Procedurenummer 13/2202 en 13/2203 Wtra AK:

Klacht over het door de accountants accepteren van het ineens afschrijven door de gemeente van vervangingsinvesteringen in het riool deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de 6- en 3-jaarstermijn van de Wtra en voor het overige ongegrond. Anders dan klager meent, liet het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) ruimte voor de opvatting van de gemeente dat de via de rioolheffing geïncasseerde vervangingsbijdragen direct in mindering mogen worden gebracht op de vervangingsinvesteringen. Het andersluidende oordeel van de rekenkamer van die gemeente is niet al doorslaggevend; betrokkene diende een zelfstandige afweging en beoordeling te maken van het wettelijke kader en kon daarin tot de opvatting komen dat het door de gemeente gekozen verslaggevingsstelsel strookte met de bepalingen van het BBV.

Procedurenummer 13/2921 Wtra AK

Na het doorlopen van de klachtprocedure bij de klachtencommissie van de Nba dienen klagers een gelijkluidende klacht in bij de Accountantskamer. Een aantal onderdelen van die klacht is echter wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk, nu een indiening van een klacht bij de klachtencommissie de in artikel 22 Wtra neergelegde termijn niet schorst, opschort of stuit. Ten onrechte hebben klagers zich bij de klacht bij de Accountantskamer zich beperkt tot een enkele verwijzing naar wat zij in de klachtenprocedure bij de Nba hebben aangevoerd en overgelegd. Die stukken zijn omvangrijk en de tuchtrechter is er niet om zelfstandig op te zoek gaan naar wat wel en wat niet dienstig is voor de klacht. Daarbij komt dat de klachtencommissie buiten de klacht is getreden zodat aan de gegrondverklaring op een aantal van de klachtonderdelen geen betekenis kan worden gehecht. Gelet op het gebrek aan concrete onderbouwing is daardoor het grootste deel van de ontvankelijke klachten ongegrond. Wel gegrond is de klacht over het ten onrechte salderen van posten (ovw. 4.5.2) en de klacht over het geen blijk geven van het genomen hebben van maatregelen tegen de evidente bedreiging voor zijn objectiviteit die ontstond als gevolg van het conflict tussen de twee bestuurders/grootaandeelhouders (ovw. 4.13). Volgt maatregel van waarschuwing.

Procedurenummer 14/235 Wtra AK

Kantoortoetsing. Niet de conclusies maar de bevindingen van de toetsers zijn bepalend bij de beoordeling of het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de getoetste praktijk al dan niet tekortschiet. Dat het eindoordeel van de Raad voor Toezicht een weinig zorgvuldige overweging dienaangaande maakt dat niet anders. Betrokkene had meer maatregelen moeten nemen omtrent de geheimhoudingsplicht van ingeleende medewerkers, meer moeten vastleggen omtrent opdrachtvoorwaarden en de aan de opdracht verbonden risico’s, omtrent de onafhankelijkheid van de assurance-cliënt en omtrent cliëntenonderzoek als bedoeld in de Wwft. Hoewel die vastlegging niet steeds expliciet in de regelgeving is bepaald, volgt uit de aard van de regelgeving, het gegeven dat dossiers steeds overdraagbaar dienen te zijn en wat van de accountant wordt gevergd, dat de accountant in het dossier inzichtelijk maakt wat hij ter zake heeft gedaan c.q. heeft afgewogen. Ook op andere aspecten is de vastlegging ondermaats. Een en ander leidt tot het oordeel dat de praktijk van betrokkene niet heeft beschikt over een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat voldoet aan de gestelde normen. Nu de geconstateerde tekortkoming grotendeels zien op de getoetse assurance-dossiers, betrokkene zonder enig voorbehoud heeft gesteld dergelijke opdrachten in de toekomst niet meer uit te voeren en aannemelijk is geworden dat betrokkene met betrekking tot de overige tekortkomingen zich inmiddels heeft verbeterd, wordt volstaan met de maatregel van berisping.

Procedurenummer 14/420 Wtra AK

Kantoortoetsing. Gegronde klacht over tekortschietend stelsel van kwaliteitsbeheersing na hertoetsing. Vanwege het uitblijven van verbetering en het ontbreken van perspectief volgt de maatregel van doorhaling.

 

Procedurenummer 13/1943, 13/1944 en 13/2269 Wtra AK
Het is niet verenigbaar met de eisen van een behoorlijke tuchtprocedure dat een klager een klacht die haar grondslag vindt in een bepaald feitencomplex bij de tuchtrechter indient, terwijl dit feitencomplex reeds ten tijde van een eerdere klacht bij de klager bekend was of had kunnen zijn. Vastgesteld moet worden dat hetgeen betrokkenen in de klachtonderdelen c. en d. wordt verweten, reeds deel uitmaakte van een eerder door klager tegen betrokkenen ingediende klacht. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kunnen deze verwijten opnieuw ter inhoudelijke beoordeling aan de Accountantskamer worden voorgelegd.
BFT heeft haar toezichthoudende taak in casu op juiste wijze uitgevoerd en niet op onjuiste wijze druk uitgeoefend op een voormalig medewerkster van klager, een voormalig deurwaarder.

Procedurenummer: 13/2795 Wtra AK
Vergeefse klachten over facturen/kosten, bevoorschotting en automatische incasso en over de juistheid en tijdigheid van de ten behoeve van klagers vennootschap verrichte werkzaamheden.

procedurenummer 13/2774, 13/2775, 13/2776 en 13/2777 Wtra AK
Het enkele feit dat betrokkenen bij de mondelinge behandeling van de eerdere klacht hebben erkend dat er fouten zijn gemaakt, waarna in eerste aanleg door de Accountantskamer is geoordeeld dat - kort gezegd - het Rapport deugdelijke grondslag mist en te ruim is verspreid, brengt, behoudens bijzondere omstandigheden welke in deze klachtprocedure niet zijn gebleken, niet mee dat klagers andermaal de mogelijkheid hebben te klagen dat betrokkenen hun fouten nog niet hersteld hebben door het Rapport bij te stellen, dan wel terug te trekken en diegenen die in het bezit, dan wel op de hoogte zijn van (de inhoud van) het Rapport hiervan op de hoogte te stellen. De klacht moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

procedurenummer 13/2418, 13/2419 en 13/2420 Wtra AK
Het is niet verenigbaar met de eisen van een behoorlijke tuchtprocedure dat een klager, nadat de Accountantskamer op diens klacht heeft beslist, een tweede klacht tegen dezelfde accountant indient over hetzelfde feitencomplex terzake een handelen of nalaten dat ten tijde van de behandeling van die eerdere klacht bij de klager bekend was of had kunnen zijn en niet gebleken is van nieuwe, relevante feiten welke een nieuwe tuchtrechtelijke beoordeling zouden rechtvaardigen. Daarenboven, klagers konden deze nieuwe feiten en inzichten ter ondersteuning van het door hen in te stellen, en naderhand ook ingestelde, hoger beroep tegen de beslissing van de Accountantskamer aan het CBb voorleggen, zodat ook daarom een goede tuchtprocesorde eraan in de weg staat een tweede klacht tegen dezelfde accountant over hetzelfde feitencomplex in te dienen. 

 

 

 

Procedurenummer 13/1942 Wtra AK
Klacht over het nalaten van betrokkene aangaande bepaalde (belasting- en betalings)problemen niet ontvankelijk wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn van artikel 22 Wtra.

Procedurenummer 13/2486 en 13/2487 Wtra AK
Klaagster schakelt betrokkenen in voor het opstellen van een schadestaat ter ondersteuning bij haar onderhandeling met de aansprakelijke wederpartij over de omvang van de schade. Nadat een en andermaal conceptrapporten zijn vervaardigd en het in het laatste concept becijferde schadebedrag aanmerkelijk lager uitvalt ten opzichte van het voorgaande conceptrapport, trekt klaagster de opdracht in en dient zij een klacht in. Die klacht, inhoudende dat het door klaagster aan betrokkenen betaalde bedrag in geen verhouding staat tot het resultaat en dat de doorlooptijd van de rapportage te lang is, wordt ongegrond bevonden.