UITSPRAKEN 27 MAART 2026

Procedurenummer 25/700 Wtra AK
Betrokkene was als externe accountant verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening 2019 van een internationale onderneming, waarbij hij een goedkeurende controleverklaring heeft afgegeven. Naar aanleiding van mediaberichten over de onderneming dat met verschillende (buitenlandse) autoriteiten is overeengekomen om sancties van in totaal € 3,6 miljard te betalen heeft klaagster een onderzoek ingesteld naar de uitvoering van de wettelijke controle.
Op grond van de uitkomsten van het onderzoek verwijt klaagster betrokkene dat hij geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen met betrekking tot frauderisico’s inzake niet-naleving van de U.S. International Traffic in Arms Regulations en wet- en regelgeving betreffende omkoping en corruptie en Anti-Money Laundering. Klacht deels gegrond, maatregel tijdelijke doorhaling 3 maanden.

Procedurenummers 25/710 Wtra AK en 25/1817 Wtra AK
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft in opdracht van een rechtbank in relatie tot een civielrechtelijk geschil een rapport opgesteld. Klager vindt dat het rapport niet deugt onder meer omdat het onderzoek door betrokkene veel te beperkt was. De Accountantskamer overweegt dat de toetsing van een rapport dat in opdracht van een rechtbank in relatie tot een gerechtelijke procedure is opgesteld slechts in beperkte mate mogelijk is. Daarvan uitgaande wijst de Accountantskamer de klachten af omdat klager de gegrondheid van zijn verwijten tegenover het verweer van betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt.

Procedurenummer 25/1311 Wtra AK
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening van een metaalverwerkingsbedrijf. Betrokkene heeft een controleverklaring met oordeelonthouding afgegeven. Naar aanleiding van een politie-inval bij dat bedrijf heeft betrokkene een incidentmelding bij klaagster gedaan. Klaagster is daarop een onderzoek gestart naar de wijze waarop betrokkene de wettelijke controle van de jaarrekening 2020 van het metaalverwerkingsbedrijf heeft verricht. Volgens klaagster heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden uitgevoerd om de risico’s op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude te identificeren en in te schatten. Betrokkene heeft niet scherp in beeld gehad dat de handel in goud van geheel andere aard is dan de handel in metalen. Als gevolg daarvan heeft betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden opgezet en uitgevoerd om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over het bestaan (voorkomen) van de omzet uit de verkopen van goud. Betrokkene heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de kern van de klacht. De Accountantskamer verklaart de klacht geheel gegrond en legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor de duur van zes maanden.

 

UITSPRAKEN 23 MAART 2026

Procedurenummer 25/1673 Wtra AK
Klager verwijt betrokkene dat hij een samenstellingsopdracht heeft aanvaard en uitgevoerd die in strijd is met de statuten van de opdrachtgever. De klacht is ongegrond.

Procedurenummer 25/2666 Wtra AK
Gegronde klacht. Betrokkene heeft onjuiste aangiften Inkomstenbelasting ingediend. Hij heeft namelijk rente voor de eigen woning afgetrokken voor leningen waarvan hij het bestaan niet kon aantonen. Betrokkene heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld en heeft daarom geen inhoudelijk verweer gevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft gehandeld en legt aan hem de maatregel van doorhaling op voor de duur van vijf jaren.

UITSPRAAK 20 MAART 2026

Procedurenummer 25/2062 Wtra AK
Gegronde klacht over een kantoortoetsing. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook heeft betrokkene nagelaten om de monitoringsvragenlijst 2025 in te vullen en te retourneren aan klaagster. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor vijf jaren en verklaart de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.