Procedurenummer 25/1956 Wtra AK
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden opgelegd. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van objectiviteit, en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft klaagster en haar (ex-)man bijgestaan bij de financiële afwikkeling van hun echtscheiding. Hij heeft niet onderkend dat tussen klaagster en haar (ex-)man een belangentegenstelling kon en ook daadwerkelijk is ontstaan en dat het bijstaan van zowel klaagster als haar (ex-)man al bij de opdrachtaanvaarding en vervolgens op meerdere latere momenten tijdens de uitvoering van de opdracht heeft geresulteerd in een bedreiging van zijn objectiviteit. Ook heeft hij er niet voor gezorgd dat klaagster het voor de door haar te nemen beslissingen noodzakelijke inzicht heeft verkregen in de waarde van de vermogensbestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap, ondanks de door klaagster aanhoudend geuite twijfels daarover.
Procedurenummers 25/2168 en 25/2182 Wtra PE
Waarschuwing:
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel waarschuwing opgelegd. PE-zaak met betrekking tot het kalenderjaar 2024.
Procedurenummers 25/2169 en 25/2184 Wtra PE
Doorhaling 3 maanden:
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van doorhaling voor de duur van drie maanden opgelegd. PE-zaak. Betrokkene heeft voor het jaar 2024 geen PE-portfolio opgesteld. Er is sprake van recidive.
Procedurenummer 25/3329 Wtra PE
Doorhaling 6 maanden:
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. PE-zaak. Betrokkene heeft voor de jaren 2023 en 2024 geen PE-portfolio opgesteld. Daarnaast heeft betrokkene voor deze jaren ten onrechte een complianceverklaring afgelegd. De fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en integriteit zijn geschonden.
Procedurenummers 25/2161, 25/2162, 25/2163, 25/2166, 25/2173, 25/2174, 25/2175, 25/2176, 25/2178, 25/2179, 25/2180, 25/2185, 25/2187, 25/2188, 25/2189, 25/2191 en 25/ 2192 Wtra PE
Geldboete
Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van geldboete opgelegd. Betrokkene heeft voor het jaar 2024 geen PE-portfolio opgesteld.
Procedurenummer 25/1784 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht. Klaagster heeft in februari 2024 de aandelen in een tweetal vennootschappen verworven. Bij het samenstellen van de jaarrekening 2024 is discussie ontstaan over de toerekening van enkele omzetfacturen die bepalend zijn voor de vraag of verkoper recht heeft op een overeengekomen earn-outvergoeding. Betrokkene was zowel voor als na de overname de samenstellend accountant van de vennootschappen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zijn rol onvoldoende heeft bewaakt, dat hij over de omzettoerekening is blijven communiceren met de voormalige directie van de vennootschappen, dat hij zich op ongepaste wijze heeft laten beïnvloeden en dat hij onvoldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd.
Procedurenummer 26/714 Wtra AK
Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Het eerste klachtonderdeel ziet op handelen van een register belastingadviseur, die onder een eigen tuchtrecht valt. Voor dit handelen draagt betrokkene geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Het tweede klachtonderdeel is door klager onvoldoende onderbouwd.
Procedurenummers 26/719 en 26/720 Wtra AK
Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welk handelen of nalaten ieder van de betrokkenen persoonlijk wordt verweten. Het is duidelijk dat klager een diepgaand geschil heeft met de middelbare school en meent dat hem en/of zijn dochter onrecht is aangedaan. Het is echter naar het oordeel van de voorzitter een brug te ver om accountants, die mogelijk zitting hebben in de Raad van Toezicht van de middelbare school, daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hersteluitspraak van 3 april 2026 is niet gepubliceerd.
Procedurenummers 24/3964, 25/730 en 25/1808 Wtra AK
Klacht over de wettelijke controle van de jaarrekening van een vermogensbeheerder. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene ten onrechte heeft nagelaten om te controleren of aan de verhoging van de managementvergoeding een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering ten grondslag lag. In zoverre is de klacht gegrond. Voor het overige verklaart de Accountantskamer de klacht ongegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.
Procedurenummer 25/1557 Wtra AK
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.
Procedurenummer 25/2055 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.
Procedurenummer 25/1454 Wtra AK
Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.
Procedurenummer 25/1455 Wtra AK
De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.
Procedurenummer 25/1787 Wtra AK
Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Procedurenummers 25/911 en 25/904 Wtra AK
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.
Procedurenummer 24/3458 Wtra AK
Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
Procedurenummers 25/1345, 25/1346 en 25/1347 Wtra AK
Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken.
De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.
Procedurenummer 25/818 Wtra AK
Klacht van de NBA naar aanleiding van een kantoortoetsing waarin de toetsers een B-oordeel hebben voorgesteld maar de Raad voor Toezicht tot een C-oordeel is gekomen en tot indiening van een tuchtklacht heeft besloten. De Accountantskamer is van oordeel dat het kwaliteitssysteem in opzet wel voldeed, maar niet in werking omdat betrokkene niet had vastgesteld dat de jaarrekening inmiddels gecontroleerd diende te worden en een samenstellingsverklaring heeft afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen. De Accountantskamer overweegt bij de bepaling van de maatregel onder meer dat indien de Raad voor Toezicht niet van het voorstel van de toetsers was afgeweken, betrokkene een verbeterplan had mogen indienen en tegen hem geen tuchtklacht zou zijn ingediend en volstaat met een berisping.
Procedurenummer 25/1104 Wtra AK
Klacht tegen accountant in relatie tot een geschil tussen klaagster en haar ex-echtgenoot. Klacht is ongegrond omdat de verweten gedragingen door een fiscalist, verbonden aan het kantoor van de accountant, zijn gedaan en de fiscalist valt onder eigen tuchtrecht.
Procedurenummer 25/1880 Wtra AK
Ongegronde klacht. Volgens klaagster heeft betrokkene vertrouwelijke gegevens gedeeld met een derde partij. Maar betrokkene heeft dat gemotiveerd betwist. De Accountantskamer is van oordeel dat klaagster er niet in is geslaagd de verweten gedraging aannemelijk te maken.
Procedurenummers 25/2412, 25/2413, 25/2414, 25/2415, 25/2416, 25/2417, 25/2418, 25/2419, 25/2420, 25/2421, 25/2422, 25/2423 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.
Procedurenummer 25/2046 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter overweegt dat het gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene op de weg van klager lag om zijn verwijten nader te onderbouwen. Klager heeft dat niet gedaan, ondanks dat hij daarvoor wel de gelegenheid heeft gehad. Klager mocht immers een schriftelijke repliek indienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Omdat een nadere onderbouwing ontbreekt, moet worden geoordeeld dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Procedurenummers (25/1519), 25/1520 en 25/1521 Wtra AK
voorzittersbeslissing, de klacht tegen twee accountants is onvoldoende concreet en niet feitelijke onderbouwd. Daarom verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.
Procedurenummer 25/2135 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat betrokkene ten tijde van de verweten gedragingen niet als registeraccountant of accountant-administratieconsulent in het NBA-register stond ingeschreven.
Procedurenummer 25/2325 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klachtonderdelen in de onderhavige procedure zien op klachtonderdelen die reeds onderwerp van geschil zijn geweest in de eerdere procedure bij de Accountantskamer of zodanig onderling zijn verweven met de klachten en feiten die in die eerdere procedure aan de Accountantskamer zijn voorgelegd dat deze klachten, gelet op het ne bis in idem beginsel, niet nogmaals het voorwerp van berechting kunnen vormen.
Procedurenummers 24/2784 en 24/3919 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Procedurenummers 24/4266 en 25/1501 Wtra AK
Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.
Procedurenummer 25/166 Wtra AK
Kantoortoetsing. Klaagster heeft, na twee reguliere toetsingen, een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. Klaagster stelt dat diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst erop dat hij inmiddels actie heeft ondernomen teneinde “het stelsel in opzet te verbeteren, de kwaliteit van de werking daarvan te verhogen en daarmee de goede beroepsuitoefening te borgen”. De klacht is gegrond, omdat betrokkene als kwaliteitsbepaler er niet voor heeft gezorgd dat het kwaliteitssysteem een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. De Accountantskamer heeft bij het bepalen van de maatregel meegewogen dat zij het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene geen vrijwillige controles meer zal verrichten.
Procedurenummer 24/3901 Wtra AK
Klacht tegen accountant over een onderzoeksrapport dat in opdracht van investeerder is opgesteld naar de besteding van verstrekte leningen door de onderneming van klager.
Dat rapport is verstrekt aan het Openbaar Ministerie waarna een strafrechtelijk onderzoek tegen klager is ingesteld. Volgens klager is het onderzoeksrapport onjuist en misleidend, heeft de accountant geen controle uitgevoerd op de juistheid van de financiële gegevens en was de opdrachtaanvaarding niet volgens de regels.
Klacht ongegrond: de accountant had geen leidende rol en verantwoordelijkheid voor het onderzoek, heeft de rapportage niet opgesteld en is niet de eindverantwoordelijke accountant.
Procedurenummer 24/4284 Wtra AK
Gegronde klacht. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op. Betrokkene heeft in 2022 en 2023 meerdere conceptjaarrekeningen 2020 van een holding samengesteld en de aangifte vennootschapsbelasting (vpb) 2020 verzorgd, nadat de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de holding in 2022 was overleden. Deze holding had een 1/3e belang in twee werkmaatschappijen. Twee andere holdings hadden daarin elk ook een 1/3e belang. Betrokkene was de accountant van de drie holdings en de twee werkmaatschappijen. Tussen de erfgenamen van de dga en de aandeelhouders van de andere twee holdings is een conflict ontstaan inzake de waardering van de aandelen van de holding van de dga in één van de werkmaatschappijen. De klacht betreft onder meer de door betrokkene samengestelde conceptjaarrekeningen 2020 van de holding, de aangifte vpb 2020, de boeking van vier betalingen en de overdracht van het dossier aan de opvolgers van betrokkene. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat betrokkene het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Het verwijt dat hij ook andere fundamentele beginselen heeft geschonden is ongegrond.
Procedurenummer 24/4054 Wtra AK + hersteluitspraak 24/4054 Wtra AK
Klacht tegen externe accountant die de jaarrekeningen van klagers, beleggingsmaatschappijen, over de jaren 2013 tot en met 2019 heeft gecontroleerd en voorzien van goedkeurende controleverklaringen. Klagers menen dat zij in die periode de dupe zijn geworden van fraude, die werd gepleegd door haar voormalig bestuurder en directeur samen met een projectontwikkelaar in Costa Rica. Volgens klagers heeft betrokkene de jaarrekeningen telkens ten onrechte goedgekeurd. De klacht is geheel gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van zes maanden.
Procedurenummer 24/3743 Wtra AK
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft de jaarrekeningen 2019, 2020, 2021 en 2022 van een vennootschap samengesteld. In de jaarrekening 2022 is foutherstel toegepast in de vergelijkende cijfers 2021. Daarnaast heeft het accountantskantoor administratieve diensten verleend aan deze vennootschap. De vennootschap is in 2024 op eigen verzoek failliet verklaard. Klagers maken betrokkene een 32-tal verwijten. Klagers verwijten hem onder andere dat hij de samenstellingsopdracht niet had mogen aanvaarden, dat hij klagers niet juist heeft geadviseerd, dat de jaarrekeningen fouten bevatten en dat hij de (mogelijke) discontinuïteit van de vennootschap niet onder de aandacht van de directie heeft gebracht. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Procedurenummer 24/3907 Wtra AK
Betrokkene heeft samen met de aangifte IB voor zijn dochter ook aangifte gedaan voor zijn inmiddels ex-schoonzoon. Voor beiden had hij in het verleden de aangifte IB verzorgd, maar betrokkene mocht niet meer aannemen dat zijn ex-schoonzoon nog steeds wilde dat betrokkene ook zijn aangifte IB verzorgde. Zijn handelen was daarom onzorgvuldig. De Accountantskamer legt de maatregel van waarschuwing op.
Procedurenummers 24/2178 en 24/2179 Wtra AK
Klacht over goedkeurende controleverklaringen bij geconsolideerde jaarrekeningen 2013, 2014 en 2015 van een vennootschap op Sint Maarten. Eén van de aangeklaagde accountants was de engagement leader op deze opdracht. Het belangrijkste actief (circa $ 460 mln) van de vennootschap betreft een perceel grond op Sint Maarten. Volgens klagers is dat perceel voor een te hoge waarde opgenomen in de gecontroleerde jaarrekeningen. Ook de latente belastingverplichting op de balans maakt dat de jaarrekeningen volgens klagers geen getrouw beeld geven van de werkelijke financiële situatie van de vennootschap. Klacht is (grotendeels) gegrond.
Procedurenummer 24/3563 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klager heeft een tuchtklacht ingediend omdat hij vindt dat de accountant ten onrechte en te laat goedkeurende controleverklaringen bij de jaarrekeningen 2022 en 2023 van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft afgegeven. Daarin zouden opbrengsten uit geldelijke bijdragen en heffingen zijn verantwoord waarvoor geen wettelijke basis bestaat. Ook zouden de jaarrekeningen ten onrechte niet door alle bestuursleden van de NBA zijn ondertekend. Klager heeft de accountant hierover geïnformeerd en haar verzocht de goedkeurende verklaringen te herroepen. Volgens klager heeft betrokkene dat verzoek ten onrechte niet gehonoreerd en heeft zij in plaats daarvan klager op onprofessionele wijze beschuldigd van bedreiging wegens zijn aanzegging van een tuchtklacht. De Accountantskamer heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.
Procedurenummer 24/3904 Wtra AK
Accountant treedt op als bindend adviseur. De toetsing van zijn handelen is daarom terughoudend. De klacht is ongegrond omdat de verwijten geen grond vinden in de aangevoerde feiten en omstandigheden.