Procedurenummer 25/588 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant in business (via zijn vennootschap) werkzaamheden verricht. Die werkzaamheden stonden in verband met een factoringovereenkomst op grond waarvan klaagster financiële middelen ter beschikking stelde aan een factoringmaatschappij. Deze factoringmaatschappij kon daarmee vorderingen van haar klanten op derden kopen en vervolgens incasseren. Betrokkene wordt verweten dat hij de belangen van klaagster heeft geschaad door vorderingen onder de kredietfaciliteit bij klaagster aan te melden hoewel die vorderingen niet steeds aan de gestelde financieringsvoorwaarden voldeden. Ook wordt betrokkene verweten dat hij vorderingen, waarop klaagster een pandrecht heeft, voor de nominale waarde aan klaagster heeft gerapporteerd hoewel die vorderingen aanzienlijk minder waard waren, dat hij voor klaagster een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij heeft verzwegen en dat hij de administratie van de factoringmaatschappij niet op orde heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere bedragen werden opgeknipt waardoor het leek alsof die vorderingen aan de financieringsvoorwaarden voldeden. Ook is betrokkene niet steeds zorgvuldig geweest bij het rapporteren van te financieren vorderingen, omdat die vorderingen niet overgedragen en/of verpand mochten worden. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gelet op de gevolgen die het handelen van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap heeft, volstaat de Accountantskamer in dit geval met een berisping.
Procedurenummer 25/1522 Wtra AK
Een curator heeft betrokkene opdracht gegeven een rapport op te stellen dat inzicht moet geven in de door de failliete werkmaatschappijen gevoerde financiële- en projectadministratie. Volgens klagers, die door de curator aansprakelijk waren gesteld, deugt het rapport om meerdere redenen niet. Zo zou door betrokkene onvoldoende onderzoek zijn gedaan, geen wederhoor zijn toegepast en betrokkene is ten onrechte niet verschenen op een rechtszitting in het geschil tussen de curator en de klagers. De klacht is ongegrond.