UITSPRAKEN 27 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 25/1557 Wtra AK
Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.

Procedurenummer 25/2055 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.

UITSPRAKEN 23 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 25/1454 Wtra AK
Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.

Procedurenummer 25/1455 Wtra AK
De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.

Procedurenummer 25/1787 Wtra AK
Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

UITSPRAAK 20 FEBRUARI 2026

Procedurenummers 25/911 en 25/904 Wtra AK
Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.

UITSPRAAK 9 FEBRUARI 2026

Procedurenummer 24/3458 Wtra AK
Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.

UITSPRAAK 6 FEBRUARI 2026

Procedurenummers 25/1345, 25/1346 en 25/1347 Wtra AK
Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken.
De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.

UITSPRAAK 23 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/818 Wtra AK
Klacht van de NBA naar aanleiding van een kantoortoetsing waarin de toetsers een B-oordeel hebben voorgesteld maar de Raad voor Toezicht tot een C-oordeel is gekomen en tot indiening van een tuchtklacht heeft besloten. De Accountantskamer is van oordeel dat het kwaliteitssysteem in opzet wel voldeed, maar niet in werking omdat betrokkene niet had vastgesteld dat de jaarrekening inmiddels gecontroleerd diende te worden en een samenstellingsverklaring heeft afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen. De Accountantskamer overweegt bij de bepaling van de maatregel onder meer dat indien de Raad voor Toezicht niet van het voorstel van de toetsers was afgeweken, betrokkene een verbeterplan had mogen indienen en tegen hem geen tuchtklacht zou zijn ingediend en volstaat met een berisping.

UITSPRAAK 16 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/1104 Wtra AK
Klacht tegen accountant in relatie tot een geschil tussen klaagster en haar ex-echtgenoot. Klacht is ongegrond omdat de verweten gedragingen door een fiscalist, verbonden aan het kantoor van de accountant, zijn gedaan en de fiscalist valt onder eigen tuchtrecht.

UITSPRAAK 12 JANUARI 2026

Procedurenummer 25/1880 Wtra AK
Ongegronde klacht. Volgens klaagster heeft betrokkene vertrouwelijke gegevens gedeeld met een derde partij. Maar betrokkene heeft dat gemotiveerd betwist. De Accountantskamer is van oordeel dat klaagster er niet in is geslaagd de verweten gedraging aannemelijk te maken.

UITSPRAAK 22 DECEMBER 2025

Procedurenummer 25/55 Wtra AK
De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.

UITSPRAAK 19 DECEMBER 2025

Procedurenummers 25/2412, 25/2413, 25/2414, 25/2415, 25/2416, 25/2417, 25/2418, 25/2419, 25/2420, 25/2421, 25/2422, 25/2423 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.

UITSPRAKEN 1 DECEMBER 2025

Procedurenummer 25/64 Wtra AK
Betrokkene heeft de aangiften inkomstenbelasting (IB) voor klaagster verzorgd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting, dat hij de IB-aangiften 2016 en 2017 eerder had moeten indienen en dat hij de privacy van klaagster heeft geschonden. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Procedurenummer 25/831 Wtra AK
Gegronde klacht na een kantoorhertoetsing; tijdelijke doorhaling twaalf maanden. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene voldoet in opzet en werking nog altijd niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was onvoldoende.

UITSPRAAK 17 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/207 Wtra AK
Ongegrond klacht over een partijdeskundigenbericht in een civiele procedure. De verkoper heeft betrokkene de opdracht gegeven in een partijdeskundigenbericht de EBITDA te berekenen. Betrokkene heeft een eerste versie van het partijdeskundigenbericht uitgebracht. Klaagster is van mening dat betrokkene bij het opstellen van het partijdeskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met alle fundamentele beginselen. Betrokkene zou zich hebben gebaseerd op discutabele aannames en een misleidende voorstelling van zaken hebben gegeven. Ook wekt betrokkene volgens klaagster met haar bericht ten onrechte de schijn van assurance. Klaagster gaat in haar klacht er echter aan voorbij dat het partijdeskundigenbericht slechts een concept betreft en dat betrokkene klaagster in de gelegenheid heeft gesteld – in het kader van hoor/wederhoor – erop te reageren. Betrokkene heeft zich deels moeten baseren op onvolledige informatie omdat niet alle documentatie beschikbaar was gesteld en heeft in verband daarmee voorbehouden geformuleerd en zich bediend van onderbouwde aannames. De hoor/wederhoor-fase diende er juist toe om klaagster de gelegenheid te geven om de juistheid van de aannames te bevestigen dan wel ter discussie te stellen.

UITSPRAKEN 10 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/262 Wtra AK
Betrokkene heeft bij een interne auditfunctie van een buitenlandse overheid een externe evaluatie uitgevoerd in lijn met de IIA Standaarden. Betrokkene heeft in zijn rapport naar aanleiding van deze ‘quality assurance review’ geconcludeerd dat de interne auditfunctie voldoet aan de IIA Standaarden waarbij de kwalificatie ‘generally conforms’ is gegeven. Hierbij heeft betrokkene vermeld dat de interne auditfunctie deze kwalificatie voor de komende vijf jaar mag gebruiken onder de voorwaarde dat de interne evaluaties de algemene naleving van de IIA Standaarden en de gedragscode van het IIA blijven bevestigen. Volgens klager heeft het rapport geen deugdelijke grondslag. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Procedurenummers 24/3896 en 25/1199 Wtra AK
Tussenbeslissing. Betrokkene mag stukken waarop het verschoningsrecht van klager rust en die klager in eerdere klachten aan de Accountantskamer en betrokkene heeft overgelegd, gebruiken bij zijn verdediging tegen nieuwe klachten van klager.

UITSPRAAK 3 NOVEMBER 2025

Procedurenummer 25/2046 Wtra AK
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter overweegt dat het gelet op het gemotiveerde verweer van betrokkene op de weg van klager lag om zijn verwijten nader te onderbouwen. Klager heeft dat niet gedaan, ondanks dat hij daarvoor wel de gelegenheid heeft gehad. Klager mocht immers een schriftelijke repliek indienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Omdat een nadere onderbouwing ontbreekt, moet worden geoordeeld dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

UITSPRAKEN 31 OKTOBER 2025

Procedurenummers 24/4366 en 24/4368 Wtra AK
Uitspraak tegen twee accountants. De ene accountant heeft adviesdiensten verleend in relatie tot de overname van een onderneming binnen een familieverband (ouders aan zoon). Op deze adviesdiensten is Standaard 5500N van toepassing. Een voorgeschreven schriftelijke opdrachtbevestiging ontbreekt. In zoverre is de klacht gegrond. De andere verwijten, die in de kern erop neerkomen dat de accountant niet objectief is geweest en onzorgvuldig heeft gehandeld, zijn ongegrond. De klacht tegen zijn opvolger, de andere accountant is ongegrond. Deze was niet verplicht om een onderzoek in te stellen naar het handelen en nalaten van zijn voormalige collega. Het beroep van de andere accountant op geheimhouding jegens de voormalig bestuurder van de vennootschap berust op een aanvaardbare grond.

Procedurenummer 25/1086 Wtra AK
Ongegrond is de klacht dat betrokkene niets heeft gedaan met een bepaald verzoek van klager. Betrokkene valt daarvan geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken, omdat hij ten tijde van het verzoek langdurig in het ziekenhuis was opgenomen en zijn praktijk werd waargenomen. De klacht over het voeren van de accountantstitel is niet-ontvankelijk, omdat het gaat om een (beweerd) handelen nadat betrokkene was uitgeschreven als accountant.

UITSPRAAK 24 OKTOBER 2025

Procedurenummers (25/1519), 25/1520 en 25/1521 Wtra AK
voorzittersbeslissing, de klacht tegen twee accountants is onvoldoende concreet en niet feitelijke onderbouwd. Daarom verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.

UITSPRAAK 7 OKTOBER 2025

Procedurenummer 25/1778 Wtra AK
Voorzittersbeslissing, de klacht is kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat sprake is van een klacht over nagenoeg dezelfde feiten als waarover de Accountantskamer al eerder heeft geoordeeld, dat de tuchtklacht niet los kan worden gezien van het verdiepte geschil tussen klager en een derde en dat de argumenten die klager brengen tot zijn standpunt dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden te licht zijn om gewicht in de schaal te leggen. De betrokken accountant handelt niet verwijtbaar met zijn beroep om de klacht vereenvoudigd af te doen met een voorzittersbeslissing.

UITSPRAKEN 26 SEPTEMBER 2025

Procedurenummer 25/2135 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat betrokkene ten tijde van de verweten gedragingen niet als registeraccountant of accountant-administratieconsulent in het NBA-register stond ingeschreven.

Procedurenummer 25/2325 Wtra AK
Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klachtonderdelen in de onderhavige procedure zien op klachtonderdelen die reeds onderwerp van geschil zijn geweest in de eerdere procedure bij de Accountantskamer of zodanig onderling zijn verweven met de klachten en feiten die in die eerdere procedure aan de Accountantskamer zijn voorgelegd dat deze klachten, gelet op het ne bis in idem beginsel, niet nogmaals het voorwerp van berechting kunnen vormen.

UITSPRAKEN 22 SEPTEMBER 2025

Procedurenummers 24/2784 en 24/3919 Wtra AK
Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast.  De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Procedurenummers 24/4266 en 25/1501 Wtra AK
Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

UITSPRAAK 12 SEPTEMBER 2025

Procedurenummer 25/587 Wtra AK
Gegronde klacht. Betrokkene krijgt maatregel van de tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar opgelegd. Kantoortoetsing. Betrokkene heeft een accountantskantoor. Klaagster heeft, na een reguliere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De vier getoetste dossiers zijn onvoldoende bevonden. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook meent klaagster dat de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, niet voldoet. De Accountantskamer is van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. In de vier dossiers zijn tekortkomingen geconstateerd nadat (de derde versie van) het verbeterplan van betrokkene onder voorwaarden was goedgekeurd.

UITSPRAAK 5 SEPTEMBER 2025

Procedurenummer 25/166 Wtra AK
Kantoortoetsing. Klaagster heeft, na twee reguliere toetsingen, een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. Klaagster stelt dat diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst erop dat hij inmiddels actie heeft ondernomen teneinde “het stelsel in opzet te verbeteren, de kwaliteit van de werking daarvan te verhogen en daarmee de goede beroepsuitoefening te borgen”. De klacht is gegrond, omdat betrokkene als kwaliteitsbepaler er niet voor heeft gezorgd dat het kwaliteitssysteem een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. De Accountantskamer heeft bij het bepalen van de maatregel meegewogen dat zij het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene geen vrijwillige controles meer zal verrichten.

UITSPRAAK 22 AUGUSTUS 2025

Procedurenummers 24/4273 Wtra AK en 24/4274 Wtra AK
Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.

UITSPRAAK 28 JULI 2025

Procedurenummer 24/3901 Wtra AK
Klacht tegen accountant over een onderzoeksrapport dat in opdracht van investeerder is opgesteld naar de besteding van verstrekte leningen door de onderneming van klager.
Dat rapport is verstrekt aan het Openbaar Ministerie waarna een strafrechtelijk onderzoek tegen klager is ingesteld. Volgens klager is het onderzoeksrapport onjuist en misleidend, heeft de accountant geen controle uitgevoerd op de juistheid van de financiële gegevens en was de opdrachtaanvaarding niet volgens de regels.
Klacht ongegrond: de accountant had geen leidende rol en verantwoordelijkheid voor het onderzoek, heeft de rapportage niet opgesteld en is niet de eindverantwoordelijke accountant.

UITSPRAAK 25 JULI 2025

Procedurenummer 24/3768 Wtra AK
Klagers in deze zaak zijn twee advocaten en de besloten vennootschap (B.V.) waarbinnen zij hun onderneming uitoefenen. De advocaten, die aanvankelijk werkzaam waren binnen een maatschap, hebben besloten om hun onderneming als B.V. voort te zetten. Betrokkene zou de financiële administratie van de onderneming verzorgen en fiscale werkzaamheden verrichten. Klagers menen dat betrokkene verzuimd heeft om tijdig aangifte inkomstenbelasting (IB) te doen. Ook menen zij dat betrokkene ten onrechte stukken heeft achtergehouden nadat de opdracht was beëindigd. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft voldoende onderbouwd dat er te veel onzekerheden waren om vóór 1 mei 2023 en 1 mei 2024 de (voorlopige) aangiften IB over het voorgaande jaar in te kunnen dienen. Er waren op dat moment onvoldoende financiële gegevens beschikbaar om op verantwoorde wijze die aangiften op te stellen en in te dienen. Een deugdelijke schatting van de inkomsten was op dat moment dan ook niet mogelijk. Betrokkene heeft de afgifte van de door klagers gevraagde stukken mogen weigeren. Hij heeft enkel stukken achtergehouden die door hem zijn vervaardigd en bewerkt. Klagers hadden facturen niet betaald en betrokkene had kosten gemaakt in verband met het vervaardigen van deze stukken.

UITSPRAAK 11 JULI 2025

Procedurenummer 24/4216 Wtra AK
Ongegronde klacht. Betrokkene heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2023 van een pensioenfonds. Volgens klagers geeft de jaarrekening geen getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het pensioenfonds. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

UITSPRAAK 4 JULI 2025

Procedurenummer 24/4284 Wtra AK
Gegronde klacht. De Accountantskamer legt de maatregel van berisping op. Betrokkene heeft in 2022 en 2023 meerdere conceptjaarrekeningen 2020 van een holding samengesteld en de aangifte vennootschapsbelasting (vpb) 2020 verzorgd, nadat de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de holding in 2022 was overleden. Deze holding had een 1/3e belang in twee werkmaatschappijen. Twee andere holdings hadden daarin elk ook een 1/3e belang. Betrokkene was de accountant van de drie holdings en de twee werkmaatschappijen. Tussen de erfgenamen van de dga en de aandeelhouders van de andere twee holdings is een conflict ontstaan inzake de waardering van de aandelen van de holding van de dga in één van de werkmaatschappijen. De klacht betreft onder meer de door betrokkene samengestelde conceptjaarrekeningen 2020 van de holding, de aangifte vpb 2020, de boeking van vier betalingen en de overdracht van het dossier aan de opvolgers van betrokkene. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat betrokkene het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Het verwijt dat hij ook andere fundamentele beginselen heeft geschonden is ongegrond.

Uitspraken