, berisping en tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand. De NBA heeft een aanvullende kantoortoetsing gehouden bij het accountantskantoor waar betrokkenen werkzaam zijn. Betrokkenen hebben tegenover de toetser onjuiste verklaringen afgelegd met betrekking tot een voor de toetsing geselecteerd dossier en hebben geweigerd om de toetser inzage te geven in een beoordelingsdossier. Eén betrokkene heeft daarnaast wijzigingen aangebracht in een reeds afgesloten dossier nadat dat dossier voor toetsing was geselecteerd. Als een opdrachtdossier eenmaal is afgesloten, mogen daarin in beginsel geen administratieve werkzaamheden meer worden verricht. Ook niet als de termijn van twee maanden na afgifte van de verklaring nog niet is verstreken.

UITSPRAAK 1 JULI 2022

Procedurenummers 21/925 Wtra AK en 21/1525 Wtra AK
Klagers hebben beide een eenmanszaak. Zij hebben aan de accountantsorganisatie van betrokkene diverse werkzaamheden opgedragen. Volgens klagers heeft betrokkene ten onrechte haar opdracht niet schriftelijk vastgelegd en heeft zij klagers onvoldoende op de hoogte gehouden van de uitgevoerde werkzaamheden. Bovendien heeft zij volgens klagers te veel onnodige werkzaamheden gefactureerd en zijn de declaraties onvoldoende gespecificeerd.
De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. In dit geval bestond er geen verplichting de overeenkomst van opdracht schriftelijk aan klagers te bevestigen. De beoordeling van een geschil over declaraties is voorbehouden aan de burgerlijke rechter of de Raad voor Geschillen van de NBA. De Accountantskamer beoordeelt alleen of de accountant bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende facturen heeft opgesteld. Daarvan was geen sprake. De Accountantskamer beoordeelt een deel van de klachten, over de declaraties, daarom verder niet inhoudelijk. Betrokkene was voorts niet verantwoordelijk voor de fiscale advisering, omdat dat werk op het bordje van haar compagnon (register-belastingdeskundige) lag.

UITSPRAAK 24 JUNI 2022

Procedurenummer 21/1962 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht, waarschuwing. Betrokkene heeft in verband met een geschil tussen een ondernemer en zijn voormalige accountant een e-mail (rapport) opgesteld. In dit rapport heeft betrokkene geschreven dat de accountant van de ondernemer fouten heeft gemaakt. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid niet heeft nageleefd, omdat hij geen hoor en wederhoor heeft gepleegd waardoor zijn rapport geen deugdelijke grondslag heeft. Daarnaast heeft hij (onder andere) niet vermeld welke werkzaamheden hij heeft uitgevoerd en is hij te stellig geweest in zijn bewoordingen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Dat betrokkene de ondernemer heeft gewezen op de mogelijkheid om een tuchtklacht tegen zijn voormalige accountant in te dienen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het is de bedoeling van de wetgever geweest om laagdrempelig tuchtrecht voor accountants in te stellen. Het verstrekken van informatie draagt bij aan de bekendheid van het bestaan van het tuchtrecht.

UITSPRAAK 20 JUNI 2022

Procedurenummer 21/1616 Wtra AK
Klacht tegen externe accountant van groep. Klacht gedeeltelijk gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van één maand. Betrokkene heeft bij de door hem verrichte controlewerkzaamheden met betrekking tot wezenlijke posten geen toereikende controle-informatie verkregen.

UITSPRAKEN 20 MEI 2022

Procedurenummer 21/1045 Wtra AK
Partijen in een civiele procedure hebben een accountant ingeschakeld om onderzoek te doen naar de financiën van een vennootschap onder firma. Volgens klaagster heeft de accountant zijn opdracht niet goed en niet tijdig uitgevoerd. Verder zou de accountant niet op haar brieven en telefoontjes hebben gereageerd en zouden zijn declaraties buitensporig zijn. De klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard, omdat klaagster haar verwijten onvoldoende heeft onderbouwd en niet aannemelijk heeft gemaakt. Klaagster is in haar klacht die ziet op buitensporig declareren niet-ontvankelijk verklaard, omdat het aan de burgerlijke rechter en/of de Raad voor Geschillen is voorbehouden om tussen partijen bindend te oordelen over civielrechtelijke geschillen inzake declaraties van accountants.


Procedurenummer 21/2138 Wtra AK
Klacht tegen accountant die werkzaamheden heeft als penningmeester en secretaris van een Vereniging van Eigenaars (VvE). Klacht gegrond; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van één maand. Geen reden voor aanhouding mondelinge behandeling. De door betrokkene verrichte werkzaamheden moeten als een professionele dienst worden gekwalificeerd. Betrokkene heeft in meerdere opzichten gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene is zich er, ondanks de eerder aan hem opgelegde maatregel, nog altijd onvoldoende van bewust is dat voor hem, als accountant, gedrags- en beroepsregels gelden en dat hij zich, wanneer geklaagd wordt over schending hiervan, toetsbaar dient op te stellen. De Accountantskamer rekent het betrokkene tevens aan dat hij zich voorafgaand aan de zitting onbereikbaar heeft gehouden.

Procedurenummer 22/853 Wtra AK
Het verzoek tot wraking van een lid van de Accountantskamer is afgewezen.

UITSPRAAK: 13 MEI 2022

Procedurenummer 21/1897 Wtra AK
Klacht over samenstellingswerkzaamheden en administratieve dienstverlening door accountant; klacht deels gegrond; oplegging maatregel van waarschuwing. Betrokkene is niet vaktechnisch verantwoordelijk voor de begeleiding en advisering van medewerker X. Betrokkene heeft door een bepaling in de VOF-akte die betrekking heeft op de verdeling van het bedrijfsresultaat over het hoofd te zien, gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

UITSPRAAK 9 MEI 2022

Procedurenummer 21/1788 Wtra AK
Betrokkene werkte als zelfstandig ondernemer voor één opdrachtgever. Betrokkene heeft offertes uitgebracht aan (potentiële) klanten van deze opdrachtgever, zonder diens medeweten. In een enkel geval heeft betrokkene vervolgens de opdracht gekregen en uitgevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene hiermee in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid (artikelen 16 en 18 van de VGBA), omdat hij op basis van vertrouwelijke informatie die hij heeft verkregen vanwege zijn contractuele relatie met de opdrachtgever, voor eigen gewin, potentiële klanten heeft benaderd en offertes aan hen heeft verstuurd. Ook is naar het oordeel van de Accountantskamer sprake van schending van het fundamentele beginsel van integriteit, want betrokkene heeft jegens de opdrachtgever niet eerlijk en oprecht gehandeld (artikel 11 van de VGBA). De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

UITSPRAKEN 11 APRIL 2022

21/1583 Wtra AK
Ongegronde klacht. Tweede klacht tegen een accountant die een Bibob-onderzoek heeft verricht. De accountant is in de eerste plaats verweten dat hij de op hem rustende geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden, omdat hij de niet-geanonimiseerde uitspraak van de Accountantskamer met betrekking tot de eerste klacht aan zijn gemachtigde heeft gegeven. Dit klachtonderdeel is ongegrond, omdat de gemachtigde kennis moet kunnen nemen van de volledige en niet geanonimiseerde uitspraak om toereikende bijstand te kunnen verlenen. Bovendien biedt het bepaalde in artikel 16 sub c van de VGBA de mogelijkheid om in het kader van een klachtprocedure vertrouwelijke informatie te gebruiken indien dat in die procedure van belang kan zijn. De accountant is daarnaast verweten dat hij erop uit was om klagers te beroven van rechtsbijstand, omdat hij aan klager 3 (die advocaat) heeft bericht dat hij een tuchtklacht zal indienen als hij zijn functie als advocaat van klagers niet neerlegt. Dit klachtonderdeel is ongegrond, omdat het de accountant vrijstaat om een tuchtklacht tegen deze klager in te dienen als hij meent dat de gedragregels voor advocaten door hem zijn overtreden. Ook de overige vier klachtonderdelen zijn ongegrond.

21/1593 Wtra AK
Gegronde klacht, berisping. Tussen twee ex-echtgenoten is een gerechtelijke procedure aanhangig over de hoogte van kinderalimentatie. De betrokken accountant heeft per e-mail vragen van een advocaat beantwoord over de financiën van de man. Deze e-mail is ingebracht in de gerechtelijke procedure. Naar het oordeel van de Accountantskamer belemmert de e-mail van de accountant de objectieve waarheidsvinding door de rechter. De accountant heeft daarin namelijk geconcludeerd dat de beschikbare liquiditeit én de resultaten die nog beschikbaar komen meer dan nodig zijn om het pensioenvermogen van de man op voldoende niveau te brengen, zonder dat hij de daarbij gehanteerde uitgangspunten heeft weergegeven. De accountant heeft ook gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Hij heeft in zijn e-mail namelijk op geen enkele wijze duidelijk gemaakt dat hij uitsluitend het standpunt van de man heeft weergegeven.

UITSPRAAK 4 APRIL 2022

Procedurenummer 21/1286 Wtra AK
Klacht tegen accountant die de jaarrekening van een Vereniging van Eigenaars heeft gecontroleerd. Klacht ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene bij de uitvoering van de controle tekort is geschoten. De Accountantskamer is van oordeel dat klager, mede gelet op de door betrokkene getroffen maatregelen, niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene zijn onafhankelijkheid onvoldoende heeft gewaarborgd.

UITSPRAAK 1 APRIL 2022

Procedurenummer 21/1734 Wtra AK
Frauderende accountant. Gegronde klacht, doorhaling voor de duur van acht jaar. Uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.
Een accountant die in het kader van een overeenkomst van opdracht bevoegdheden had om betalingen voor een onderneming te verrichten, maakt meermaals, met gebruikmaking van valse facturen, geld van die onderneming over naar zijn eigen bankrekening. Door zijn handelwijze heeft de accountant gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit en heeft hij het vertrouwen in het accountantsberoep op ernstige wijze geschaad.

UITSPRAKEN 25 MAART 2022

Procedurenummer 21/1533 Wtra AK
Het kantoor van betrokkene heeft een FIU-melding gedaan, omdat in het kader van de controle van de geconsolideerde jaarrekening van klagers ongebruikelijke transacties waren gesignaleerd. Die transacties houden onder meer verband met de vermoedelijke omkoping van overheidsfunctionarissen in Oekraïne en het ‘zwart’ uitbetalen van een aanvulling op het loon van medewerkers van een onderneming waarin de houtonderneming een middellijke deelneming heeft. Klagers menen dat betrokkene de FIU-melding niet had mogen doen. Bovendien menen klagers dat betrokkene anders had moeten handelen na het ontvangen van de fraudesignalen en dat zij onduidelijkheid heeft laten ontstaan over de afronding van de jaarrekeningcontrole.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen die zien op de FIU-melding ongegrond, omdat er sprake was van ongebruikelijke transacties die gemeld behoren te worden. De klachtonderdelen die zien op de omgang met de aanwijzingen van fraude zijn gegrond. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene nader onderzoek had moeten doen naar de aanwijzingen van fraude en overtreding van wet- en regelgeving door de Oekraïense onderneming. De Accountant legt betrokkene de maatregel van berisping op.

Procedurenummer 21/1482 Wtra AK
Nieuwe behandeling klacht na terugverwijzing door CBb. Klacht gegrond; strijd met fundamentele beginselen van vakbekwaamheid/deskundigheid en zorgvuldigheid, professioneel gedrag en integriteit. Oplegging maatregel van doorhaling van de inschrijving in de registers met verbod tot herinschrijving voor de duur van drie jaar. Geen reden om de behandeling van de klacht aan te houden.  In de beslissing van het CBb van 7 september 2021 is de toezegging van het OM opgenomen dat de verklaringen van betrokkene en de uitspraken in de tuchtrechtelijke procedure, waarin die verklaringen kunnen zijn verwerkt, niet in het strafdossier terecht zullen komen. Betrokkene dient zich toetsbaar op te stellen. Betrokkene heeft wederom (vrijwel) geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de klacht. De onderbouwde klacht is niet afdoende weerlegd. Betrokkene heeft bewust meegewerkt aan overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en hij heeft eraan meegewerkt dat de overschrijdingen van de Balkenendenorm niet zichtbaar waren in de jaarrekeningen.

UITSPRAAK 14 MAART 2022

Procedurenummer 21/279 Wtra AK
Klacht AFM naar aanleiding van wettelijke controle organisatie van openbaar belang (oob). Klacht gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van drie maanden. Betrokkene is bij een wettelijke controle met een potentieel grote groep belanghebbenden, onvoldoende professioneel-kritisch geweest en hij is zowel voor wat betreft het voorkomen, de volledigheid, de nauwkeurigheid en de afgrenzing van de omzet en over het bestaan, de waardering en de presentatie van de goodwill, tekortgeschoten in het verkrijgen van voldoende geschikte controle-informatie.

Uitspraken