UITSPRAKEN 17 APRIL 2026

Procedurenummer 25/588 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant in business (via zijn vennootschap) werkzaamheden verricht. Die werkzaamheden stonden in verband met een factoringovereenkomst op grond waarvan klaagster financiële middelen ter beschikking stelde aan een factoringmaatschappij. Deze factoringmaatschappij kon daarmee vorderingen van haar klanten op derden kopen en vervolgens incasseren. Betrokkene wordt verweten dat hij de belangen van klaagster heeft geschaad door vorderingen onder de kredietfaciliteit bij klaagster aan te melden hoewel die vorderingen niet steeds aan de gestelde financieringsvoorwaarden voldeden. Ook wordt betrokkene verweten dat hij vorderingen, waarop klaagster een pandrecht heeft, voor de nominale waarde aan klaagster heeft gerapporteerd hoewel die vorderingen aanzienlijk minder waard waren, dat hij voor klaagster een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij heeft verzwegen en dat hij de administratie van de factoringmaatschappij niet op orde heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere bedragen werden opgeknipt waardoor het leek alsof die vorderingen aan de financieringsvoorwaarden voldeden. Ook is betrokkene niet steeds zorgvuldig geweest bij het rapporteren van te financieren vorderingen, omdat die vorderingen niet overgedragen en/of verpand mochten worden. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gelet op de gevolgen die het handelen van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap heeft, volstaat de Accountantskamer in dit geval met een berisping.

Procedurenummer 25/1522 Wtra AK
Een curator heeft betrokkene opdracht gegeven een rapport op te stellen dat inzicht moet geven in de door de failliete werkmaatschappijen gevoerde financiële- en projectadministratie. Volgens klagers, die door de curator aansprakelijk waren gesteld, deugt het rapport om meerdere redenen niet. Zo zou door betrokkene onvoldoende onderzoek zijn gedaan, geen wederhoor zijn toegepast en betrokkene is ten onrechte niet verschenen op een rechtszitting in het geschil tussen de curator en de klagers. De klacht is ongegrond.

UITSPRAKEN 30 MAART 2026

Procedurenummer 25/1784 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht. Klaagster heeft in februari 2024 de aandelen in een tweetal vennootschappen verworven. Bij het samenstellen van de jaarrekening 2024 is discussie ontstaan over de toerekening van enkele omzetfacturen die bepalend zijn voor de vraag of verkoper recht heeft op een overeengekomen earn-outvergoeding. Betrokkene was zowel voor als na de overname de samenstellend accountant van de vennootschappen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zijn rol onvoldoende heeft bewaakt, dat hij over de omzettoerekening is blijven communiceren met de voormalige directie van de vennootschappen, dat hij zich op ongepaste wijze heeft laten beïnvloeden en dat hij onvoldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd.

Procedurenummer 26/714 Wtra AK
Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Het eerste klachtonderdeel ziet op handelen van een register belastingadviseur, die onder een eigen tuchtrecht valt. Voor dit handelen draagt betrokkene geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Het tweede klachtonderdeel is door klager onvoldoende onderbouwd.

Procedurenummers 26/719 en 26/720 Wtra AK
Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welk handelen of nalaten ieder van de betrokkenen persoonlijk wordt verweten. Het is duidelijk dat klager een diepgaand geschil heeft met de middelbare school en meent dat hem en/of zijn dochter onrecht is aangedaan. Het is echter naar het oordeel van de voorzitter een brug te ver om accountants, die mogelijk zitting hebben in de Raad van Toezicht van de middelbare school, daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hersteluitspraak van 3 april 2026 is niet gepubliceerd.

UITSPRAKEN 27 MAART 2026

Procedurenummer 25/700 Wtra AK
Betrokkene was als externe accountant verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening 2019 van een internationale onderneming, waarbij hij een goedkeurende controleverklaring heeft afgegeven. Naar aanleiding van mediaberichten over de onderneming dat met verschillende (buitenlandse) autoriteiten is overeengekomen om sancties van in totaal € 3,6 miljard te betalen heeft klaagster een onderzoek ingesteld naar de uitvoering van de wettelijke controle.
Op grond van de uitkomsten van het onderzoek verwijt klaagster betrokkene dat hij geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen met betrekking tot frauderisico’s inzake niet-naleving van de U.S. International Traffic in Arms Regulations en wet- en regelgeving betreffende omkoping en corruptie en Anti-Money Laundering. Klacht deels gegrond, maatregel tijdelijke doorhaling 3 maanden.

Procedurenummers 25/710 Wtra AK en 25/1817 Wtra AK
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft in opdracht van een rechtbank in relatie tot een civielrechtelijk geschil een rapport opgesteld. Klager vindt dat het rapport niet deugt onder meer omdat het onderzoek door betrokkene veel te beperkt was. De Accountantskamer overweegt dat de toetsing van een rapport dat in opdracht van een rechtbank in relatie tot een gerechtelijke procedure is opgesteld slechts in beperkte mate mogelijk is. Daarvan uitgaande wijst de Accountantskamer de klachten af omdat klager de gegrondheid van zijn verwijten tegenover het verweer van betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt.

Procedurenummer 25/1311 Wtra AK
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening van een metaalverwerkingsbedrijf. Betrokkene heeft een controleverklaring met oordeelonthouding afgegeven. Naar aanleiding van een politie-inval bij dat bedrijf heeft betrokkene een incidentmelding bij klaagster gedaan. Klaagster is daarop een onderzoek gestart naar de wijze waarop betrokkene de wettelijke controle van de jaarrekening 2020 van het metaalverwerkingsbedrijf heeft verricht. Volgens klaagster heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden uitgevoerd om de risico’s op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude te identificeren en in te schatten. Betrokkene heeft niet scherp in beeld gehad dat de handel in goud van geheel andere aard is dan de handel in metalen. Als gevolg daarvan heeft betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden opgezet en uitgevoerd om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over het bestaan (voorkomen) van de omzet uit de verkopen van goud. Betrokkene heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de kern van de klacht. De Accountantskamer verklaart de klacht geheel gegrond en legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor de duur van zes maanden.

 

UITSPRAKEN 23 MAART 2026

Procedurenummer 25/1673 Wtra AK
Klager verwijt betrokkene dat hij een samenstellingsopdracht heeft aanvaard en uitgevoerd die in strijd is met de statuten van de opdrachtgever. De klacht is ongegrond.

Procedurenummer 25/2666 Wtra AK
Gegronde klacht. Betrokkene heeft onjuiste aangiften Inkomstenbelasting ingediend. Hij heeft namelijk rente voor de eigen woning afgetrokken voor leningen waarvan hij het bestaan niet kon aantonen. Betrokkene heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld en heeft daarom geen inhoudelijk verweer gevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft gehandeld en legt aan hem de maatregel van doorhaling op voor de duur van vijf jaren.

UITSPRAAK 20 MAART 2026

Procedurenummer 25/2062 Wtra AK
Gegronde klacht over een kantoortoetsing. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook heeft betrokkene nagelaten om de monitoringsvragenlijst 2025 in te vullen en te retourneren aan klaagster. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor vijf jaren en verklaart de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

UITSPRAAK 9 MAART 2026

Procedurenummers 24/3964, 25/730 en 25/1808 Wtra AK
Klacht over de wettelijke controle van de jaarrekening van een vermogensbeheerder. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene ten onrechte heeft nagelaten om te controleren of aan de verhoging van de managementvergoeding een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering ten grondslag lag. In zoverre is de klacht gegrond. Voor het overige verklaart de Accountantskamer de klacht ongegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

UITSPRAKEN 27 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 25/1557 Wtra AK
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.

Procedurenummer 25/2055 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.

UITSPRAKEN 23 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 25/1454 Wtra AK
Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.

Procedurenummer 25/1455 Wtra AK
De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.

Procedurenummer 25/1787 Wtra AK
Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

UITSPRAAK 20 FEBRUARI 2026

Procedurenummers 25/911 en 25/904 Wtra AK
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.

UITSPRAAK 9 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 24/3458 Wtra AK
Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.

UITSPRAAK 6 FEBRUARI 2026

Procedurenummers 25/1345, 25/1346 en 25/1347 Wtra AK
Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken.
De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.

UITSPRAAK 23 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/818 Wtra AK
Klacht van de NBA naar aanleiding van een kantoortoetsing waarin de toetsers een B-oordeel hebben voorgesteld maar de Raad voor Toezicht tot een C-oordeel is gekomen en tot indiening van een tuchtklacht heeft besloten. De Accountantskamer is van oordeel dat het kwaliteitssysteem in opzet wel voldeed, maar niet in werking omdat betrokkene niet had vastgesteld dat de jaarrekening inmiddels gecontroleerd diende te worden en een samenstellingsverklaring heeft afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen. De Accountantskamer overweegt bij de bepaling van de maatregel onder meer dat indien de Raad voor Toezicht niet van het voorstel van de toetsers was afgeweken, betrokkene een verbeterplan had mogen indienen en tegen hem geen tuchtklacht zou zijn ingediend en volstaat met een berisping.

UITSPRAAK 16 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/1104 Wtra AK
Klacht tegen accountant in relatie tot een geschil tussen klaagster en haar ex-echtgenoot. Klacht is ongegrond omdat de verweten gedragingen door een fiscalist, verbonden aan het kantoor van de accountant, zijn gedaan en de fiscalist valt onder eigen tuchtrecht.

UITSPRAAK 12 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/1880 Wtra AK
Ongegronde klacht. Volgens klaagster heeft betrokkene vertrouwelijke gegevens gedeeld met een derde partij. Maar betrokkene heeft dat gemotiveerd betwist. De Accountantskamer is van oordeel dat klaagster er niet in is geslaagd de verweten gedraging aannemelijk te maken.

UITSPRAAK 22 DECEMBER 2025

Procedurenummer 25/55 Wtra AK
De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.

UITSPRAAK 19 DECEMBER 2025

Procedurenummers 25/2412, 25/2413, 25/2414, 25/2415, 25/2416, 25/2417, 25/2418, 25/2419, 25/2420, 25/2421, 25/2422, 25/2423 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.

UITSPRAKEN 1 DECEMBER 2025

Procedurenummer 25/64 Wtra AK
Betrokkene heeft de aangiften inkomstenbelasting (IB) voor klaagster verzorgd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting, dat hij de IB-aangiften 2016 en 2017 eerder had moeten indienen en dat hij de privacy van klaagster heeft geschonden. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Procedurenummer 25/831 Wtra AK
Gegronde klacht na een kantoorhertoetsing; tijdelijke doorhaling twaalf maanden. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene voldoet in opzet en werking nog altijd niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was onvoldoende.

UITSPRAAK 17 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/207 Wtra AK
Ongegrond klacht over een partijdeskundigenbericht in een civiele procedure. De verkoper heeft betrokkene de opdracht gegeven in een partijdeskundigenbericht de EBITDA te berekenen. Betrokkene heeft een eerste versie van het partijdeskundigenbericht uitgebracht. Klaagster is van mening dat betrokkene bij het opstellen van het partijdeskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met alle fundamentele beginselen. Betrokkene zou zich hebben gebaseerd op discutabele aannames en een misleidende voorstelling van zaken hebben gegeven. Ook wekt betrokkene volgens klaagster met haar bericht ten onrechte de schijn van assurance. Klaagster gaat in haar klacht er echter aan voorbij dat het partijdeskundigenbericht slechts een concept betreft en dat betrokkene klaagster in de gelegenheid heeft gesteld – in het kader van hoor/wederhoor – erop te reageren. Betrokkene heeft zich deels moeten baseren op onvolledige informatie omdat niet alle documentatie beschikbaar was gesteld en heeft in verband daarmee voorbehouden geformuleerd en zich bediend van onderbouwde aannames. De hoor/wederhoor-fase diende er juist toe om klaagster de gelegenheid te geven om de juistheid van de aannames te bevestigen dan wel ter discussie te stellen.

UITSPRAKEN 10 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/262 Wtra AK
Betrokkene heeft bij een interne auditfunctie van een buitenlandse overheid een externe evaluatie uitgevoerd in lijn met de IIA Standaarden. Betrokkene heeft in zijn rapport naar aanleiding van deze ‘quality assurance review’ geconcludeerd dat de interne auditfunctie voldoet aan de IIA Standaarden waarbij de kwalificatie ‘generally conforms’ is gegeven. Hierbij heeft betrokkene vermeld dat de interne auditfunctie deze kwalificatie voor de komende vijf jaar mag gebruiken onder de voorwaarde dat de interne evaluaties de algemene naleving van de IIA Standaarden en de gedragscode van het IIA blijven bevestigen. Volgens klager heeft het rapport geen deugdelijke grondslag. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Procedurenummers 24/3896 en 25/1199 Wtra AK
Tussenbeslissing. Betrokkene mag stukken waarop het verschoningsrecht van klager rust en die klager in eerdere klachten aan de Accountantskamer en betrokkene heeft overgelegd, gebruiken bij zijn verdediging tegen nieuwe klachten van klager.

UITSPRAAK 3 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/2046 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter overweegt dat het gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene op de weg van klager lag om zijn verwijten nader te onderbouwen. Klager heeft dat niet gedaan, ondanks dat hij daarvoor wel de gelegenheid heeft gehad. Klager mocht immers een schriftelijke repliek indienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Omdat een nadere onderbouwing ontbreekt, moet worden geoordeeld dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

UITSPRAKEN 31 OKTOBER 2025

Procedurenummers 24/4366 en 24/4368 Wtra AK
Uitspraak tegen twee accountants. De ene accountant heeft adviesdiensten verleend in relatie tot de overname van een onderneming binnen een familieverband (ouders aan zoon). Op deze adviesdiensten is Standaard 5500N van toepassing. Een voorgeschreven schriftelijke opdrachtbevestiging ontbreekt. In zoverre is de klacht gegrond. De andere verwijten, die in de kern erop neerkomen dat de accountant niet objectief is geweest en onzorgvuldig heeft gehandeld, zijn ongegrond. De klacht tegen zijn opvolger, de andere accountant is ongegrond. Deze was niet verplicht om een onderzoek in te stellen naar het handelen en nalaten van zijn voormalige collega. Het beroep van de andere accountant op geheimhouding jegens de voormalig bestuurder van de vennootschap berust op een aanvaardbare grond.

Procedurenummer 25/1086 Wtra AK
Ongegrond is de klacht dat betrokkene niets heeft gedaan met een bepaald verzoek van klager. Betrokkene valt daarvan geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken, omdat hij ten tijde van het verzoek langdurig in het ziekenhuis was opgenomen en zijn praktijk werd waargenomen. De klacht over het voeren van de accountantstitel is niet-ontvankelijk, omdat het gaat om een (beweerd) handelen nadat betrokkene was uitgeschreven als accountant.

UITSPRAAK 24 OKTOBER 2025

Procedurenummers (25/1519), 25/1520 en 25/1521 Wtra AK
voorzittersbeslissing, de klacht tegen twee accountants is onvoldoende concreet en niet feitelijke onderbouwd. Daarom verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.

UITSPRAAK 7 OKTOBER 2025

Procedurenummer 25/1778 Wtra AK
Voorzittersbeslissing, de klacht is kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat sprake is van een klacht over nagenoeg dezelfde feiten als waarover de Accountantskamer al eerder heeft geoordeeld, dat de tuchtklacht niet los kan worden gezien van het verdiepte geschil tussen klager en een derde en dat de argumenten die klager brengen tot zijn standpunt dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden te licht zijn om gewicht in de schaal te leggen. De betrokken accountant handelt niet verwijtbaar met zijn beroep om de klacht vereenvoudigd af te doen met een voorzittersbeslissing.

UITSPRAKEN 26 SEPTEMBER 2025

Procedurenummer 25/2135 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat betrokkene ten tijde van de verweten gedragingen niet als registeraccountant of accountant-administratieconsulent in het NBA-register stond ingeschreven.

Procedurenummer 25/2325 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klachtonderdelen in de onderhavige procedure zien op klachtonderdelen die reeds onderwerp van geschil zijn geweest in de eerdere procedure bij de Accountantskamer of zodanig onderling zijn verweven met de klachten en feiten die in die eerdere procedure aan de Accountantskamer zijn voorgelegd dat deze klachten, gelet op het ne bis in idem beginsel, niet nogmaals het voorwerp van berechting kunnen vormen.

UITSPRAKEN 22 SEPTEMBER 2025

Procedurenummers 24/2784 en 24/3919 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast.  De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Procedurenummers 24/4266 en 25/1501 Wtra AK
Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

UITSPRAAK 12 SEPTEMBER 2025

Procedurenummer 25/587 Wtra AK
Gegronde klacht. Betrokkene krijgt maatregel van de tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar opgelegd. Kantoortoetsing. Betrokkene heeft een accountantskantoor. Klaagster heeft, na een reguliere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De vier getoetste dossiers zijn onvoldoende bevonden. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook meent klaagster dat de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, niet voldoet. De Accountantskamer is van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. In de vier dossiers zijn tekortkomingen geconstateerd nadat (de derde versie van) het verbeterplan van betrokkene onder voorwaarden was goedgekeurd.

Uitspraken