UITSPRAKEN 12 JUNI 2023

Procedurenummer 22/1892 Wtra AK
Klaagster en betrokkene hebben samengewerkt aan het opzetten van een onderneming. Die samenwerking is ten einde gekomen. Daarna is een civielrechtelijk geschil ontstaan over de terugbetaling van een geldlening en van diverse kosten die betrokkene stelt te hebben gemaakt. In deze zaak klaagt klaagster over misleiding door betrokkene bij het aangaan van de samenwerking. Ook zou betrokkene klaagster onder druk hebben gezet om een meerderheidsbelang in het bedrijf van klaagster aan betrokkene over te dragen. Tot slot vindt klaagster dat betrokkene in het incassotraject verwijtbaar handelt. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond, omdat klaagster er niet in is geslaagd haar verwijten aan betrokkene voldoende te onderbouwen.

Procedurenummer 22/1951 Wtra AK
Verwijt dat betrokkene klager onjuist heeft geïnformeerd over de hoogte van zijn recht op middelingsteruggaaf. Volgens klager heeft betrokkene hem voorgehouden dat het middelingsverzoek een belastingvoordeel zou opleveren van € 2.247. De Belastingdienst heeft het verzoek echter afgewezen. De klacht is naar het oordeel van de Accountantskamer ongegrond, omdat betrokkene zich niet expliciet heeft uitgelaten over een recht op middelingsteruggaaf.