UITSPRAAK 31 JULI 2026

Procedurenummer 24/3943 Wtra AK
Klaagster is gescheiden. In het kader van de beëindiging van hun huwelijk hebben klaagster en haar ex-partner in 2014 een convenant gesloten waarin zij afspraken hebben gemaakt over de vaststelling en verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de ex-partner maakte hiervan deel uit. Betrokkene zou – samen met prof.dr. [B] – als opdrachtnemer onder het convenant de gemaakte afspraken ten uitvoer leggen. Klaagster stelt dat betrokkene zijn opdracht tot op heden niet heeft uitgevoerd. Klaagster vindt dit tuchtrechtelijk verwijtbaar.
De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitvoering van het convenant. De klacht is in zoverre gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.