uitspraken 10 april 2020

Procedurenummers 18/869 en 18/870 Wtra AK
Terecht klaagt de AFM er over dat betrokkenen (betrokkene sub 1 als de extern accountant en betrokkene sub 2 als intensief betrokken tweede auditpartner), nadat de AFM in het kader van haar doorlopend toezicht een onderzoek had aangekondigd  naar de kwaliteit van de onderhavige controle, ten onrechte de indruk hebben gewekt dat controle-informatie, die pas na de datum van de controleverklaring is verkregen, voorafgaand aan die datum al was verkregen en vastgelegd. Ook is de klacht tegen de extern accountant gegrond dat hij t.a.v. bepaalde posten onvoldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen om daarop zijn oordeel te gronden. Uitleg van paragrafen 230.13 en 230.A22 en 600.50 NVCOS (geldend voor controleverklaringen in 2015) en art. 11 Bta. Klachten grotendeels gegrond; aan beide betrokkenen wordt de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in het accountantsregister opgelegd.

Procedurenummer 20/639 Wtra AK
Klacht over fraude door accountant in business. Partijen hebben de Accountantskamer toestemming verleend om behandeling ter zitting achterwege te laten vanwege de coronacrisis. Klacht gegrond. Strijd met fundamentele beginselen van integriteit, professionaliteit, objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel doorhaling van de inschrijving in de registers met verbod tot herinschrijving voor de duur van tien jaren. Uitvoerbaarverklaring uitspraak bij voorbaat. De Accountantskamer acht in deze klachtzaak de maatregel van doorhaling passend en geboden. Daarbij heeft de Accountantskamer er mede op gelet dat betrokkene zich gedurende langere tijd op slinkse wijze schuldig heeft gemaakt aan een zeer omvangrijke fraude waarmee hij bij zijn werkgever ruim € 6.100.000 heeft verduisterd om zichzelf daarmee te verrijken. De Accountantskamer is van oordeel dat in de beroepsgroep geen plaats is voor frauderende accountants.